'Er komt een implosie waarbij er drie of vier of misschien zelfs een half dozijn films met een megabudget op hun bek gaan, dat zal het hele model veranderen.' Natuurlijk was het wat vreemd dat uitgerekend Spielberg en George Lucas in juni voorspelden dat de Amerikaanse filmindustrie afstevent op een grote meltdown. Met Jaws (1975) en Star Wars (1977) stonden ze zelf aan de wieg van de blockbuster. Dat concept leek de Amerikaanse studio's halfweg de jaren zeventig lucratiever dan investeren in Martin Scorsese, Francis Ford Coppola of William Friedkin, waardoor New Hollywood voortijdig een historische term werd. Niet dat men Spielberg en Lucas met alle zonden van Israël moet beladen, maar wanneer zelfs zij moeten vechten om hun films nog in de zalen te krijgen - het heeft weinig gescheeld of Spielbergs Lincoln was een HBO-film geworden, Lucas kreeg zijn oorlogsfilm Red Tails aan de straatstenen niet kwijt - doemt toch het beeld op van Frankenstein die opgegeten wordt door het monster dat hij zelf heeft gecreëerd.
...

'Er komt een implosie waarbij er drie of vier of misschien zelfs een half dozijn films met een megabudget op hun bek gaan, dat zal het hele model veranderen.' Natuurlijk was het wat vreemd dat uitgerekend Spielberg en George Lucas in juni voorspelden dat de Amerikaanse filmindustrie afstevent op een grote meltdown. Met Jaws (1975) en Star Wars (1977) stonden ze zelf aan de wieg van de blockbuster. Dat concept leek de Amerikaanse studio's halfweg de jaren zeventig lucratiever dan investeren in Martin Scorsese, Francis Ford Coppola of William Friedkin, waardoor New Hollywood voortijdig een historische term werd. Niet dat men Spielberg en Lucas met alle zonden van Israël moet beladen, maar wanneer zelfs zij moeten vechten om hun films nog in de zalen te krijgen - het heeft weinig gescheeld of Spielbergs Lincoln was een HBO-film geworden, Lucas kreeg zijn oorlogsfilm Red Tails aan de straatstenen niet kwijt - doemt toch het beeld op van Frankenstein die opgegeten wordt door het monster dat hij zelf heeft gecreëerd. De profetie van de twee filmlegendes ging de wereld rond en was aanleiding voor honderden artikels en een eerste discussie over de toekomst van Hollywood. De grote filmstudio's zouden te grote risico's nemen door massaal veel geld - 400 miljoen dollar en meer - te investeren, in een beperkt aantal tentpoles. Dat is het modewoord voor producten, franchises die op korte tijd zoveel geld moeten opbrengen dat ze bijna op hun eentje een studio recht moeten houden - als alles goed gaat tenminste. Geen maand na Spielbergs voorspelling laaide de discussie nog eens op, en dubbel zo fel deze keer. De ene tentpaal na de andere stuikte deze zomer namelijk in elkaar. Sony zag After Earth en White House Down mislukken, Disney The Lone Ranger, Warner Bros. Pacific Rim en Universal R.I.P.D. Stond de aangekondigde apocalyps nu al voor de deur? De koppen in de vakbladen logen er even niet om: 'Summer of the Mega-Flop', 'Summer of the Über-Flop', 'Summer of Doom', 'Summer of Hell'. Maar als de rook om je hoofd is verdwenen: alleen dat het zomer was, hadden ze juist. DE FIASCO'S VAN DE VOORBIJE VAKANTIE ZIJN NIET INGEBEELD en de studio's lachen er niet om, maar de rampjournalisten hebben zich blind gestaard op de zware accidenten. Voor de Amerikaanse bioscopen was het geen moord- maar een droomzomer: ze haalden een recordopbrengst, door duurdere tickets maar ook omdat heel wat films het wél uitstekend deden. 'Ik heb deze zomer veel blockbusters gezien en dat viel zwaar tegen. Ik heb me een beetje geamuseerd bij Elysium en de rest was niet om aan te zien. Maar gaat het systeem imploderen? Dat denk ik niet. Flops zijn van alle tijden én relatief. Met sommige flops komt het achteraf weer goed. Zo was Bambi bij de release een van de grootste flops aller tijden. Er wordt veel geld verloren, maar er is en wordt er nog altijd veel meer verdiend', analyseert Erik Engelen van A-Film, een van de grootste onafhankelijke filmdistributeurs in de Benelux. 'Bovendien is de berichtgeving ambigu. De vakbladen besteden veel aandacht aan hoeveel geld sommige films verloren hebben en maar weinig aan de studiofilms die wél veel hebben opgebracht.' Dikke hits deze zomer waren Despicable Me 2 (kostprijs: 75 miljoen dollar, wereldwijde opbrengst: 800 miljoen), Fast and Furious 6 (kostprijs: 160 miljoen, opbrengst: 787 miljoen), Monsters University (kostprijs: onbekend, opbrengst: 686 miljoen), Man of Steel (kostprijs: 225 miljoen, opbrengst: 649 miljoen). De grote winnaar was Iron Man 3. De superheldenfilm met Robert Downey Jr. als geplaagde robottenbouwer haalde in de States 400 miljoen dollar op en in de rest van de wereld het dubbel, samen 1,2 miljard dollar. Los van merchandising, tv- en andere rechten en de dvd-opbrengsten. Dat fortuin verklaart waarom Disney niet in totale paniek is door de fiasco's van The Lone Ranger dit jaar en John Carter vorig jaar. 'Er wordt druk gepraat over de risico's verbonden aan die kostelijke tentpolefilms. Door onze ervaring met The Lone Ranger kunnen we dat alleen maar beamen. Maar we blijven geloven in de tentpolestrategie', verklaarde Disneybaas Bob Iger. 'De manier om erbovenuit te steken en de competitie te winnen is een grote film, een grote film met een grote cast, ondersteund door een grote marketingcampagne.' Hetzelfde verhaal bij Universal. R.I.P.D. is een van de grootste flops van de zomer, bracht nog niet de helft op van de 130 miljoen die de film gekost heeft, maar tot meer dan een 'sokken optrekken en voortdoen' leidt dat niet. De 1,37 miljard die Fast & Furious 6 en Despicable Me 2 hebben opgebracht, zijn een meer dan schrale troost. De wereldmarkt bespelen, is meer dan ooit noodzaak voor de studio's. Op de Amerikaanse markt is geen groei, de instorting van de dvd-markt was een zware klap. Erik Engelen: 'In drie jaar tijd zijn we vijftig procent van die markt kwijtgespeeld. Dat is geld dat verdwenen is en nooit meer terugkomt. De digitale markt - streaming, video on demand... - is daar wel bij gekomen, maar maakt maar een fractie van het verlies goed. Het is een reëel, gigantisch probleem, dat de onafhankelijke distributeurs nog veel meer pijn doet dan de studio's. De technologische revolutie is te snel gegaan. Mensen hebben de dvd zo snel laten vallen dat niemand heeft kunnen anticiperen op het opdrogen van een enorme geldstroom.' De studio's compenseerden dat verlies op de snel groeiende internationale markt. Wereldwijd valt er voor hen ondertussen meer dan twee keer zoveel te rapen als in de VS. Hollywood heeft het geluk dat een groot publiek in zijn producten geïnteresseerd is en het heeft de ervaring, de contacten, de lokale afdelingen om zijn producten ook aan de man te brengen. Andere landen en filmindustrieën kunnen daar alleen maar van dromen. 'Hollywood koos voor een exclusief financiële benadering en smeet zich op die groeimarkten: China, Rusland, Brazilië... In China opent per dag gemiddeld één nieuw multiplex. In Rusland haalt men qua zaalbezetting het dubbele van ons', legt Eddy Duquenne, ceo van Kinepolis Group, uit. 'De eerste vorm van ontspanning voor een gemeenschap die zich ontwikkelt, is cinema. Kijk maar naar de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Waarom? Wat er ook gezegd wordt, cinema is het goedkoopste avondje uit. Het eerste dat je je kunt veroorloven. De jeugd in die groeilanden is dikwijls geïnspireerd door een Amerikaans model. Die jongeren zijn verzot op die Amerikaanse content.' Steven Soderbergh in zijn 'State of the Cinema' van april dit jaar: 'Hoe beslist een studio welke films gemaakt worden? Wat ze zeker in rekening brengen, is de buitenlandse markt. Die is zéér groot geworden. De dingen die het best reizen zijn actieavonturen, sciencefiction, fantasy, spektakel en wat animatie. Hoe groter het budget, hoe meer mensen het ding zal moeten bekoren, hoe meer gehomogeniseerd en gesimplificeerd het zal moeten zijn. Culturele specificiteit, narratieve complexiteit en - god verhoede het - ambiguïteit worden dan ware obstakels voor het succes van een film.' De Amerikaanse film die wereldwijd verpatst wordt, is vervangen door een aan de smaak van de geglobaliseerde wereld aangepast product waar ook de Amerikanen genoegen mee moeten nemen. En dat is geen zegen. Want de geglobaliseerde grootste gemene deler blijkt nog kleiner dan de Amerikaanse. Wat schadenfreude is dus het voorlopige maximum voor al wie hoopt op het door Spielberg beloofd Armageddon dat komaf maakt met studio's die al hun geld stoppen in producten voor een geglobaliseerde markt die maar niet genoeg krijgt van cgi en tot in het belachelijke doorgedreven vernielzucht. Dat vindt zelfs de CEO van Kinepolis spijtig. 'Waarom melken Amerikanen die franchises uit? Niet alleen de productie ervan kost veel, ook de marketingkosten lopen zwaar op. Iron Man 3 lanceren is goedkoper en efficiënter dan een nieuwe format beginnen - iedereen kent Iron Man al. Maar ik vrees dat ze de kip met de gouden eieren zijn aan het slachten. Al die Transformers-films lijken op elkaar. Het was de laatste tijd allemaal in dezelfde stijl. Daar zijn de late dertigers en veertigers op afgeknapt. De uitdaging is dat publiek nu terugwinnen. Wij zien dat de lokale films die mensen wel bereiken. Wees maar zeker dat Het vonnis en De behandeling(respectievelijk van Jan Verheyen en Hans Herbots, nvdr.) straks succes zullen hebben. In het voorjaar hadden we ook fantastische Amerikaanse films. Maar die spreken een publiek aan dat we opnieuw moeten leren naar de bioscoop te komen. De Amerikanen krijgen de betere film niet goed meer verkocht. Ze moeten opnieuw credibiliteit opbouwen. De Vlaamse en Franse film hebben die credibiliteit wel.' Het valt ook op dat vooral actiefilms deze zomer gebloed hebben. Omdat ze zo verschrikkelijk inwisselbaar geworden zijn? Wie had nu zin in alweer een film waarin het einde van de wereld op het spel staat en die eindigt met een ultiem gevecht van meer dan dertig minuten waarbij meer wolkenkrabbers als kaartenhuizen in elkaar stuiken dan er indianen sneuvelen in een ouderwetse western? 'Natuurlijk is er plaats voor de popcorngeneratie,' aldus Kinepolisman Duquenne, 'voor de jeugd die een toffe film meepikt. Maar de populatie vergrijst, dus is er ook nood aan films naar de smaak van een ouder publiek. Wat waren de positieve verrassingen in mijn zeven jaar als bestuurder? Bienvenue chez les Ch'tis (2008), Intouchables (2011), Rundskop (2011). Voor dat type films krijgen we een ander publiek over de vloer. Dat merken we aan de mindere verkoop van popcorn.' Elk jaar pleiten er wel een of twee studiobazen voor een betere spreiding. Maar voorlopig bedoelen ze daarmee dat de concurrentie de zomer moet opgeven en niet zij. Ondertussen blijven er maar tentpoles bij komen. 2014 brengt onder andere The Amazing Spider-Man 2, Transformers 4, Fast and Furious 7, X-Men: Days of Future Past, Godzilla, Jurassic Park 4 en Hercules. 2015 wordt een nog groter slagveld met The Avengers 2, Independence Day 2, The Smurfs 3, Pirates of the Caribbean 5, Star Wars - Episode VII, James Bond 24, Finding Dory en Terminator 5. Onze filmzomers lijken jaar na jaar meer op de Amerikaanse: het is al blockbusters wat de klok slaat. Dat was vroeger niet zo. En zo jaag je een volwassen publiek weg. 'Ik probeer elke week naar de bioscoop te gaan', zegt Erik Engelen van A-Film. 'Vorige week wist ik niet welke film uit te proberen. Er was gewoon niks in de multiplex dat me interesseerde. Tel daar nog het aanbod aan films en series op tv en dvd bij, en de verleiding is groot om thuis te blijven. Je ziet dat aan het publiek. Volwassenen worden 's zomers uit de bioscoop verjaagd. Doe de test maar: geen 5 procent in de zaal is ouder dan 25. Het publiek is 12 tot 18. Alles is in vakjes gestopt. In de zomer krijg je tentpolefilms. Tegen het einde van de zomer krijgen de iets kleinere films een kans. Het najaar is voor de kwalitatieve films. Dezelfde producten komen op hetzelfde moment in de bioscoop. Je kiest al distributeur niet zomaar meer wanneer je een film uitbrengt. Je hebt de richtlijnen uit Amerika te volgen.' Kinepolis kan daar niet mee lachen. 'Vandaag is er geen enkele coördinatie. In de lange weekends van mei zitten we plots met 60 procent horror, omdat Fox, Warner en Universal die tegelijk uitbrengen. Maar horror is geen 60 procent van ons doelpubliek. In die periode heb je ook familieproducten nodig. En daar knelt het schoentje. Een blockbuster mogen we niet overslaan - dat compenseer je niet zomaar -, maar er is wel degelijk een omschakeling nodig. Wij geven al langer het signaal dat we dringend meer oestrogeen op het scherm nodig hebben, in plaats van al dat testosteron. Forrest Gump hebben we nodig! En komedies! Wij hebben hard gewerkt om onze populatie in kaart te brengen, welk type klant hebben we en welk type film wil die. Daaruit blijkt dat de vraag naar komedie het grootst is. Bioscoopbezoek is ook ontsnappen. In moeilijke tijden als vandaag is het tof er eens uit te zijn, eens te lachen. Het verschil tussen thuis en een bioscoop is dat je de emotie deelt. In een zaal zitten die collectief lacht, dat kun je niet imiteren. Dat is een beleving. Hetzelfde met griezelfilms, zo laat ik me vertellen. Maar in het aanbod komt komedie maar op de derde plaats. Wij willen als groep meer een sommelier worden die de klant van alles kan aanbieden. Maar dat is vlugger gezegd dan gedaan.' Dat filmstudio's hun producten afstemmen op winstmaximalisatie, het is de aard van het beestje. Toen de bigbudgetblockbusters in vraag werden gesteld, nam regisseur Paul Greengrass het ervoor op. Greengrass noemde ze onomwonden essentieel. 'Ze zijn de gigantische motors waardoor de turbines van de industrie kunnen draaien. Dat is geen reden om die films met fluwelen handschoenen aan te pakken. Maar filmentertainment voor de wereldmarkt maken, is ongelofelijk hard werk.' De regisseur noemt zijn Bourne-films en Christopher Nolans Batmanfilms voorbeelden van dure, gewaagde films die de box office hebben verpletterd. Niemand ontkent dat er af en toe ook goeie bigbudgetfilms uitkomen. Voor Soderbergh is de balans tussen kunst en commercie echter verder doorgeslagen dan ooit. 'Het probleem is dat cinema zoals ik die definieer en zoals die mij heeft bezield, onder vuur genomen wordt door de studio's en voorzover ik het kan zien met de volle steun van het publiek. Mensen die niets van film kennen en geen films voor hun plezier bekijken, beslissen welke films je mag maken.' Engelen: 'Het gaat al lang niet meer alleen om de film. Die studio's leven niet van de zaalopbrengst, maar van de merchandising, van de post-theatrical sales - televisie, dvd... - en van afgeleide computergames. De motor van een tentpole zet veel in beweging. Dat film slechts de katalysator is van een serie events, producten gemaakt om zo veel mogelijk geconsumeerd te worden, vind ik nog het verwerpelijkst van allemaal.' 'Hollywood heeft ook aandeelhouders. Daar loopt het een beetje fout', meent Kinepolisbaas Duquenne. 'Nu goed, ook in de automobielsector hebben sommige bedrijven zich vergist en proberen ze zich nu te herpakken. Dat komt wel goed.' Als je alleen naar de studio's kijkt, veroorzaken de tentpoles een enorme verarming. Ze brengen potentieel zoveel op dat er amper ruimte en amper geld is voor andere projecten. Maar de bewering dat de middelgrote film volledig weggedrumd is, slaat nergens op. Naast tal van horrorfilms, komedies en romcoms zien we bijna wekelijks goeie tot uitstekende middelgrote films uitkomen: Zero Dark Thirty, Lincoln, Silver Linings Playbook, Hitchcock, Arbitrage, The Sessions, Stoker, Side Effects, Mud, Spring Breakers, The Place beyond the Pines, To the Wonder - et on en passe. Volgens cijfers van Soderbergh maakten de studio's in 2012 28 procent minder films dan in 2003 terwijl het aantal onafhankelijke films met 100 procent toenam. Maar die studiofilms eisen nu een groter deel van de kassakoek op dan in 2004. Voor al die kleine en middelgrote films is de competitie dus bikkelhard. Maar gefilmd wordt er. Er is niet langer één filmindustrie, één financieringsmodel, één distributiekanaal. Films kunnen gefinancierd worden met medewerking van buitenlandse distributeurs of producenten, van kabelzenders, video-on-demand-bedrijven als Netflix of een crowdfundingplatform als Kickstarter. 'Ik geloof niet in extreem doemdenken', besluit Engelen. 'Er is meer dan één toekomst. Het gaat alle kanten uit. We staan nog maar aan het begin van de revoluties. Nieuw is dat niet. Kijk naar de geschiedenis van film. Geluid, kleur, televisie, video, dvd: er zijn altijd grote ontwikkelingen en veranderingen geweest. De technologische ontwikkelingen volgen elkaar nu wel véél sneller op en dat is wennen. Op dit moment is het chaos. Is de digitale revolutie straks volledig achter de rug, dan duikt er ongetwijfeld iets nieuws op. Kalmeren zal het nooit. Máár er zullen altijd films gemaakt worden. Daar zullen er altijd slechte tussen zitten. En films zullen nog altijd in de bioscoop geconsumeerd kunnen worden, al wat het maar vanwege het sociale aspect. En content blijft king. Thuis, in de bioscoop, op de tablet op de trein, op welke manier ook, mensen zullen films blijven koesteren. Denk ik. Want in deze sector blijft maar één wet onverminderd van kracht: nobody knows anything.'DOOR NIELS RUËLLErik Engelen (A-Film) 'GAAT HET SYSTEEM IMPLODEREN? DAT DENK IK NIET. FLOPS ZIJN VAN ALLE TIJDEN ÉN RELATIEF. BAMBI WAS BIJ ZIJN RELEASE EEN VAN DE GROOTSTE FLOPS ALLER TIJDEN.'