MUSEUM BOIJMANS VAN BEUNINGEN
...

MUSEUM BOIJMANS VAN BEUNINGEN MUSEUMPARK 18-20 IN ROTTERDAM, TOT 12 JUNI. WWW.ALLDalí.org Na de Jeroen Bosch-vaudeville van vier jaar terug zag het er qua blockbusters niet best uit voor het Boijmans. Toen Alles Dalí aangekondigd werd, vreesden we meteen voor een tweede splinterbom rond een kunstenaar met naam, maar gelukkig houdt het museum zich dit keer bij de les en worden we niet getrakteerd op een pseudo-didactische uitputtingsslag. Alles Dalí doet serieuze pogingen om het werk van de Spanjaard in een acceptabel daglicht te stellen. De tot moes gecommercialiseerde Dalí (1904-1989) komt uit de bus als iemand die zijn persoonlijke esthetiek in de wereld wilde helpen en daar ook in slaagde, al begaf hij zich op paden die vijftig jaar geleden niet echt artistiek verantwoord leken. De tentoonstelling is relatief beperkt in schilderijen, maar bijna buitenissig in het tonen van foto's, filmfragmenten, projecten en alle mogelijke parafernalia. Toch kom je niet terecht in een droge opeenstapeling van weetjes, maar in een elegant universum waar je de ene verrassing na de andere wacht. Inzet is de artistieke geloofwaardigheid van een man die door zijn surrealistische medebroeders aan de deur werd gezet. De uitvinder van het smeltende horloge tilde niet erg zwaar aan surrealistische dogma's. Hij sloeg wegen in die hem de reputatie van geldwolf opleverden en daarbovenop hadden zijn schilderijen inhoudelijk eigenlijk niet veel om het lijf. Anderzijds dacht hij een fantastische wereld bij elkaar die aanmerkelijk breder en vooral overtuigender is dan verwacht. Je treft een Dalí die scènes uittekende voor Hitchcocks Spellbound en zo de surrealistische droom in beweging bracht. Samen met fotografen als Philippe Halsman stelde hij foto's samen die gedurfd, theatraal en stijlvol waren en waarin je dikwijls een satirische kijk op het surrealistische artiestendom terugvindt. Zo liet Dalí zich portretteren als cycloop, met een kegelvormig hoofd en een groot rond oog, of als Dalí Atomicus, door de lucht klievend in het gezelschap van drie katten en een waterstraal. In de hypnotiserende Doodshoofd-reeks kneedde hij een schedel uit zeven in elkaar gevlochten vrouwen (opmerkelijk hoe hij met een rij van vuile voeten de suggestie van een slecht gebit opriep), en in de talloze Dream of Venus-foto's ontwikkelde hij een soort vrouw die zowel naar aankleding als naar houdbaarheid geschikt was voor het uitstalraam van een viswinkel. Hij deed mee aan televisiereclames - van Datsun of Lanvin - waarin hij als acteur de duimen legde, maar waarop hij toch een eigen stempel kon drukken. Eind- en verleidelijk hoogtepunt is de Walt Disneyfilm Destino waarvoor Dalí ooit vijftien seconden bij elkaar tekende. Het project werd destijds (in 1946) afgeblazen, maar op basis van het originele materiaal werd een volledige animatiefilm gemaakt die pas nu voor het eerst te zien is. Destino is een aandoenlijk verhaaltje over een vrouw die door het wentelen van het lot haar geliefde verliest. De personages komen tot leven door een rusteloze metamorfosestroom die zich op een bijna organische manier naar het einde vecht. Zo bevrijdt de man zich uit een stenen piramide, waarna zijn pas ontloken levenssappen de vorm aannemen van mieren die op hun beurt veranderen in een zwerm zwarte fietsers. Door een aardverschuiving verliezen de geliefden elkaar voorgoed. De onwaarschijnlijk poëtische vormsymbiose nagelt je sprakeloos aan je stoel. Verwacht je dus niet aan schlagers of een klassiek parcours: Alles Dalí houdt het breed, vrij en mysterieus donker, alsof er buiten een surrealistische zonsverduistering aan de gang is. Els Fiers