Los Angeles, 16 maart 1991. Dertien dagen nadat vier politieagenten bij een routinecontrole de Afro-Amerikaanse taxichauffeur Rodney King hebben gemolesteerd, schiet een Koreaanse winkelierster de vijftienjarige...

Los Angeles, 16 maart 1991. Dertien dagen nadat vier politieagenten bij een routinecontrole de Afro-Amerikaanse taxichauffeur Rodney King hebben gemolesteerd, schiet een Koreaanse winkelierster de vijftienjarige Latasha Harlins dood, omdat die volgens haar een fles sinaasappelsap heeft gestolen. Hoewel Soon Ja Du wordt veroordeeld wegens vrijwillige doodslag, geeft de rechter haar enkel een voorwaardelijke celstraf en een kleine geldboete, een oordeel dat in beroep wordt bevestigd. Een week later, op 29 april 1992, staat LA in brand nadat de vier belagers van King zijn vrijgesproken, maar ook de afloop van de zaak-Harlins is een lont in het kruitvat - zowat zestig procent van de geviseerde handelszaken is eigendom van Koreaanse Amerikanen. In haar gelauwerde, korte documentaire A Love Song for Latasha gaat regisseur Sophia Nahli Allison niet dieper in op die rumoerige tijden. Wel vertelt ze aan de hand van poëtische beelden en getuigenissen van familieleden over het geknakte leven en de gefnuikte dromen van Harlins.