Katharine Gun groeide op in Taiwan en ging na haar studies Japans en Chinees aan de slag als vertaler bij de Britse veiligheidsdienst GCHQ (Government Communications Headquarters). Op 31 januari 2003 ontving ze een e-mail van ene Frank Kuza, een agent bij de Amerikaanse National Security Agency (NSA). Hij vroeg aan de Britten assistentie om de VN-kantoren van zes landen af te luisteren. Het doel? Informatie inwinnen die de betrokken landen zou kunnen dwingen om een resolutie te steunen om Irak binnen te vallen, iets wat ze eerder hadden geweigerd.

Gun was zodanig gechoqueerd door de memo dat ze een kopie mee naar huis nam. Na beraad met haar man - een Turk wiens verblijfsvergunning op dat moment niet volledig in orde was - besloot ze die te lekken naar de pers, in de hoop de afpersingspraktijken te stoppen en een invasie te voorkomen. Op 2 maart 2003 verscheen de e-mail op de frontpagina van de krant The Observer. Drie dagen later gaf Gun tegenover haar oversten toe dat zij de klokkenluidster was geweest. Ze werd gearresteerd en na een dag weer vrijgelaten.

Acht maanden later werd Gun aangeklaagd wegens het schenden van de Official Secrets Act, al werd de rechtszaak - een cause célèbre waarbij ze de steun kreeg van activisten als Jesse Jackson, Daniel Ellsberg en Sean Penn - na amper een halfuur afgeblazen. De aanklager weigerde immers om bewijzen aan te dragen, wellicht omdat een publiek proces nog meer compromitterend materiaal over de spionagepraktijken van de Britse overheid aan het licht had kunnen brengen.

Hoewel Gun werd geprezen om haar gewetensvolle optreden en verschillende mensenrechtenprijzen kreeg, betekende de zaak het einde van haar carrière bij de overheid. Bovendien raakte ze in Groot-Brittannië amper nog aan vast werk aangezien ze ook niet door politieke organisaties ingelijfd wilde worden. In 2010 verhuisde ze naar Turkije, waar ze nog altijd woont met haar man en hun elfjarige dochter.

'Ik heb vrienden verloren, en mijn man dreigde het land uitgezet te worden, maar toch heb ik geen spijt van wat ik heb gedaan', stelt ze onomwonden. 'Het was de moreel juiste beslissing. Ik was blij dat de rechtszaak geseponeerd werd omdat ik nooit in de schijnwerpers heb willen treden, maar ergens blijf ik het ook jammer vinden. We hadden de oorlog kunnen aanklagen, en we hadden voor een precedent kunnen zorgen om andere klokkenluiders beter te beschermen.'

Katharine Gun groeide op in Taiwan en ging na haar studies Japans en Chinees aan de slag als vertaler bij de Britse veiligheidsdienst GCHQ (Government Communications Headquarters). Op 31 januari 2003 ontving ze een e-mail van ene Frank Kuza, een agent bij de Amerikaanse National Security Agency (NSA). Hij vroeg aan de Britten assistentie om de VN-kantoren van zes landen af te luisteren. Het doel? Informatie inwinnen die de betrokken landen zou kunnen dwingen om een resolutie te steunen om Irak binnen te vallen, iets wat ze eerder hadden geweigerd. Gun was zodanig gechoqueerd door de memo dat ze een kopie mee naar huis nam. Na beraad met haar man - een Turk wiens verblijfsvergunning op dat moment niet volledig in orde was - besloot ze die te lekken naar de pers, in de hoop de afpersingspraktijken te stoppen en een invasie te voorkomen. Op 2 maart 2003 verscheen de e-mail op de frontpagina van de krant The Observer. Drie dagen later gaf Gun tegenover haar oversten toe dat zij de klokkenluidster was geweest. Ze werd gearresteerd en na een dag weer vrijgelaten. Acht maanden later werd Gun aangeklaagd wegens het schenden van de Official Secrets Act, al werd de rechtszaak - een cause célèbre waarbij ze de steun kreeg van activisten als Jesse Jackson, Daniel Ellsberg en Sean Penn - na amper een halfuur afgeblazen. De aanklager weigerde immers om bewijzen aan te dragen, wellicht omdat een publiek proces nog meer compromitterend materiaal over de spionagepraktijken van de Britse overheid aan het licht had kunnen brengen. Hoewel Gun werd geprezen om haar gewetensvolle optreden en verschillende mensenrechtenprijzen kreeg, betekende de zaak het einde van haar carrière bij de overheid. Bovendien raakte ze in Groot-Brittannië amper nog aan vast werk aangezien ze ook niet door politieke organisaties ingelijfd wilde worden. In 2010 verhuisde ze naar Turkije, waar ze nog altijd woont met haar man en hun elfjarige dochter. 'Ik heb vrienden verloren, en mijn man dreigde het land uitgezet te worden, maar toch heb ik geen spijt van wat ik heb gedaan', stelt ze onomwonden. 'Het was de moreel juiste beslissing. Ik was blij dat de rechtszaak geseponeerd werd omdat ik nooit in de schijnwerpers heb willen treden, maar ergens blijf ik het ook jammer vinden. We hadden de oorlog kunnen aanklagen, en we hadden voor een precedent kunnen zorgen om andere klokkenluiders beter te beschermen.'