Matera, in het diepe zuiden van Italië, is niet alleen beroemd om de Sassi, een wijk die deels bestaat uit eeuwenoude rotswoningen. In het stadje werd ook filmgeschiedenis geschreven, aangezien het diende als decor voor de Jezus-films Il vangelo secondo Matteo (1964) van Pier Paolo Pasolini en The Passion of the Christ (2004) van Mel Gibson. Vandaag is Matera echter ook een toevluchtsoord voor immigranten die de Middellandse Zee hebben overgestoken en er vaak in erbarmelijke omstandigheden moeten overleven, als moderne slaven van Fort Europa.
...

Matera, in het diepe zuiden van Italië, is niet alleen beroemd om de Sassi, een wijk die deels bestaat uit eeuwenoude rotswoningen. In het stadje werd ook filmgeschiedenis geschreven, aangezien het diende als decor voor de Jezus-films Il vangelo secondo Matteo (1964) van Pier Paolo Pasolini en The Passion of the Christ (2004) van Mel Gibson. Vandaag is Matera echter ook een toevluchtsoord voor immigranten die de Middellandse Zee hebben overgestoken en er vaak in erbarmelijke omstandigheden moeten overleven, als moderne slaven van Fort Europa. Geen betere plek dus om de sociale boodschap van het christelijke evangelie een actuele invulling te geven, vond Milo Rau, de Zwitserse theatermaker die al een tijdje aan de slag is bij NTGent. Het inspireerde hem tot deze hybride van vluchtelingendocumentaire, film-in-de-film en historisch passiespel. De Kameroense schrijver en activist Yvan Sagnet, die jaren op de tomatenvelden werkte en in opstand kwam tegen de lokale maffia, speelt de zwarte Jezus van dienst, een rebel die zich verzet tegen the powers that be. Rau, die zelf ook in beeld komt, laat de verschillende vertelniveaus voortdurend door elkaar vloeien. Er zijn spontane gesprekken met migranten die vertellen over hun povere arbeidsomstandigheden en hun vage hoop op een verblijfsvergunning en een betere toekomst. Er is footage van politieke bijeenkomsten waarin ze tussen de toeristen door het magische Matera marcheren met een megafoon in de hand. Zelfs Pasolini's Jezus, Enrique Irazoqui (die dit keer Johannes de Doper vertolkt en vorig jaar overleed), en Gibsons Maria, Maia Morgenstern, passeren de postmoderne revue. Maar wat het meeste indruk maakt, zijn de bijbelse taferelen zelf, met Sagnet en zijn hoofdzakelijk zwarte apostelen - stuk voor stuk amateurs die, net als hun personages, weten wat misbruik, uitsluiting en onderdrukking betekenen. Helaas zijn die scènes in de minderheid, aangezien de zelfbewuste Rau vooral de evidente parallel tussen toen en nu wil trekken. Dat voelt bij momenten wat geforceerd aan, en doet de melange van politiek geëngageerd getuigenverslag, observerende documentaire en bijbels drama over de laatste dagen van Jezus soms stremmen, met scènes die worden herhaald of aangelengd. Bovendien komt The New Gospel, dat vorig jaar in première ging op het filmfestival van Venetië, wat betreft cinematografie of emotionele gravitas nooit in de buurt van Pasolini's neorealistische meesterwerk, en zelfs niet van Gibsons succulent sadistische The Passion of the Christ. Een en ander zorgt ervoor dat The New Gospel interessanter is als theoretisch concept, als sociale metafoor en als spel tussen feit en fictie dan als passieproject van vlees en bloed. Wat de hybride film - met verheven klassieke muziek op de klankband - ontbeert aan coherentie of visueel vernuft, weet Rau, die als documentair theatermaker al vaker naar conflictgebieden trok en met amateurs werkte, wel te compenseren met urgentie. In het verhaal van Sagnet en zijn vele lotgenoten schuilt immers een krachtig en universeel statement tegen racisme, uitbuiting en klassenkloven, al had het misschien eloquenter en consequenter verteld kunnen worden.