Parasite, Jojo Rabbit, Once upon a Time... in Hollywood, Marriage Story, Joker, Little Women, The Irishman, 1917, Le Mans '66
...

Wie deze Oscar wil winnen moet als een autocoureur langs filmfestivals, critici, sociale gevoeligheden en talloze lobbyevents navigeren. Wie als eerste de finish wil halen, deed dat de voorbije jaren - kijk naar The Shape of Water, La La Land of Spotlight - vaak met Venetië als startplaats. Dat geeft Joker, dat er de Gouden Leeuw won, en Marriage Story, dat rave reviews kreeg in de dogestad, een bumper voorsprong. Toch is de kans redelijk klein dat een van die twee het haalt. Joker mag dan de meest besproken film van het afgelopen jaar zijn, er blijft een superheldenlogo op de carrosserie kleven, iets waar de Academy de neus voor ophaalt. Marriage Story komt, net als Scorsese's The Irishman, dan weer uit de Netflix-stal, dat vorig jaar ook net naast deze prijs pakte met Roma. Bij de vaak richtinggevende Golden Globes wist Netflix ook dit jaar zijn favorietenrol niet waar te maken. Daar kwam WO I-drama 1917 als eerste over de meet in de categorie beste drama. Met zijn gewichtige onderwerp, stijlvolle verpakking, historische achtergrond en Britse flair lijkt Sam Mendes' uitstekende film dan ook over de krachtigste motor te beschikken. Naaste belagers worden Once Upon a Time... in Hollywood, Tarantino's beste film in jaren, en de Zuid-Koreaanse klasse(n)satire Parasite, die in Cannes de Gouden Palm pakte, al komen ze in de eindsprint wellicht net te kort. Opvallend: de Academy maakte de voorbije jaren werk van haar diversiteitsplannen, door meer jonge, gekleurde, niet-Amerikaanse en vrouwelijke leden te rekruteren, maar er zit dit jaar weer maar één door een vrouw geregisseerde titel bij: de literaire adaptatie Little Women van Greta Gerwig. Opnieuw alleen maar mannen. Geen van hen lijkt bij voorbaat kansloos, al hebben de meesten wel iets wat in hun nadeel kan spelen. Scorsese is al decennialang the director's director en zijn terugkeer naar het gangstergenre werd unaniem geprezen, maar The Irishman is een Netflix-productie en te old-school voor de jongste garde. Todd Phillips toonde zich een epigoon van Marty met Joker, dat leentjebuur speelde bij diens Taxi Driver en The King of Comedy, maar kreeg net om die reden ook kritiek en werd verweten un-woke te zijn wegens zijn empathische kijk op blanke wraakengelen. Politieke correctheid kan ook Tarantino, met zijn geweldfetisj en machismo, parten spelen, al valt er op zijn vakkundige regie weinig af te dingen. Bong Joon-ho heeft zowat overal indruk gemaakt met Parasite, al blijft hij een Koreaan die een Koreaans gesproken film heeft gemaakt, wat in Oscarkringen ook wel 'foreign language' heet en voor de meeste Academy-leden tot a galaxy far, far away behoort. Dat eigen-cinema-eerstobstakel wist Alfonso Cuarón vorig jaar te overwinnen met Roma, maar wie geen last heeft van alle bovenstaande handicaps, en ook gewoon topkwaliteit levert, is Sam Mendes. Precies twintig jaar na American Beauty mag hij zich dan ook mag opmaken voor zijn tweede Oscarspeech als beste regisseur. Wanneer men zegt: die acteur was subliem, grandioos, fantastisch, dan bedoelt men heel vaak: die acteur werd goed geregisseerd in een goed geschreven rol, maar ook al wordt het belang van dat - hyperbool op komst - pratende meubilair chronisch overdreven: je hebt unieke designstukken waar je jezelf meteen in wilt vleien, en uitklapstoeltjes waar je een hernia aan overhoudt. Leo DiCaprio wordt in Once upon a Time... in Hollywood toch een beetje van het scherm gespeeld door zijn viriele sidekick Brad Pitt, topfavoriet voor beste mannelijke bijrol. Jeune premier Adam Driver ontroert als echtscheidende vader in Marriage Story. Brits veteraan Jonathan Pryce bewijst in The Two Popes dat hij ook zonder make-up en witte soutane de dubbelganger van paus Franciscus zou kunnen zijn. Latinohunk Antonio Banderas is het perfecte alter ego van Pedro Almodóvar in het mooie, melancholische en semi-autobiografische Dolor y gloria. Maar de acteur die de meeste laudatio's kreeg was Joaquin Phoenix, die nog maar eens imponeert - én intimideert - als God's lonely clown in Joker. Dat Phoenix, zelfs na nominaties voor Gladiator, Walk the Line en The Master en na tig andere, intense toprollen, nog nooit een Oscar heeft gewonnen, zou reden genoeg moeten zijn om een portie anarchie te laten uitbreken in het Dolby Theatre. Bovendien kijken we nu al uit naar zijn Oscarspeech, omdat hij zijn heel erg milieubewuste, maar vrolijk met privéjets rondvliegende collega's een stelletje hypocrieten heeft genoemd bij de Golden Globes, waar Phoenix alvast werd bekroond voor zijn hoofdrol als psychotische lolbroek. Put on a happy face, Leo! Aangezien er zelfs in deze Time's Up-tijden nog altijd significant minder vrouwelijke dan mannelijke hoofdrollen zijn, is deze categorie doorgaans niet de best bezette. Dit jaar is dat niet anders. Scarlett Johansson toont nog eens haar dramatische kant in vechtscheidingsdrama Marriage Story, en ook die is fraai. Saoirse Ronan is op haar 25e al aan haar vierde nominatie toe, maar is andermaal niet frontrunner. Charlize Theron zet een van de drie blonde presentatrices neer die seksueel werd geïntimideerd door voormalig Fox News-baas Robert Aisles maar de MeToo-film Bombshell is te matig. En met alle respect voor Cynthia Erivo en haar rol in slavendrama Harriet, maar ze werd er gewoon bij gezet omdat men anders niet aan vijf genomineerden kwam. De Oscar gaat hier dus zo goed als zeker naar Renée Zellweger, simpelweg omdat die zo veel troeven in handen heeft dat het haast op valsspelen lijkt. Ze speelt een beroemd, geliefd, maar getroebleerd historisch personage, met name Judy Garland. Ze mag een fysieke transformatie ondergaan én zelf zingen, de film richt de spotlights op Hollywood, waar narcisme weliger tiert dan in Geordie Shore. En ze is een poosje uit roulatie geweest wegens depressie, dus maakt de Bridget Jones-actrice ook nog eens in het echt een Rocky Balboa-achtige comeback. Geen topfilm, Judy, wel het soort gevonden vreten waar de Academy La grande bouffe-gewijs graag in zwelgt. Het is zelden zo dat je hier de beste, meest gedurfde, avontuurlijke of exotische films vindt, aangezien veel (Amerikaanse) Academy-leden slechts een beperkte selectie van de inzendingen bekijken. Het zijn bijgevolg vaak de grootste gemene delers of de grootste landen die het halen. Het Poolse Corpus Christi en het Macedonische Honeyland zijn de traditionele, kansloze surprises dit jaar. Het Franse banlieudrama Les misérables zorgde in Cannes al voor een stevige uppercut, en de Spaanse melomaestro Pedro Almodóvar levert met Dolor y gloria een van de beste films uit zijn imposante carrière. Maar toch lijkt het een gelopen koers voor Parasite, dat na zijn triomf in Cannes en elders, zowaar zes nominaties binnenrijfde. Bovendien heeft het prijsbeest van 'The Big Bong' - regisseur Bong Joon-ho - met zijn zwierige mix van suspense, horror, satire en sociaal commentaar ook iets hollywoodiaans, schaamteloos entertainend en dus heel erg universeels, wat altijd een pluspunt is bij een publiek dat misschien graag denkt dat het haute cuisine lust maar feitelijk gewoon is om op dagelijks basis McDonald's opgelepeld te krijgen.