Na zijn Engelstalige en hoogst onevenwichtige sciencefictionuitjes Snowpiercer (2013) en Okja (2017) keert rasfilmer Bong Joon-ho met Parasite terug naar zijn heimat Korea, en naar de topvorm die we van hem gewoon zijn.

In deze saillante sociale satire smokkelt hij je de opperste echelons van de Koreaanse klassenmaatschappij binnen, zoals zijn goocheme hoofdpersonages - zoon, zus, vader en moeder van een arm gezin - zich er ook in weten te smokkelen. Dat doen ze, niet gehinderd door een gebrek aan diploma's of de nodige leugentjes, door respectievelijk aan de slag te gaan als privéleraar, kinderoppas, chauffeur en huismeid van dezelfde, rijke en hopeloos naiëve familie.

Zoals steeds bloedt Bongs energiek kloppende hart ook nu weer voor de outcasts en have-nots - ook in zijn meesterwerken Memories of Murder (2003), The Host (2006) en Mother (2009) koos hij al genereus hun kant. Maar zijn kronkelige clash der klassen wordt op geen enkel moment pamflettair of karikaturaal.

Parasite is geen politiek statement maar bovenal een geestige, inventieve en heerlijk zwierig geregisseerde suspensekomedie, waarin Bong zijn camera niet alleen sierlijk laat glijden door de gangen en kamers van de chique designvilla van het rijke gezin, maar waarin hij je ook de stank van het ondergrondse hok van de arme clan doet ruiken.

Het is een upstairs downstairs-verhaal vol verassingen voor beide partijen, en bij uitbreiding ook voor de kijker; een hedendaagse variant op de Koreaanse klassieker The Housemaid (2010) of op Joseph Loseys The Servant (1963), maar dan vol donkere humor en verpakt als een familiale thriller, waarmee Bong nog maar eens zijn onberispelijke gevoel voor ritme, ruimte, timing en milieu etaleert.

Knack Focus geeft honderd tickets weg voor de avant-première van Parasite. Lees hier hoe u die kunt winnen.