'Ik heb verschillende tochten in de omgeving gemaakt, maar door die wind was het steeds onmogelijk iets te doen', schreef Vincent van Gogh op 9 maart 1888 vanuit Arles aan zijn broer Theo. De mistral woei iedere dag keihard en ijskoud, 'een knagend venijn,' zoals de schilder zei. Uiteindelijk zette hij zijn ezel vast met pinnen van een halve meter lang die hij in de bodem sloeg en schilderde hij een paar van zijn meest fantastische doeken, waarop je de wind ziet en voelt hoe Van Gogh met hem worstelde. Twee maanden later liet hij zich opnemen in een psychiatrische instelling in Saint-Rémy- de-Provence, waar hij een jaar bleef en van Theo een brief ontving met de veelbetekenende vraag: 'Waait de mistral daar net zo hard als in Arles? En ben je daar net zo gek?'
...