Animatiefilmflandriens nog lang niet aan de top

04/03/17 om 15:24 - Bijgewerkt op 07/03/17 om 15:50

Vlaanderen fungeert op Cartoon Movies, een animatiefilmpitchbeurs te Bordeaux, als gastregio. Naar verluidt omwille van ons florerend animatiefilmlandschap. Ahzo. Vlaanderen produceert animatiefilms?

Animatiefilmflandriens nog lang niet aan de top

© GF

Cartoon, de Europese nonprofitorganisatie voor animatiefilm-productie, organiseert meerjaarlijkse pitching-events, waar filmmakers hun ideeën tentoonspreiden aan potentiële geldschieters, coproducenten en distributeurs. De eerstvolgende sessie vindt tussen 8 en 10 maart plaats in Bordeaux, en zet onze regio in de spotlights. Onder de titel Flandriens of Animation zullen drie Vlaamse langspeelfilms en vijf coproducties met Vlaamse inmenging hopelijk op de snelweg richting afgewerkt product belanden. Naar verluidt zou de keuze op Vlaanderen gevallen zijn omwille van haar recent boomende animatieproductie.

Ah.

Ok.

Vlaanderen produceert animatiefilms?

Blijkbaar tellen onze contreien ongeveer 10 animatiefilmstudio's en meer dan 20 productiehuizen. Samen brachten ze tussen 2013 en 2016 12 reeksen en 11 films uit, en staan er nog veel meer projecten op stapel. Zo werkte StudioLumière (een dochterbedrijf van producent Lunanime) bijvoorbeeld in het verleden al mee aan de voor een Oscar genomineerde film Une Vie De Chat (Jean-Loup Felicioli & Alain Gagnol, 2010), en vond een groot deel van het animatieproces van Phantom Boy (Jean-Loup Felicioli & Alain Gagnol, 2015) plaats in de Gentse studio. Ook Brussels productiebedrijf annex animatiestudio Walking the Dog doet het goed: de onderneming kwam onder meer naar buiten met coproducties als Un monstre à Paris (Bibo Bergeron, 2011), Jack et la mécanique du coeur (Stéphane Berla & Mathias Malzieu, 2014), de nog niet verschenen Überflieger - Kleine Vögel, großes Geklapper (Toby Genkel & Reza Memari, 2017) en de meermaals in de prijzen gevallen films The Secret of Kells (Tomm Moore, 2009) en Les triplettes de Belleville (Sylvain Chomet, 2003). Aan die laatste werkte trouwens nog een ander Vlaams bedrijf mee: het toen nog in Gent gevestigde Grid Animation, dat ook medeverantwoordelijk was voor Astérix: Le Domaine des Dieux (Alexandre Astier & Louis Clichy, 2014). Een van de weinige voorbeelden waarin personages werkelijk een mondje Vlaams of zelfs Nederlands klappen, is Jan Butheels Cafard (2015), geproduceerd Butheels eigen bedrijfje Tondo (in samenwerking met producente Arielle Sleutel).

CAFARD trailer NL from TONDO FILMS on Vimeo.

Ook wie verder teruggaat in de tijd of het pad van de langspeelfilms verlaat, stoot op parels. Zo onder meer werken van Raoul Servais, Nicole van Goethem (met haar Oscarwinnende kortfilm Een Griekse Tragedie (1985)), Roman Klochkov, Jonas Geirnaert... en talloze andere filmmakers. Op onze bodem groeit dus inderdaad heel wat talent. Alleen: je kan de oogst nauwelijks 'Vlaams' noemen. De (co)producties zijn grotendeels internationaal, vele talenten werken voor buitenlandse filmproducenten en van een lokale autonomie is nauwelijks sprake. Het is niet omdat er enkele druppels Vlaams bloed mee gemoeid zijn, dat iets inherent is aan onze regio. Laat het merendeel van de makers op leven en dood 'Schild en Vriend' schreeuwen en het creatieteam zal ferm uitgedund het strijdperk verlaten.

Vlaams talent creëert dus zeker en vast bij de vleet, maar dat 'Vlaams' in 'Vlaamse animatiefilm' valt met een kilo zout te nemen. Filmfans met een Vlaanderen-boven-mentaliteit zullen dus nog enige tijd op hun kin moeten kloppen: hoewel lokale animatiefilmmakers zich uitgebreid moeien met internationale projecten, oogt het enigszins overmoedig om werkelijk te spreken over animatiefilmflandriens.

Onze partners