Er zijn van die programma’s waar wij op de redactie niet noodzakelijk graag naar kijken, maar waarvan we wel de vergadering hadden willen bijwonen waarop het eerste, embryonale idee werd gepitcht. Die van Astrid & Natalia: back to reality, bijvoorbeeld. Of Badgast met Tom Waes als badgast. Of die van – ik beeld me nu even het concrete gesprek in – ‘een comedyserie die zich afspeelt in de middeleeuwen’.
‘In de middeleeuwen? Een comedyserie?’
‘Ja, over een nar, zijn zus, een gravin en haar neef.’
‘Hmm. Was dat geen triestige tijd? Met pest en oorlog?’
‘Zot!’
‘Zot?’
‘Dat is de titel.’
‘Hmm. Kostuumdrama is altijd duur. Ook als het comedy is.’
‘We filmen alles in de studio. We bouwen een kasteel na in bordkarton. Geen dure locaties. En we kiezen enigszins bekende namen voor de hoofdrollen, maar de rest vullen we in met amateurs die blij zijn dat ze eens op tv mogen komen. En met Jens Dendoncker, die net als Tom Waes de acteur in zichzelf wil tonen. Voor die kans is hij bereid zelf te betalen.’
‘Verkocht!’
Hoe is het bestaan van Zot! anders te verklaren? Een comedyserie die zich in de middeleeuwen zoals we in de lagere school leren dat de middeleeuwen er moeten hebben uitgezien. Al hebben bedenkers Seppe Toremans en David Vennix er zich wel voor behoed om alle clichés op een onoverzichtelijke hoop te stapelen. Zot! onderneemt zelfs een poging om zogenaamd grappige speldenprikken uit te delen over de actuele tijden waarin we leven.
Zo is er de gravin Isabella (Charlotte Timmers) die het bewind over het graafschap van haar vader heeft overgenomen. De vader was nogal autoritair, type Poetin, en hield er al eens van om lastige onderdanen op te knopen, te onthoofden of door een raamloos venster te duwen. Hij regeerde met ijzeren vuist, maar Isabella wil alles anders doen. Tegen de zin van haar kamenierster Ageetje (Ruth Beeckmans), die een onthoofding op tijd en stond wel kan appreciëren, maar die vooral houdt van regels, tradities en zo weinig mogelijk verandering.
Omdat de vorige nar samen met zijn heer is opgegeten door een beer – geen vragen stellen, het is het type humor waar ze bij Zot! zot van zijn – spoort Ageetje in een lokale herberg een vervanger op: Diederik (Dendoncker) en zijn zus Marie (Ayana Doucouré). Wanneer beiden zich langs de wachters naar de troonzaal wurmen, laat Isabella weten dat ze niet van plan is de oude nar te vervangen. Niet door Diederik. Niet door om het even wie. Ze wil geen narren meer. ‘Ge moet ons niet alles afpakken’, zucht Ageetje beteuterd. Nee, de verwijzingen naar actuele fricties en polariserende kwesties – denk aan woke, aan woke en aan woke – zijn zelden subtiel.
Zot! heeft iets van een comedyavond waar de beste moppen geplukt zijn van De Druivelaar.
Tussendoor koken Toremans en Vennix met werkelijk alle ingrediënten van de slapstick. Pogingen van Diederik om klagende onderdanen met wat koude kunstjes af te leiden, ontaarden in een vuistgevecht waarbij kippen, rapen en appelen door de lucht vliegen. Je zou het hilarisch kunnen noemen, maar het heeft iets van een comedyavond waar de beste moppen geplukt zijn van de scheurkalender van De Druivelaar.
Naarmate ik dieper afdaalde in het universum van Zot! raakte ik steeds meer verbijsterd. Over het ja-woord dat ooit aan deze reeks werd gegeven. Over het feit dat niemand tijdens het maakproces gezegd heeft: ‘Het is goed geweest, deze grap heeft nu wel lang genoeg geduurd. We gaan toch niet echt een middeleeuwse comedyserie maken met Jens Dendoncker als acteur? Dat is te zot voor woorden. Kunnen we niets anders bedenken? Een echte satire over de huidige tijd?’ ‘Zot’, moet men daarop eensgezind gezegd hebben, waarna Zot! ontstond als levend bewijs van overbodigheid.