In ‘Dwars Door de Lage Landen’ rooft Arnout Hauben kringwinkels leeg, van Oostende tot Pieterburen

Kristof Dalle Journalist

Deze keer kuiert, banjert, pikkelt, beent en schrijdt Arnout Hauben Dwars door de Lage Landen. ‘Nationaliteit? Het landschap bepaalt de volksaard.’

Vorig jaar maakte tv-maker Arnout Hauben van een pandemische nood nog een deugd en zocht hij de verhalen dicht bij huis. Maar Dwars door België smaakte naar meer. ‘Ik was vergeten wat een luxe het is om in eigen land en taalgebied te avonturieren, zonder tolken en tussenpersonen’, vertelt Hauben. ‘Je kunt de stiltes en subtiele aarzelingen op die manier ook beter lezen, waardoor de gesprekken onderweg net dat tikje dieper gaan.’ Dus marcheerde hij deze keer, voor Dwars door de Lage Landen, 900 kilometer van Oostende naar Pieterburen, in het uiterste noorden van Nederland. ‘Nu de reeks gemonteerd is, merk ik ook dat ik er tijdens die wandelingen te dicht op zit om goed te zien waar we mee bezig zijn. Je rijgt de streken en verhalen als een parelsnoer aan elkaar, maar echt perspectief komt pas achteraf. Zo heb ik tijdens het wandelen amper een verschil opgemerkt tussen Vlamingen en Nederlanders. Pas achteraf bedacht ik me dat het ‘m eigenlijk vooral in de streek zit waar iemand woont, ongeacht de nationaliteit. Het landschap bepaalt de volksaard. In de West-Vlaamse polders kwam ik bijvoorbeeld krek dezelfde mensen tegen als in de buurt rond Groningen. En wie in de Kempen woont, het nageborchte van het rijke Antwerpen, heeft opvallend veel gemeen met inwoners van Achterhoek in de schaduw van Amsterdam.’

Er zijn van die momenten die je heel even uit balans brengen. Je krijgt er zo’n drietal per trip, maar ik koester ze allemaal.

Zijn er jou zo nog zaken opgevallen?

Arnout Hauben:(denkt na) Ik heb voor een groot stuk de noordgrens van België en de oostgrens van Nederland gevolgd. De landelijke Lage Landen. En dan valt op dat dorpen en gehuchten verhalen beter vasthouden. In een stad vervliegt alles heel snel.

En als we terug even inzoomen: welke ontmoeting bleef deze keer vooral hangen?

Hauben:(snel) Die met Marc, een man die we in het onooglijke Nederlandse dorpje Smakt – op de grens van Limburg en Noord-Brabant – leerden kennen. Daar staat een kapel voor de heilige Jozef waar mensen komen om een nieuw lief, een vlotte verkoop van hun huis of een pijnloze dood af te smeken. We hadden er al een zeer fijne, zeer vrolijke dag op zitten toen we bij de kapel arriveerden. Een perfect uitgelichte kapel, bijna een set van Fellini, met vooraan twee geknielde mannen. Marc en zijn zeer katholieke Poolse collega. Die had de terminaal zieke Marc meegetroond om te bidden tot Sint-Jozef. Dat zijn de momenten die je heel even uit balans brengen. Je krijgt er zo’n drietal per trip, maar ik koester ze allemaal.

Je draaide Dwars door de Lage Landen halverwege 2021, in de natste zomer in jaren.

Hauben: Regen is vooral de vijand van onze apparatuur. Wij werken namelijk met goedkope camera’s, van amper 2000 euro: je kunt daar zowat alles mee doen en die blijven bollen. Alleen kunnen die echt niet tegen de regen. Maar ik heb op een schijnbaar meesterlijke maar eigenlijk zeer toevallige wijze die natte rotzomer grotendeels kunnen vermijden. In de zomervakantie moet je nu eenmaal geen programma als Dwars door de Lage Landen maken: iedereen zit dan overal. Je moeten draaien wanneer het normale leven zijn gangetje gaat. Het Belgische luik heb ik bijvoorbeeld in juni gestapt, wat een droge maand was. Nederland volgde in september en oktober. Het water heeft me af en toe in de botten gestaan, maar nooit dagen aan een stuk. En verder? Lang leve de kringloopwinkel!

Hoezo?

Hauben: Is het jou al opgevallen dat men vandaag geen kwaliteitsvolle paraplu’s meer maakt? Met die flauwe rommel uit de supermarkt kom je echt niet ver. Dus hebben wij er ondertussen een sport van gemaakt om die voor één euro per stuk in bulk in kringloopwinkels te kopen. Van die twintig jaar oude exemplaren liefst, en de gekste modellen eerst. Dat geeft wat extra lichtheid aan onze tocht.

Het is ondertussen de tiende keer dat je voor De Chinezen de wandelschoenen aantrekt…

Hauben: De rugzak.

Nog eens?

Hauben: Dat ik een rugzak omgord voor De Chinezen. Is dat eigenlijk niet correcter? Dat wandelen is zo’n beetje onbedoeld mijn merk geworden, maar eigenlijk heb ik dat eerder enkel in Ten oorlog I en Dwars door België gedaan.

Hebben we nu onbedoeld een snaar geraakt?

Hauben: Nee, hoor. (lacht) Het steekt soms gewoon een beetje wanneer we een programma maken over de Eerste Wereldoorlog, of over vergeten historische figuren, en dat weggezet wordt als ‘Nonkel Arnout gaat op wandel’. Het is toch net iets meer dan dat. Wij brengen geschiedenis, maar op een brede, zeer democratische manier. Dat is toch zo’n beetje mijn missie.

Jouw vader is hoogleraar geschiedenis, terwijl geschiedenis democratiseren niet zelden betekent dat je bochten moet afsnijden voor de algemene verteerbaarheid. Levert dat soms voer voor discussies?

Hauben: Mijn vader is een zeer, zéér erudiet man. Ik twijfel er dus niet aan dat hij het onderscheid kan maken tussen diepgang en eerder interesse proberen los te weken. Ik hou ervan om de geschiedenis een gezicht te geven. Voor Ten oorlog I doken we bijvoorbeeld in de dagboeken van soldaten. Ik zoek zeer graag naar het kleine perspectief in een grote geschiedenis.

Dwars door de Lage Landen

Vanaf maandag 21/3 op Eén. Op zondag 20/3 wordt het gelijknamige boek gepresenteerd op boekenfestival Faar, van 17 tot 20/3 in Oostende. Alle info: faar-oostende.be

Arnout Hauben

Geboren in 1976 in Leuven.

Studeert documentaire aan Sint-Lukas Brussel.

Werkt voor Woestijnvis mee aan Man bijt hond en Meneer doktoor en maakt er Weg naar Compostela.

Richt in 2011 met Elke Neuville en Mikhael Cops productiehuis De Chinezen op.

Scoort al jaren met zijn reportagereeksen voor Eén, zoals Ten oorlog, Rond de Noordzee, De helden van Arnout, Dwars door de Middellandse Zee en Dwars door België.

Partner Content