‘House of the Dragon’ versus ‘The Rings of Power’: wie wint the battle of the prequels?

© National
Geert Zagers
Geert Zagers Journalist bij Knack Focus

Nu zowel House of the Dragon als The Rings of Power hun debuutseizoen hebben afgerond: wie heeft de eerste ronde gewonnen? – Waarschuwing: dit stuk bevat spoilers.

House of the Dragon: de uitdager met het meeste lef

Je moet het Ryan Condal nageven: hij durft. Had je de gemiddelde fan gevraagd wat Game of ThronesGame of Thrones maakte, dan had die de grootse schaal, de blockbustergevechten en de onvoorspelbare twists genoemd. De showrunner van House of the Dragon hield er evenwel een andere mening op na. Minder epiek, meer paleispolitiek: het eerste seizoen van de prequel was Succession met incest.

© National

Het begon dan ook verrassend bescheiden qua scope, of toch in vergelijking met zijn voorganger. House of the Dragon deed het met één familie en één centrale vraag: wie werd de opvolger van Viserys Targaryan, de koning van Westeros die, te oordelen naar de leproze plekken op zijn rug, niet zo héél lang meer te leven had? Was het zijn oudste dochter Rhaenyra Targaryan, die hij zelf tot troonopvolger benoemd had, maar alleen al door haar geslacht – en haar drie bastaardkinderen – gecontesteerd werd? Of werd het Aegon Targaryan, zijn eerstgeboren zoon uit een tweede huwelijk en de spirituele voorouder van King Joffrey uit de oorspronkelijke reeks?

© National

Westeros leek zelfs gekrompen. Terwijl Game of Thrones in zijn eerste seizoen tientallen personages over de volledige landkaart liet dwalen, smeedde House of the Dragon binnenskamers aan een opvolgingsplot in drie kastelen, een reeks diners en vergaderingen en veel gekonkelfoes. (Wat je je toch doet afvragen: waar is die 15 miljoen dollar per aflevering precies aan gespendeerd? Tafeldecoratie? Of is draken-cgi echt zó duur?)

Minder epiek, meer paleispolitiek: het eerste seizoen van House of the Dragon was Succession met incest.

Ondertussen werd er uitgehuwelijkt, werden er draken uitgedeeld, werden er kinderen geboren en werden die kinderen in sneltempo volwassen. Het was dan ook niet dat er niets gebeurde. Bij momenten ging het zelfs té gejaagd, alsof de kwalijke geest van het desastreuze laatste seizoen van Game of Thrones was teruggekeerd. House of the Dragon had niet één, maar twee tijdssprongen nodig om zijn verhaal verteld te krijgen, negentien jaar aan gebeurtenissen, waarbij de ontwikkeling van de personages opgeofferd werd voor plot, plot, plot. Aemond had één rit op een draak nodig om van een gepeste outsider in een vilein alfamannetje te veranderen. Daemon, zijn schoonbroer/nonkel, ging in tien afleveringen tijd van een sadistische, incestueuze vrouwenmoordenaar over een liefhebbende, incestueuze echtgenoot naar een oorlogszuchtige, incestueuze realpolitiker. (‘Méér inteelt’ moet trouwens ook ergens op het moodboard van Ryan Condal gestaan hebben.)

© National

Maar House of the Dragon had nog iets anders geërfd van zijn voorganger: een talent voor spraakmakende televisiemomenten. Iemand verloor een oog. Iemand verloor een hoofd. Iemand had een voetenfetisj. Behalve voor koninklijke inteelt, bleek de prequel ook een verontrustende obsessie met gruwelijke bevallingen te hebben, met twee moeders die stierven in het kraambed en twee kinderen die doodgeboren werden. (Serieus: je wilt niet bevallen in Westeros.) Ergens zat daar een punt in over de positie van vrouwen in een middeleeuwse fantasysetting – ‘Voor mannen is het huwelijk een politieke aangelegenheid, voor vrouwen kan het een doodstraf zijn’, aldus Rhaenyra – maar het kwam er nogal onbeholpen uit. Wat meteen ook het voornaamste probleem van het eerste seizoen was: House of the Dragon was een entertainende soap in King’s Landing, maar het ging nergens naartoe.

© National

Of beter: het léék nergens naartoe te gaan. Want in de laatste twee afleveringen liet House of the Dragon zijn ware gelaat zien, nadat Viserys, de koning die maar niet wilde doodgaan, dan toch het loodje had gelegd. (Meteen het eerste personage in de franchise dat een natuurlijke dood stierf.) Toen de opvolgingsstrijd eenmaal was losgebarsten, toonde House of the Dragon waar het acht afleveringen lang naar had opgebouwd: een onafwendbare oorlog. House of the Dragon had in zijn eerste seizoen zorgvuldig de personages, hun ambities en motivaties geïntroduceerd, als pionnen die op het spelbord werden gezet. De kinderruzies, misverstanden, gebroken vriendschappen en joyrides op een draak waren daarbij niet zonder consequenties. Ze bepaalden hoe de facties verdeeld werden. Een subplot die ook in Game of Thrones zat, maar hier beter werd uitgewerkt.

© National

Zoals gezegd: Ryan Condal durft. De uitvoering was niet vlekkeloos, maar het idee werkte: seizoen één van House of the Dragon was een prequel van de prequel, waarna straks het echte werk kan beginnen. Geen enkel personage dat de woorden laat vallen, maar de blik van Rhaenyra waar het eerste seizoen op eindigde, zei genoeg: war is coming.

The Rings of Power: de kandidaat van het grote geld

Precies een half uur lang leek The Rings of Power de tegenstand te versmachten. Net de epische schaal die House of the Dragon miste, was hier het uithangbord. De prequel die zich om juridische redenen geen prequel mag noemen, maakte zijn debuut op het tv-bal met het prijskaartje strategisch uit de broek. In een halfuur tijd werd er met legioenen gevochten, op ijsbergen geklommen en werden er zeeën bevaren. In de bossen van Middle-Earth lagen prachtige nomadische dorpen verscholen, bewoond door de hobbits die zich om juridische redenen geen hobbits mochten noemen. Op heuveltoppen leefden de elven in een bucolische idylle in hi-def. The Rings of Power zette een nieuwe visuele standaard voor fantasy op televisie. Dit is hoe 450 miljoen dollar eruitziet, was het overduidelijke statement. En dan hield The Rings of Power zijn pronkstukken, de vergulde eilandstaat Númenor en de onderaardse mijnstad Khazad-dûm, nog achter de hand voor de tweede aflevering.

© National

Alleen: daarmee had The Rings of Power meteen zijn grootste troef op tafel geworpen. Wat volgde was – we moeten daar eerlijk in zijn – verrassend middelmatige televisie. Dat lag aan de overaanwezige soundtrack, die Peter Jacksons filmtrilogie geforceerd probeerde te emuleren, en aan de houterige, theatrale acteerstijl, waarbij Ernstige Mensen voortdurend Ernstige Dingen declameren. Maar het grootste manco was simpeler dan dat: inspiratie. Amazon had 250 miljoen dollar betaald op de rechten op de Second Age, het tijdperk waarin de ringen uit The Lord of the Rings gesmeed werden, Mordor ontstond en de grote allianties gevormd werden. Wat min of meer neerkwam op een kwart miljard voor een veredelde Wikipedia-pagina, goed voor drieduizend jaar aan gebeurtenissen, en Tolkiens zinnetje ‘Of events in Middle-earth the records are few and brief, and their dates are often uncertain’. Hadden ze er niet mee gekocht: goede personages en een deugdelijk plot.

Het valt op hoe The Rings of Power, veel meer dan House of the Dragon, gebukt ging onder de erfenis van Westeros.

De pogingen om een pact tussen de elven en de dwergen te smeden, centraal in de plot van seizoen één, lieten zich samenvatten als ‘Eerst wel, dan niet, dan wel en dan toch niet (maar wellicht straks wel)’. Die tussen de elven en Númenor was dan weer ‘Eerst niet, dan wel, toch niet, toch wel, misschien niet en zeker wel’. Er was Galadriel, de elf die én nobel was én de beste vechter was én altijd gelijk had én dus vooral een oninteressant personage bleek. Er was Durin, de dwerg met een norse bolster en een hart van goud die in élke fantasyreeks zit. Tussendoor werd er héél veel gespeecht over het belang van vriendschap, plicht, overtuiging en of je de donkerte eerst moet aanraken om het licht te kunnen zien. The Rings of Power zag er uit als The Lord of the Rings, maar voelde als een merkloze kopie van Tolkien.

Niet dat The Rings of Power slecht was. Het was gewoon een tikje saai. Braaf ook. Wat dan weer veel te maken had met de franchise die als een schaduw boven dit eerste seizoen hing: Game of Thrones. Het valt op hoe The Rings of Power, veel meer dan House of the Dragon, gebukt ging onder de erfenis van Westeros. Geen toeval: Game of Thrones was destijds een reactie op de simpele heroïek van The Lord of the Rings. (‘Wat was Aragorns belastingbeleid?’ heeft George R.R. Martin ooit gezegd.) J.D. Payne en Patrick McKay, de showrunners van de prequel, wilden op hun beurt dan weer een antwoord bieden op de immorele donkerte van Game of Thrones en de antiheldenfictie van de laatste jaren. Een terugkeer naar de edelmoedige avonturenzin van weleer. Dat was een gok waar op voorhand al enige twijfel over bestond, en die ook in praktijk niet goed uitpakte.

© National

The Rings of Power probeerde het wel. Er werd voorzichtig gepoogd om The Lord of the Rings naar een hedendaags televisietijdperk te vertalen, zonder de geest van de filmtrilogie te verloochenen. De absolute strijd tussen goed en kwaad waar Tolkien zijn verhalen op bouwde, kreeg hier grijswaarden. Galadriel, die balanceerde tussen obsessie en overtuiging, ontdekte al snel dat het goede proberen te doen met een prijs komt. Adar, de leider van de Orcs die eruitzag alsof hij bas speelt bij Kiss, was dan weer geen eendimensionale verpersoonlijking van het kwade, maar een man die een thuisland zocht voor zijn volk. Tegelijk kreeg Middle-Earth een dosis mysterie geïnjecteerd, ook iets waar Tolkien zich nooit aan had gewaagd. Alleen leverde dat zelden meeslepende televisie op. Daarvoor was de uitvoering simpelweg niet goed genoeg.

© National

Zo was dé vraag van dit eerste seizoen wie Sauron was, het boze oog uit The Lord of the Rings dat hier nog in zijn menselijke gedaante rondliep. Was het de mysterieuze reus die uit de hemel was gevallen en betrekkelijk hard op een jonge Gandalf leek? Was het de mysterieuze leider van de Orcs die de makers wel héél nadrukkelijk als Sauron probeerden te introduceren? Of was het die ene mysterieuze man waarvan het in aflevering twee al overduidelijk was dat hij Sauron was? Laat ons zeggen dat dé twist van de achtste en laatste aflevering niet bijster goed uitpakte.

© National

Niet toevallig leek The Rings of Power ook dan pas, toen de personages eenmaal geïntroduceerd en de kampen gekozen waren, op gang te komen. War is coming. Ook hier. Spijtig genoeg was het seizoen toen al zeven en een halve aflevering ver.

Het verdict

House of the Dragon wint met sprekend gemak, met dank aan zijn laatste twee afleveringen. The Rings of Power was dan misschien filmischer, House of the Dragon was de betere televisie. De Game of Thrones-prequel was niet zonder manco’s, maar wel meeslepend, gedurfd en vooral: hij deed over zich spreken. Een voorwaarde om erboven uit te steken in het overbevolkte blockbusterlandschap van vandaag die The Rings of Power leek te zijn vergeten. Want nee, ‘Wat vond je van Elronds speech over vriendschap versus plicht vorige vrijdag?’ is geen gespreksonderwerp aan een waterkoeler.

Al is de voornaamste conclusie na de eerste seizoenen misschien vooral dat de definitieve strijd nog moet beginnen. Zowel House of the Dragon als The Rings of Power was één langgerekte pilotaflevering, een prelude op wat de reeksen straks écht zullen worden. De ene ging te snel, de andere de traag, maar zowel in Westeros als Middle-Earth staat het spelbord eindelijk klaar. Tijd om met de teerlingen te werpen.

Game of Thrones: House of the Dragon

Nog steeds te zien op Streamz.

The Lord of the Rings: The Rings of Power

Nog steeds te zien op Amazon Prime Video.

Lees meer over:

Partner Content