Hoe Mosselen om half twee cult werd, tegen beter weten in

© Jef Boes
Kristof Dalle Journalist

Net nu de tigste podcastrenaissance ingezet lijkt, trekt stand-upper en mediaconferencier Xander De Rycke de stekker uit Mosselen om half twee – na maar liefst 300 afleveringen. ‘Holy shit, wat zijn wij een bende onnozelaars, maar holy shit, wat was dit leuk om te maken.’

Iets met een Zelzaatse mammoetkat. De rehabilitatie van Fievel Goes West. Alex Agnew en Jens Dendoncker die druk schreeuwend een Japanse pornofilm evoceren. Een biljartkeu met een eigen Twitteraccount. Een kuifhoen waar verbazend veel fanart van bestaat. Een LA-reis, samengevat in een dia-avond (in een toch nogal auditief medium). Jelle De Beule en Koen De Poorter die aan de hand van Eddy Wally-biografieën – meervoud – diens reis naar Rusland naspelen: ‘Mister Gorb-sacoche, tear down that wall!’

‘Of diezelfde Jelle De Beule die voor mijn verjaardag op het podium van comedycafé The Joker klimt, me uit de kelder gepikte Royco-soepjes cadeau doet, en daarna twee Fever-Trees over zijn kruis uitgiet’, vult Xander De Rycke aan. ‘Nee?’

‘Bwoah.’

‘Ja sorry, maar ik vond dat dus héél geestig.’

Om maar te zeggen: er zat nogal wat dragon energy in Mosselen om half twee, de comedypodcast van Xander De Rycke and friends. Wat in mei 2011 rond de keukentafel begon, met onder meer William Boeva, Seppe Toremans en Gilles Van Schuylenbergh, groeide uit tot een ijkpunt van de Vlaamse podcast, met een gemiddelde van tien- à twintigduizend downloads per week. Ondertussen is het medium twee à drie keer dood en weer levend verklaard. De Rycke deed al die tijd gewoon naarstig verder. Maar na 300 afleveringen houdt hij het op 16 mei toch voor bekeken, met een drukbevolkte liveshow in de Arenberg als orgelpunt. ‘De Avengers: Infinity War van Mosselen om half twee eigenlijk. Al is het te hopen dat die 25 man op het podium niet allemaal door elkaar beginnen te praten.’

In Berlijn riep mijn vriendin plots uit: “Ik heb het gehad met de Joden, Xander. Ik wil cocktails en bruschetta.” Dan weet ik: dat komt in de podcast.

‘Wij zijn cult tegen beter weten in’, bedacht je je ooit. Heb je ondertussen een verklaring gevonden voor het succes van je podcast?

Xander De Rycke: Naar verluidt kun je nooit voor iedereen goed doen. Maar dat is dus wel exact wat wij geprobeerd hebben. Iedereen kan zijn gading vinden in die 300 afleveringen: onvervalst geleuter onder vrienden in de tekenwinkel van Gilles, liveopnames in The Joker met andere comedians, of gewoon Xander die loosgaat over popcultuur. En als je één keer anderhalf uur over Dr. Who volpraat met Fokke van der Meulen en Lieven Scheire, blijven de meeste van die whovians daarna ook wel hangen.

(denkt na) Ooit heb ik gezegd dat Siska Schoeters op de radio nogal sterk als Samson klonk. Waarna we voor de tweehonderdste aflevering een cover van Slaapliedje maakten in de versie van ‘Siska’ en ‘Thomas De Soete’. Wat nog later uitmondde in een live-act in de Vooruit met Gilles in een rood hemd, en Dimitri (De Brucker, nvdr.) geschminkt als bobtail met sportsokken als oren. Op dat punt speel je met een vreemde parodie van een bizarre vertakking van een oude mop, en toch zie je een zevenhonderdkoppig publiek grijnzen: ‘Ah, de klassiekers.’ (lacht) Zeer magisch.

Als ik zelf een poging zou moeten doen: het zit ‘m in de mix van comedy, geekiness en nostalgie, die heel goed binnenloopt bij de gemiddelde twintiger en dertiger.

De Rycke: Vandaag is nostalgie een product als een ander geworden – zelfs VTM heeft dat nu door – maar wij hebben daar zeven jaar geleden al op gecasht. (lacht) Ik heb het één zomer lang uitsluitend over oude kindertelevisie gehad, waarbij ik de podcast puur als excuus gebruikte om met Gert Verhulst te praten, of pinten te drinken met Arthur van Schuif af in het originele Château Arthur.

Waarom de afleveringen waarin jullie louter voorlezen uit de biografieën van Eddy Wally zo goed blijven werken, daar heb ik dan weer géén verklaring voor.

De Rycke: Dat is als lachen met Maggie De Blocks gewicht na 2013, ja. Maar we lachen eigenlijk niet met hem, maar met de debiele biografen die hem net niet heilig verklaarden, of er aan het einde een Wally-quiz aan hebben toegevoegd met vragen genre ‘Wat rijmt er op ‘ogen’?’ Nee, echt. Meestal stappen we na zo’n avond ook uit onze Studio Mussel met de gedachte: holy shit, wat zijn wij een bende onnozelaars, maar holy shit, wat was dit leuk om te maken.

Hoe Mosselen om half twee cult werd, tegen beter weten in
© Jef Boes

Twee jaar geleden dacht je ook al even aan stoppen. Maar na die mentale dip bouwden jullie Studio Mussel in Gent en leek het alsof je nog jaren door zou gaan.

De Rycke: Niemand vindt ons nog leuk, we kunnen het niet meer, dacht ik toen. Uiteindelijk heb ik me daarover gezet, maar ik merk dat ik nu toch nood aan ademruimte heb. De kans dat we ooit terugkeren, is groot, maar het zal alvast niet voor 2020 zijn.

Lag het wekelijkse tempo te hoog?

De Rycke: Onder andere. Je wilt ook geen middelmaat beginnen af te leveren. De zin om podcasts te maken blijft, maar ik heb net iets te veel paniekaanvallen op maandag gehad – ‘Kut, we hebben nog niks!’ – waarna ik mezelf kapot spurtte om toch nog iets ineen te draaien, en dat nog nahijgend op dinsdag online te gooien.

Hoe onderhoudend en community buildend podcasten ook moge zijn: valt er in Vlaanderen iets mee te verdienen?

De Rycke: De enige inkomsten kwamen uit de liveshows, waarmee we louter onze onkosten en apparatuur voor het jaar erop financierden. Er valt niks te verdienen met podcasts in Vlaanderen. Anderzijds is het ook heel moeilijk om met een podcast in het rood te gaan. Veel meer dan 30 dollar per maand om alle afleveringen voor eeuwig online te houden kost me dat ook niet. We hebben wel een strip uitgegeven (Nacht van de struisvogel , nvdr.) en wat merchandising. In beperkte oplage weliswaar, want ik ben ook niet gek: ik wil niet eindigen als een zonderlinge tachtiger met een kelder vol onverkochte T-shirt van een podcast uit 2011.

Van vier uur durende interviews, zoals dat met Urbanus, tot visuele keynotes: als er al podcastregels bestaan, leek jij je daar weinig van aan te trekken.

De Rycke: De regels zijn zoals je die zelf bepaalt. Als iets goed is, beluister je het toch helemaal, ook al duurt het vier uur. En die keynotes, voor ons, en voor wie ons via de livestream volgde, waren dat zeer leuke avonden. Misschien niet voor wie het later enkel met geluid moest doen tijdens het pendelen, maar hey, de week daarop kregen die dan wel wat anders.

Heb je het gevoel dat andere Vlaamse podcasts ondertussen goed naar jullie geluisterd hebben?

De Rycke: (lacht) Echte kul zoals Mosselen wordt vandaag nergens anders gemaakt. Hoogstens hoor je een bepaalde vorm terugkeren. Want hoewel iedereen vanuit zijn eigen niche vertrekt, komt het nogal vaak neer op sfeervol lullen rond een tafel.

Dit jaar zal ik in mijn mediaconference Karen maakt een plaat moeten bespreken. Ze heeft me al preventief ontvolgd op Twitter.

De grens tussen sfeervol lullen en bullshitten tot het vervelend wordt, is dun. Er zijn nogal wat internationale comedians, zoals Jim Jefferies of Bill Burr, wier podcasts doorschieten naar dat laatste. Omdat ze echt niks voorbereiden.

De Rycke: Ik heb sowieso al nooit het zelfvertrouwen gehad om enkel met mezelf te lullen: ik moet kunnen pingpongen. In onze puurste podcasts praten Gilles en ik vanuit zijn tekenwinkel gewoon over onze week. Maar ik zorg wel dat ik op voorhand weet waarover we het zullen hebben, zodat het vooruit kan gaan.

Forceer je nog steeds anekdotes in functie van de podcast? Je bent ooit bijna verdronken in de Golf van Mexico omdat je ging snorkelen in een storm. ‘Voor de anekdote.’

De Rycke: Xander die bijna verzuipt in Mexico, da’s dankbaar podcastmateriaal, hè. Je kunt me daar minstens een halfuur mee pesten. Al heb ik aan mijn vriendin ook een dankbare bron van anekdotiek. Zo stonden we onlangs op de Topographie des Terrors, het voormalige Gestapohoofdkwartier in Berlijn, toen zij plots uitriep: ‘Ik heb het gehad met de Joden, Xander. Ik wil cocktails en een dikke bruschetta.’ (lacht) Dan weet ik meteen: die gebruik ik binnenkort.

Tot slot, met je mediaconference Houdt het voor bekeken(HHVB) heb je een flink aantal mensen in de sector tegen de schenen geschopt. Sinds je Nathalie Meskens, ooit een gast bij jullie, een Afghaanse windhond noemde moet je haar waarschijnlijk niet meer vragen. Hoe moeilijk werd het op den duur om nog grote namen te strikken?

De Rycke:(grijnst) Of neem nu Karen Damen, die ook ooit in de podcast zat en die ik – echt – een sympathieke en getalenteerde vrouw vind. Alleen, dit jaar zal ik Karen maakt een plaat moeten bespreken, en ik ben niet bepaald van plan met bloemen te gooien. Ze heeft me blijkbaar al preventief ontvolgd op Twitter. ( lacht) Ik maak me dus weinig illusies: die moest ik niet uitnodigen voor de driehonderdste Mosselen.

Na zeven jaar zijn de levens en carrières van onze groep gewoon ook sterk veranderd. Ik héb sinds dit jaar een carrière, bijvoorbeeld. En door Houdt het voor bekeken is de laatste naïviteit er ook uit. We leven in Gert Late Night-tijden, waarin we de ‘echte’ Verhulst hebben leren kennen, en ik ben niet langer Xander de C-klassecomedian die met zijn dictafoontje naar Studio 100 spoort maar wel die HHVB-lul die schreeuwt op het podium en alles in brand probeert te steken.

Mosselen om half twee: live!

Op 16/5 in de Arenbergschouwburg, Antwerpen, arenbergschouwburg.be

De podcast vindt u nog steeds op mosselen0130.be

MEDEMOSSELEN OVER ZEVEN JAAR PODCAST

LIEVEN SCHEIRE

Neveneffect. Tv-presentator. Meetjeslandse afgezant.


‘Xander moet zowat de enige Vlaming zijn die beide podcastgolven heeft meegemaakt. Hij heeft het genre in 2011 zo’n beetje op zichzelf ontdekt in Vlaanderen, en mij uiteindelijk ook op weg gezet. Ten tijde van De Kruitfabriekinterviewde ik onze wetenschappelijke tafelgasten na uitzending nog voor de website van Vier. Hij was degene die me er – terecht – op wees dat zoiets veel beter zou werken als podcast. Wat later is uitgemond in de Mosselen-spin-off Moules de Geek en vandaag in mijn Nerdland-podcast.


‘Vorige week had ik nog een heel fijne avond met alle Neveneffecten samen, maar moest ik helaas vroeger vertrekken om te gaan werken. Dus zette ik in de wagen de aflevering op waarin Koen en Jelle de Eddy Wally-boeken naspeelden. Zo ver is het dus gekomen: ik rij weg van mijn vrienden om naar mijn surrogaatvrienden op podcast te luisteren.’


Memorabel: ‘De recente podcast met uitsluitend Meetjeslandse native speakers. Bijzonder plezant, gelukkig ook voor wie mijn moerstaal niet machtig is. Of de aflevering met Otto-Jan Ham, toen nog StuBru, die zich na twintig minuten al afvroeg of er nog wel iemand naar die onzin zat te luisteren. Die verbijstering van een traditionele radiomaker dat duizenden mensen de tijd zouden nemen om een gesprek van anderhalf uur te beluisteren: heel schoon.


Kickt af met: de maandelijkse wetenschapspodcast Nerdland.


FOKKE VAN DER MEULEN

Uitbater comedycafé The Joker. ‘Opa’ en vaste sidekick tijdens de liveopnames.


Mosselen was altijd leuk om te doen, al heb ik lang aan het idee moeten wennen dat er effectief mensen naar luisteren. (lacht) Ik hield vooral van liveopnames, want ik ben geen komiek, en in het luchtledige lullen, is voor mij wat te onduidelijk. Bovendien word je net iets scherper en geestiger met een publiek voor je neus. Al gelooft Xander dat dat vooral het lachbandeffect is: anderen horen lachen op de achtergrond maakt alles leuker.’


Memorabel: ‘Jacques Vermeire in The Joker: wat een energie. Wij konden gewoon achteruit gaan zitten terwijl hij ging. Hard. Die heeft als zestiger nog meer energie dan ik ooit heb gehad. Voor mijn verjaardag hebben we ooit ook mijn afstudeerproject fotografie becommentarieerd, een soort Bond-kortfilm met de toen nog onbekende Koen De Graeve, Adriaan Van den Hoof, Tine en Pieter Embrechts…


Kickt af met: Fokcast, een comedypodcast vanuit de kelder van The Joker.

Partner Content