Waarom Iggy Pop op Jazz Middelheim zo gek nog niet is

© Getty Images
Jonas Boel
Jonas Boel Jonas Boel is medewerker van Knack Focus

Er gingen nogal wat wenkbrauwen omhoog toen Jazz Middelheim de komst van Iggy Pop aankondigde. Maar zijn aanwezigheid houdt meer steek dan je zou denken.

De zomer van 1969, Amerika. Als een losgeslagen projectiel infiltreert Iggy Pop met The Stooges de muziekwereld. ‘De peetvader van de punk’, wordt hij later genoemd. ‘De pionier van het stagediven.’ Maar James ‘Jim’ Osterberg, zoals de man 75 jaar geleden in Michigan geboren werd, is altijd meer geweest dan de eenzijdige karikatuur die aan zijn historische bijnaam kleeft. Iggy Pop is een artiest die vrijheid, flexibiliteit en onvoorspelbaarheid hoog in het vaandel draagt. En zijn dat niet drie eigenschappen die innig verbonden zijn met de jazzwereld?

Miles Davis

‘Sun Ra’, antwoordde Iggy toen hem in de begindagen van The Stooges door een festivalorganisator gevraagd werd welke artiest hij graag zag aantreden in de aanloop naar zijn eigen band. De keuze viel op Herman Poole Blount uit Alabama, sinds begin jaren vijftig bekend als toetsenist, componist, orkestleider en cultfiguur Sun Ra, pionier van het afrofuturisme en de kosmisch geïnspireerde jazz. Jazzgrootheden als Don Cherry, Phil Cohran en Pharoah Sanders liepen ooit school in zijn begeleidingsband The Arkestra, een los-vast kluwen muzikanten uitgedost in uitzinnige, Midden-Oosters geïnspireerde kostuums, met een contingent saxofonisten die zich regelmatig tussen het publiek de ziel uit het lijf blies. Iggy het podiumbeest kon zo’n spektakel wel smaken. ‘Ik heb Sun Ra altijd geapprecieerd. Hij trok zich weinig aan van conventies’, schreef hij enkele jaren geleden in een opiniestuk.

Ik heb Sun Ra altijd geapprecieerd. Hij trok zich weinig aan van conventies.

Iggy Pop

Wie de radio al eens afstemt op Iggy Confidential, zijn programma voor BBC Radio 6, kan er moeilijk omheen: Iggy heeft ook een enorm ontzag voor Miles Davis. Zijn liefde voor de trompettist begon in 1970, toen The Stooges aan hun tweede album Fun House werkten. Een groupie schotelde hem het pas verschenen fusionmeesterwerk Bitches Brew van Davis voor, en een verbijsterde Iggy hoorde meteen de connectie met zijn eigen muziek. ‘We hebben dezelfde grensoverschrijdende nonchalance, die ietwat vunzige, meer moderne funkvibe’, klonk het. Het live in de studio opgenomen Fun House was dan ook een album doordrenkt van jazzinvloeden. In de wild kolkende uithalen van gastsaxofonist Steve Mackay, tijdens tracks als 1970 en het kakofonische L.A. Blues, hoor je het rauwe avontuur en de onstuimige passie die Iggy en Stooges-gitarist Ron Asheton nastreefden, sterk beïnvloed als ze waren door de freejazzplaten waarmee John Coltrane, Pharoah Sanders en Archie Shepp de goede orde verstoorden. Vrijheid, live spelen, regels breken: punkrock en jazz lagen plots heel dicht bij elkaar.

Maar de seventies zijn voorbij. The Stooges’ allerlaatste bisronde eindigde in 2016, na de dood van drummer Scott Asheton. Iggy’s liefde voor de jazz is evenwel springlevend, zo blijkt de voorbije jaren. Hij ontpopte zich tot crooner en flirtte met antieke New Orleans-klanken op het album Préliminaires (2009), coverde Édith Piaf, Cole Porter en Frank Sinatra op Après (2012) en zong drie tracks in op Loneliness Road (2017), een album van het pianotrio Jamie Saft, Steve Swallow en Bobby Previte. Vorig jaar dook Iggy voor enkele songs op aan de zijde van Dr. Lonnie Smith, de toetsenist die eind jaren zestig grote sier maakte op Blue Note. Zijn eigen, meest recente album is Free (2019), mee in goede banen geleid door jazztrompettist Leron Thomas. Voor de sfeer op tracks als We Are the People, Dirty Sanchez en Do Not Go Gentle into That Good Night mocht die zich van Iggy baseren op Ascenseur pour l’échafaud, de iconische soundtrack bij de gelijknamige film van Louis Malle uit 1958, gecomponeerd en ingespeeld door… Miles Davis. ‘Iedereen kan spelen’, liet die ooit optekenen. ‘De noot telt maar voor twintig procent. Tachtig procent hangt af van the attitude of the motherfucker who plays it’. Et voilà, Miles was punk.

met Peaches
met Peaches © National
Samenwerkingen

De samenwerkingen met jazzmuzikanten als Lonnie Smith en Leron Thomas lijken ongewoon, maar zijn verre van uniek in Iggy Pops repertoire. Je zou meneer Osterberg gerust een meestersamenwerker kunnen noemen, een zingende kameleon die met zijn befaamde bariton diepte en contrast toevoegt aan elke kleur uit het muzikale spectrum. (En dat lang voor rappers er een erezaak van maakten om uit te pakken met bijzondere gastvocalen.)

Zo verscheen in 1987 al Risky, een door Iggy gezongen track op Neo Geo, een album van de Japanse synthpionier Ryuichi Sakamoto. Gooi het vandaag in een playlist en niemand vermoedt dat er sinds de opnames 35 jaren verstreken zijn. In 1990 scoorde Iggy zijn eerste hit in de Amerikaanse top vijftig met Candy, een duet met Kate Pierson, frontvrouw van The B-52’s. Hetzelfde jaar zong hij voor de liefdadigheidscompilatie Red Hot + Blue samen met Debbie Harry van Blondie Well, Did You Evah!, een cover van een nummer van Cole Porter uit 1939. Verder in de jaren negentig: een featuring op de song Daw Da Hiya van de Israëlische superster Ofra Haza, vier songs op de soundtrack van Emir Kusturica’s surrealistische indieprent Arizona Dream, in samenwerking met de Bosnische componist Goran Bregovic, en op het einde van het decennium, Aisha, een onverhoopte clubhit voor Iggy, in tandem met het Britse danceduo Death in Vegas.

Dat moet naar meer gesmaakt hebben, want sinds de jaren 2000 duikt Iggy gretig op aan de zijde van jonge(re), hippe(re) beeldenstormers. Zo is er het op de rand van pastiche balancerende Kick It, een duet met Peaches uit haar album Fatherfucker (2003), met geestige knipogen naar Iggy-klassiekers als I Wanna Be Your Dog en Search and Destroy. In 2010 wordt hij dan weer opgetrommeld door Danger Mouse om te figureren op Dark Night of the Soul, een conceptalbum met de band Sparklehorse. Maar niet alle songs waarover de peetvader zijn onsterfelijke cool laat schijnen zijn een succes: probeer maar eens zijn duet met Kesha, Dirty Love, van begin tot eind door te spartelen zonder van ergernis of gêne de tenen te krullen. Zijn wél geslaagde combinaties: The Pure and the Damned, de sombere aftitelingssong bij de thriller Good Time (2017), waarvoor Iggy in zee ging met electronicawizard Oneohtrix Point Never, en Teatime Dub Encounters, een ep uit 2018 samen met Underworld (ze kenden elkaar al van de soundtrack bij Trainspotting).

met Tyler, the creator en a$ap rocky voor gucci
met Tyler, the creator en a$ap rocky voor Gucci © National
Stijlicoon

Iggy Pop zal voor altijd de man zijn die de blote torso tot hét rock-’n-rolluniform opwaardeerde. Weinigen zijn zo herkenbaar met zo weinig om het lijf. Desondanks schuilt er ook een stijlicoon in Iggy.

Zo knipte hij bij de overgang van de sixties naar de seventies zijn haar kort, kleurde hij het rood en droeg hij een hondenhalsband rond de nek. Daarmee liep Iggy minstens een half decennium vooruit op de provocerende look van Britse punks als Sid Vicious en Siouxsie Sioux. Toen de hippies nog in olifantenpijpen doorheen strawberry fields dartelden, plooide Iggy zich tijdens concerten dubbel in versleten skinny jeans. Wanneer glamrock voorzichtig zijn intrede begon te maken, was hij er als de kippen bij om glitter, zilveren pantalons en donkere, gothic make-up onderdeel te maken van zijn minimalistische garderobe. Eén van de foto’s die de legendarische Mick Rock (de officieuze huisfotograaf van boezemvriend David Bowie) in die periode tijdens een optreden in Londen maakte, siert de cover van het Stooges-album Raw Power (1972).

Averechts, zo kan je de stijl van Iggy Pop nog het best omschrijven. Veel kiekjes van eind jaren zeventig, toen de punk hem eindelijk had bijgebeend, tonen een Iggy uitgedost in elegante kostuums, flamboyante hemden en grote zonnebrillen. Een glamourdandy pur sang, nauwelijks nog herkenbaar als de halfnaakte podiumduivel van een tiental jaar eerder. Toen Pop samen met Bowie naar Berlijn verkaste, knoopte hij daar een relatie aan met fotografe Esther Friedman, van wie hij weleens een bloes leende, en ook later mat Iggy zich af en toe een androgyne look aan. De halve planeet tuimelt tegenwoordig van zijn stoel wanneer Harry Styles of Brad Pitt in een jurk of rok op de rode loper verschijnt, maar Iggy deed het eerder: voor een shoot in T Magazine (een bijlage van The New York Times) in 2011 liet hij zich op de gevoelige plaat vastleggen in een cocktailjurk, in combinatie met een handtas van Dior. ‘Ik ben niet beschaamd om me als een vrouw te kleden, want ik denk niet dat het beschamend is om een vrouw te zijn’, vertelde hij daarover. Voor een reclamecampagne van Gucci hield Iggy het twee jaar geleden overigens gewoon bij stijlvolle kostuums, in het gezelschap van A$AP Rocky en Tyler, the Creator.

in lego rock world
in lego rock world © National
Iggy, de acteur

Iggy Pop is muzikaal en stilistisch een kameleon, zoveel staat vast. En laat ons vooral niet vergeten dat hij een fictief personage is. Een typetje, waarmee James Osterberg publiekelijk zijn demonen de vrije loop laat. Daar moest dus ook een acteercarrière van komen.

Dat bijberoep blijft eerder bescheiden, maar wanneer Iggy Pop in beeld verschijnt, kan je niet naast hem kijken. Dat is het geval bij geestige cameo’s in films als Sid and Nancy (1986) van Alex Cox en Martin Scorsese’s The Color of Money (1986). Van John Waters kreeg hij in diens rock-’n-rollmusical Cry-Baby meer schermtijd toebedeeld: hij speelt er de oom van het hoofdpersonage, vakkundig vertolkt door een jonge Johnny Depp. In Depps regiedebuut The Brave (1997) is Iggy dan weer even te zien als een man die aan een kippenbil smikkelt, en in de western Dead Man (1995) van Jim Jarmush zijn Pop en Depp opnieuw samen voor de camera te bewonderen. De een als een boekhouder op de vlucht, de ander als een stroper uitgedost in vrouwenkleren. U mag zelf raden wie welke rol speelt. De ene Jim laat in 2003 de andere Jim nog eens opdraven: in Coffee and Cigarettes speelt hij zijn meest memorabele rol: zichzelf, een vrolijk potje koffie en lulkoek uitwisselend met Tom Waits. Daarna regisseerde Jarmush ook de in 2016 verschenen Stooges-documentaire Gimme Danger.

Onze favoriete Iggy Pop-vertolking? Moeilijk kiezen. ’s Mans passage als een Vorta-officier met de naam Yelgrun in het universum van Star Trek: Deep Space Nine is door zijn houterigheid onbedoeld hilarisch. Al moet die scene het qua what the fuck-gehalte afleggen tegen Iggy’s verschijning in de muziekgame Lego Rock World. Geloof ons, u luistert nóóit meer op dezelfde manier naar The Passenger nadat die beelden van een geel gekleurd Legomannetje in jeans en bloot bovenlijf op uw netvlies worden gebrand. Of het moet zijn dat hij op Jazz Middelheim een bebopversie uit de broekspijp schudt, natuurlijk. Eén ding is zeker: Iggy zal zichzelf zijn, Iggy zal even vrij als jazz zijn.

Iggy Pop

Speelt op 13/8 op Jazz Middelheim, Antwerpen.

Iggy Pop

Echte naam James Osterberg.

Geboren in 1947 in Muskegon, Michigan.

Bekend van The Stooges en als soloartiest.

Grootste hits I Wanna Be Your Dog, The Passenger, Lust for Life.

Zal op Jazz Middelheim vooral putten uit zijn recentste album Free (2019), maar belooft ook enkele klassiekers te spelen.

3x Jazz Middelheim

Lander Gyselinck (Stuff) en Adriaan Van de Velde (Pomrad) vormen op drums, toetsen en samples een dynamisch duo dat rave, jazz en r&b in de blender gooit. Lander & Adriaan sluit de eerste Middelheimdag (12/8) af, zoals steeds opgesteld middenin het publiek.

Wie Alabaster dePlume eerder deze zomer heeft gemist op het bescheiden Bos! Festival krijgt op 13 augustus een herkansing in Antwerpen. Maak u klaar voor bezwerende melodieën, meeslepende spoken word en vooral veel liefde van de hofdichter van de Britse jazzscene.

Drummer/percussioniste Karen Willems (Zita Swoon) bracht in mei haar intrigerende, broeierige solodebuut Grichte uit en laat zich op 13 augustus in het Park Den Brandt bijstaan door drie saxofonisten. Ga op ontdekking.

Partner Content