Op ‘Stumpwork’ stapt postpunkgroep Dry Cleaning af en toe uit haar droge comfortzone (maar niet te vaak)

4 / 5
© National
4 / 5

Titel - Stumpwork

Artiest - Dry Cleaning

Streamtips - Kwenchy Kups // Hot Penny Day // Don't Press Me

Genre - Postpunk

Label - 4AD

Monotone vertelzang en bizarre observaties staan bij de Londense postpunkgroep Dry Cleaning nog steeds voorop. Maar de muziek wordt fijnmaziger.

De eerste single Don’t Press Me plaagde u maar een beetje. Dat stukje zang waarin Florence Shaw onverhoeds uitbreekt? Laat dat veruit het flagrantste voorbeeld zijn van de momenten waarop ze op deze tweede Dry Cleaning-lp buiten haar eentonige, conversationele comfortzone stapt.

Verder blijft het bij meeneuriën met het saxofoonriedeltje in de opvallend gelaten opener Anna Calls from the Arctic en een terloopse mompelmelodie in het titelnummer. Daarin biedt Shaw voor haar schijnbare vocale underachieving misschien wel een verklaring: ‘What I really love / Is to not use something to its full capacity / Not full power, half its potential.’

Gelukkig onderschrijven de drie muzikanten dat manifest hoegenaamd niet. Blazers en synths geven Dry Cleaning extra cachet, maar het driemanschap van gitaar, bas en drums blijft de bakens uitzetten. Typisch postpunk is de voorname rol van de bas, dankzij Lewis Maynard een groovend maar melodieus ankerpunt in de groepssound.

© National

Daarnaast trekt gitarist Tom Dowse meerdere registers open. Kwenchy Kups en Gary Ashby (een opsporingsbericht voor een in de lockdown verloren gelopen schildpad) eren de rinkelende klanken uit de Johnny Marr-school. Voor Driver’s Story gebruikt Dowse elementen uit de hoekige, metallieke stijl van Andy Gill.

Maar om nu te zeggen dat we in die gevallen ook direct aan The Smiths of Gang of Four denken, de groepen waarin respectievelijk Marr en Gill de snaren beroerden: neen. Net als bij dat andere driespan Khruangbin is samenspel met open vizier bij Dry Cleaning essentieel. Zo dobbert Hot Penny Day op Turkse psychedelica en schuift in de tweede helft van Conservative Hell een wolk jazzy droompop het klankbeeld binnen.

Ondertussen debiteert Florence Shaw doodleuk haar teksten, fladderend over het veld begrensd door absurditeit, humor en trefzekerheid. Iemand moet met zijn/haar fikken van haar gamemuis afblijven. Godzijdank, haar ‘shoe organizing thing’ is eindelijk bezorgd. Zullen we otters gaan spotten? Het lijken dwaze, plompverloren uitlatingen. Ofwel is het Shaws aparte manier om te vergeten dat ze ‘male violence everywhere’ ziet, in deze tijd waarin ‘Nothing works / Everything’s expensive’.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Partner Content