Beach House schippert tussen euforie en tragiek op het weeldige ‘Once Twice Melody’

Jonas Boel
Jonas Boel Jonas Boel is medewerker van Knack Focus

Na vier jaar doorbreekt Beach House de stilte met een dubbelaar die baadt in filmische grandeur en immense, contrastrijke weelde. Een plaat met een moraal: af is toch niet altijd af.

Tiens. Dat moeten Victoria Legrand en Alex Scally gedacht hebben toen ze het met hun derde album Teen Dream in 2010 vanuit relatieve obscuriteit schopten tot dé hypeband van het jaar. Want hun sound stond er wel degelijk al sinds hun titelloze debuut uit 2006. Van de traag wiegende ritmes, de dromerige synthesizerdrones, de weidse gitaren, onpeilbare melodieën tot de even sensuele als melancholische zanglijnen. Op Teen Dream sprankelde het geheel echter een tikkeltje feller en viel die minimale en tegelijk grandioze sound perfect in plooi. Aangespoord door de unanieme lof ging opvolger Bloom (2012) door op hetzelfde elan, wat resulteerde in een nog potiger en assertiever geluid. Alsof Beach House tegen de in het zog van Teen Dream ontstane, duizenden copycats smalend wilde zeggen: probeer maar.

Beach House schippert tussen euforie en tragiek op het weeldige 'Once Twice Melody'

Daarna bleef Beach House wel goede platen maken, maar Depression Cherry (2015), Thank Your Lucky Stars (2015), en 7 (2018) gingen gebukt onder de impact van hun twee voorgangers. Af is nu eenmaal af. Of toch niet? Want op Once Twice Melody lijkt het duo andermaal verse zuurstof te hebben getankt. Chris Coady, de producer die mee aan het succesverhaal van Beach House schreef, is er voor de eerste keer sinds 2010 niet meer bij. Werd wel aangetrokken om hun signatuurgeluid een welgekomen boost te geven: de veelgevraagde arrangeur David Campbell, vader van Beck en vorig jaar nog onder meer aan de slag op 30 van Adele. De songs van Legrand en Scally baadden altijd al in filmische grandeur, maar door voor het eerst met een strijkersensemble in zee te gaan duikt Beach House een nieuwe, contrastrijkere dimensie in. De epische, door violen aangezwengelde weemoed in Pink Funeral klinkt ronduit spectaculair, Through Me en ESP leiden je dichter bij de kosmos dan Jeff Bezos ooit zal kunnen, en Runaway transporteert The Shangri-Las naar een electrofeestje. De industriële cadans van Masquerade staat diagonaal tegenover het lieflijke, enkel door strijkers en akoestische gitaar gedragen Sunset, en toch zijn ze onmiskenbaar genetisch aan elkaar verwant.

Once Twice Melody is een plaat van immense weelde, schipperend tussen euforie en tragiek, tussen droge drumcomputers en kerkorgels, tussen kwikzilver en donzigheid. Dan toch een piek na de piek.

Beach House – Once Twice Melody

Streamtips: Once Twice Melody // Pink Funeral // Runaway

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Partner Content