Regi, de redder van de Vlaamse popmuziek: ‘Ik heb “Waar zijn die handjes?” nooit op een podium gezegd’

Geert Zagers
Geert Zagers Journalist bij Knack Focus

Van Pauline tot Tien om te zien. Van 10 miljoen streams voor Vuurwerk tot 12 miljoen voor Kom wat dichterbij. Er zit na vijf jaar crisis weer schwung in de Vlaamse pop. Iets waar één man in het bijzonder voor veel tussen zit: Regi Penxten. ‘We hebben de boel wakker geschud, ja.’

Als er één ding is dat je Regi Penxten (46) niet kunt verwijten, is het valse bescheidenheid. Zodra je Whisper binnenkomt, zijn opnamestudio in Heusden-Zolder, bots je op een vijftien meter lange gang, behangen met gouden platen. 240.000 verkochte exemplaren in Duitsland van Turn the Tide van Liquid featuring Silvy. 40.000 verkochte exemplaren in Nederland van Walk on Water van Milk Inc. – blijkbaar nog uit de periode dat Regi blonde dreadlocks had. ‘Er zijn er nog’, zegt hij wanneer hij me ziet kijken. ‘Maar ik krijg ze niet opgehangen. Ik heb namelijk één probleem: ik kan niet boren.’

Als je wilt dat mensen jouw muziek streamen en niet The Weeknd of Justin Bieber, dan moet je zorgen dat je ook dat productieniveau haalt. Dat werd in Vlaanderen onderschat.

De overloop, bezaaid met dozen champagne, mondt uit in een zitruimte met oranje designzetels, waar zijn recentste collectie aan de muren hangt. ‘Mijn coronahoek’, noemt hij het, duidelijk de plek waar hij het trotst op is. Goud voor Zwaartekracht, featuring Emma Heesters. Platina voor De wereld draait voor jou met Niels Destadsbader. Platina voor Vechter en Vergeet de tijd, met Camille. Dubbel platina voor Vuurwerk van Camille. Driedubbel platina voor Kom wat dichterbij featuring Jake Reese & OT.

Het is de oogst van zijn tweede carrière, een stukje discografie dat minstens even impressionant is als zijn vijftien jaar durende hit streak met Milk Inc. De voorbije vijf jaar, terwijl de Vlaamse muziekwereld een ongeziene crisis doormaakte (eerst door de switch naar streaming, dan door corona), hield hij de lokale pop overeind. Tussen 2017 en 2021 was hij onafgebroken de hoogst genoteerde Vlaamse artiest in de jaarlijsten, die voor de rest als een kale vlakte oogden.

Nog indrukwekkender is wat er ondertussen rondom hem gebeurde. Afgelopen zomer viel er niet naast te kijken: er beweegt weer iets in de Vlaamse pop. Met Camille, Pommelien Thijs, Olivia en Pauline is er een nieuwe lichting popsterren opgestaan die het in het Nederlands doet. Er zijn weer Vlaamse hits om mee te zingen, wat ook de tv-wereld niet ontgaan is: Eén en VTM beconcurreerden elkaar met Zomerhit en Tien om te zien. Regi vond niet alleen zichzelf de voorbije jaren heruit, hij blies, rechtstreeks of onrechtstreeks, ook nieuw leven in de Nederlandstalige pop in Vlaanderen.

Je houdt van commerciële hits of niet. Over smaak valt te discussiëren. Over een vijftien meter lange muur van gouden platen niet. Het is stilaan tijd om de grapjes over ‘Waar zijn die handjes?’ achterwege te laten en hem het krediet te geven dat hem toekomt: Regi is de grootste Vlaamse hitmachine van de voorbije kwarteeuw.

© Rebecca Fertinel

‘Ik heb dat ook nooit gezegd’, zegt hij.

‘Wat?’

‘Ik heb nog nooit op een podium “handjes” gezegd. Jonas Van Geel en Alex Agnew hebben dat ervan gemaakt. Ik zeg altijd “handen”. Sla er alle beeldmateriaal maar op na: ik heb nooit, nóóit “handjes” gezegd.’

De kans is overigens reëel dat er dit jaar nog een gouden plaat bij komt. Het interview vindt plaats in de week vóór zijn show in een uitverkocht Sportpaleis, waar hij afgelopen weekend live de winnaar van Regi Academy, zijn talentenjacht op VTM 2, heeft bekendgemaakt. Een programma dat misschien niet de kijkcijfers en het budget van The Voice heeft, maar wel een carrière kan lanceren: Pauline, de winnares van vorig jaar, staat momenteel op één in de Ultratop met Uit mijn hoofd. Regi heeft a very particular set of skills als het over pop gaat.

‘Ik hoop dat het ook met deze winnaar gaat lukken, maar ik weet zelf nog niet wie het is. Ik wilde het spannend houden voor mezelf, dus ben ik zo zot geweest om de winnende single in drie versies af te mixen’, zegt hij. ‘Je treft me dus op een van de meest stresserende dagen van het jaar. ’s Avonds zijn we met de show in het Sportpaleis in de weer, een voorbereiding die een volle maand duurt. Overdag werken we in de studio de drie singles af, waarvan er ééntje de dag na het Sportpaleis uitkomt. En ondertussen moet ik nog een akoestische sessie van Pauline bij Qmusic afmixen. Ik slaap níét. Tegen dat ik straks op het podium sta en “Goedenavond, Sportpaleis!” roep, ben ik kapót. Maar bon, ik doe het mezelf aan.’

Je Sportpaleis-show van vorig jaar, de allereerste als Regi, was een drie uur durend hitfestijn met de hulp van Camille, Pommelien Thijs, Jaap Reesema, Pauline, Olivia en Niels Destadsbader, een who’s who van de nieuwe Nederlandstalige pop. Was dat een statement?

Regi: Zo voelde het toch op het podium. In een jaar waarin geen enkele artiest tickets verkocht, vulden wij een volledig Sportpaleis. We speelden het langste concert van alle Belgische liveacts – eigenlijk waren dat twee volledige liveshows.

Camille, Jaap Reesema, Pommelien, Gene Thomas, Pauline, Berry… De voorbije zomer dacht ik op Tien om te zien: tiens, ik ken hier precies veel volk.

En wat voor mij heel belangrijk was: het was geen show die op de successen van weleer gebouwd was. Het bolde op de hits van nu. We speelden Walk on Water wel maar Vergeet de tijd of Vuurwerk werd minstens even hard meegezongen. Toen ik dat hoorde, dacht ik: oef, het is gelukt. Die show was de beloning van waar we de laatste vijf jaar aan gebouwd hebben. Regi 2.0, zeg maar.

Hoe bedoel je?

Regi: Eigenlijk is dit verhaal in 2017 gestart, nadat we met Milk Inc. voor onbepaalde tijd een pauze hadden ingelast (Linda Mertens zette toen om privéredenen haar carrière on hold, nvdr.). Ik wilde aan een nieuw hoofdstuk beginnen, als Regi, maar: dat kost tijd. Om een Sportpaleis te vullen heb je hits nodig, liefst een stuk of tien, twaalf. En die had ik niet.

Tegelijk ging het heel slecht met de Vlaamse pop. Na de komst van Spotify moesten alle artiesten de omslag maken van albums en singleverkoop naar streaming. Alleen wist niemand hoe dat moest. En of dat in Vlaanderen eigenlijk wel kon. Ik ga eerlijk zijn: ik was in 2017 ook bang. Ik zag het ook niet. Dus hebben we ál onze tijd gestoken in uitzoeken hoe het wél kon lukken.

Wat was de conclusie?

Regi: Dat we harder moesten werken. De producties waren niet goed genoeg, zowel qua songschrijven als qua sound. In een streaminglandschap komt de concurrentie niet alleen van andere Vlaamse popartiesten, maar van heel de wereld. Als je wilt dat mensen jouw muziek streamen en niet die van The Weeknd of Justin Bieber, dan moet je ook zorgen dat je nummers dat productieniveau halen. Dat werd in Vlaanderen onderschat.

In diezelfde periode ben ik met een nieuw team rond mij beginnen te werken. Lester Williams, mijn rechterhand ondertussen, is in 2017 komen aankloppen. We kenden elkaar een beetje van de dj-wereld. Hij had zijn stoute schoenen aangetrokken en was me komen zeggen dat mijn muziek beter kon. Hij had duidelijk ook goed nagedacht over hoe dat moest gebeuren. Zo is er organisch een nieuwe ploeg ontstaan. Een van de mensen die hij aanbracht, was Timofey.

Timofey?

Regi: Timofey Reznikov. Een Russische trompettist die piano heeft gestudeerd aan het conservatorium van Bergen en in ons land is blijven plakken. Timofey is een genie qua producen. Momenteel staat hij wereldwijd op één in de charts met I’m Good (Blue) van David Guetta. Dat is geen toeval: ik kan zelf een aardig stukje producen, maar hij is echt van wereldniveau.

De basis van dit succes is dat team. In 2018 is Jaap Reesema daarbij gekomen. Ik was op zoek naar een songwriter uit Nederland om mee samen te werken. Via mijn publishingbedrijf had ik de naam van Jaap doorgekregen, die zich toen nog Jake Reese noemde. Hij was een ex-winnaar van X Factor in Nederland die ondertussen als songschrijver voor David Guetta en Armin van Buuren werkte. Een paar weken later is hij naar hier gekomen en hebben Lester, Timofey, Jaap en ik in één dag Ellie geschreven. Het eerste Vlaamse nummer in jaren dat op één in de hitlijst raakte. ‘Met deze mensen kan ik verder’, was het gevoel achteraf.

© Rebecca Fertinel

Hoe is het Nederlandstalige popverhaal erbij gekomen?

Regi: Met Liefde voor muziek. Eind 2019 werd ik gevraagd om mee te doen, het jaar van Karen Damen, Gene Thomas en Peter Vanlaet. Dat kwam net op het juiste moment. Was de vraag een paar jaar eerder gekomen, dan had ik alle Nederlandstalige nummers waarschijnlijk naar het Engels laten vertalen. Maar in 2019 voelden we dat er iets aan het verschuiven was.

We zijn gelukkig zelf ook dj’s, wat maakt dat je al eens onder het jonge volk komt. Armin van Buuren had kort daarvoor een grote hit gescoord met Hoe het danst. Overal waar we draaiden, merkten we: tiens, bij de jeugd is Nederlandstalige pop precies weer cool. Een beetje zoals in onze eigen jeugd: toen hoorde je ook Hé, lekker beest en Ik wil je op elke chirofuif. Dus dachten we: misschien moeten we Nederlandstalige pop terugbrengen, maar dan met producties op internationaal niveau. En Liefde voor muziek was het ideale tv-platform om dat te lanceren. Een gouden beslissing.

Een van de eerste nummers die we probeerden, was Kom wat dichterbij, een cover van Gene Thomas, geproducet door Lester, Timofey en mij en met Jaap Reesema en Olivia als stemmen. Stond vervolgens 28 weken op één en werd de grootste Nederlandstalige hit uit de geschiedenis. Toen wisten we dat we ons recept gevonden hadden. Voor de opvolger heb ik samen met Jaap in Zuid-Afrika Vergeet de tijd geschreven. Camille, die al het een en ander had opgebouwd met #LikeMe, stond al een tijdje op mijn radar en dus heb ik haar een berichtje gestuurd. Waarna ook dat verhaal vertrok.

Voor de volledigheid: ook Goud van Bazart en de soundtrack van #LikeMe hebben mee de weg geplaveid.

Regi: Die kwamen voor ons, ja. Maar de trigger voor mij was die Hoe het danst van Armin van Buuren. Dat was niet alleen een van de allergrootste dj’s ter wereld die plots een nummer in het Nederlands uitbracht, het bleek ook een hit te zijn waar alle jonge mensen zot op gingen.

Nu, je hoefde ook geen genie te zijn om te beseffen dat er een markt was voor Nederlandstalige pop. Overal ter wereld worden de hitlijsten gedomineerd door artiesten in de lokale landstaal, van Spaanse reggaeton in Spanje tot Hollandse rap in Holland. Zelfs in Denemarken staan de charts vol Deense nummers. Alleen in Vlaanderen: niks. De hele Vlaamse muziekwereld wist dat dat gat er lag, maar niemand wist hoe ze erin moesten springen. Iedereen klaagde dat het aan het systeem van Spotify lag, dat de radio’s niet mee wilden en dat ons taalgebied te klein was. Maar in mijn ogen was het probleem hetzelfde als altijd: de producties waren niet goed genoeg. Nederlandstalige pop moet internationaal klinken.

Vijf jaar geleden stond Nederlandstalige muziek hier gelijk aan stil in de micro fluisteren want anders wil Radio 1 het niet spelen. Wij hebben laten zien dat het beter kon.

Misschien wel het beste voorbeeld daarvan is Vuurwerk van Camille, de beste Vlaamse pophit in jaren.

Regi: Die hebben we hier in de studio op één dag geschreven. Camille, Lester, Stefaan Fernande en ik (Fernande, die vorig jaar overleed, schreef ook onder meer Nobelprijs van Clouseau en Porselein van Yasmine, nvdr.). Toen we klaar waren, hebben we het boven, in het woongedeelte, loeihard opgezet en zijn we beginnen te dansen. Iedereen wist: dit wordt een hit.

Hoe werkt zoiets? Maken jullie een instrumentale track die vervolgens ingezongen wordt?

Regi: Nee, daar geloof ik niet in. Ik wil ook geen nummers per mail schrijven: je hebt die synergie tussen mensen nodig. Ik schrijf altijd samen met mijn vast team, aangevuld met iemand extern om de dynamiek levendig te houden. Voor Duizend sterren waren dat bijvoorbeeld Paul Sinha en Olivia. Voor De wereld draait voor jou was dat Dave McCullen van Lasgo. Meestal schrijven we op piano en gitaar, maar in het geval van Vuurwerk zijn we vertrokken van de beat. Ik wilde iets met die eightiesdrums doen.

In de lijn van Blinding Lights van The Weeknd?

Regi: Het idee was om een signature track voor Camille te schrijven. Haar eerste single als soloartiest, een nummer waar je mee in een Sportpaleis zou kunnen staan. Vandaar: Vuurwerk. Die beat van de jaren tachtig kwam uit mijn koker: ik ben een freak als het over eightiesdrumcomputers gaat. Ik ben het type man dat LinnDrums heeft liggen en kan zeggen welke computer Prince voor welk nummer gebruikt heeft. Alleen paste die sound niet voor een Regi-track. Vuurwerk was dus het perfecte excuus om al mijn materiaal eens boven te halen. De drumcomputers van Prince, van Aha, van Maniac: allemaal zitten ze in die beat.

Toen we klaar waren met de eerste versie, is de productie nog langs Timofey gepasseerd, die er zijn Timo magic op los heeft gelaten. Kleine dingen die niemand hoort, maar die het verschil maken. Het is geen toeval dat Vuurwerk zo goed klinkt: er zit een productieteam op wereldniveau achter.

© Rebecca Fertinel

En van wie kwam het idee voor die sample?

Regi: Welke sample?

Untouched van The Veronicas?

Regi: Dat is geen sample. Ik snap niet waar dat verhaal vandaan komt. Iedereen denkt dat die violen een sample zijn, maar we hebben dat gewoon zelf ingespeeld. Zelfs The Veronicas claimen nu dat ik dat gepikt heb.

Ze lijken wel heel hard op elkaar, toch?

Regi: Ik heb dat nummer ondertussen eens geluisterd: dat is toch gewoon een synthesizertje dat achtste noten speelt? Alleszins: in Vuurwerk is het overduidelijk geen sample. Bij mij klinkt het veel beter. (lacht)

Het heeft wel even geduurd voor het publiek mee was. Vuurwerk dateert van maart 2021, maar voelde dit jaar nog als een zomerhit.

Regi: Dat zijn de echte, hè. Een single die iedereen van 7 tot 77 kan meezingen, dat heeft tijd nodig. Maar ondertussen zit Vuurwerk aan bijna 10 miljoen streams en dubbel platina. Voor Vlaanderen is dat buiten categorie. Er zijn jaren geweest dat er nauwelijks góúden platen uitgereikt werden.

In het zog van jouw verhaal lijkt er het laatste jaar iets te bewegen in de Vlaamse pop. De schwung van begin jaren negentig is terug, inclusief Tien om te zien.

Regi: De voorbije zomer was ik op Tien om te zien backstage aan het rondkijken en dacht ik: tiens, ik ken hier precies veel volk. (lacht) Je had Camille, met wie we haar debuutplaat hebben gemaakt. Jaap Reesema was er voor Nu wij niet meer praten, samen met Pommelien Thijs, die dan weer gemanaged wordt door Lester. Gene Thomas speelde de originele versie van Kom wat dichterbij. En Pauline en Berre hadden allebei een verleden in Regi Academy. Zes van de tien artiesten hadden rechtstreeks of onrechtstreeks iets met mij te maken.

Niet dat ik dat succes wil claimen. Het is gewoon fijn om te zien dat er een ecosysteem is ontstaan. Camille is een volbloed popster geworden, die nu haar eigen koers vaart. Jaap Reesema heeft, na drie nummereenhits in België, ook in Nederland zijn carrière opnieuw gelanceerd met Nu wij niet meer praten, goed voor vijftig miljoen streams en een nummereenhit. De eerste Regi Academy heeft Pauline opgeleverd, die nu op één staat in de Ultratop met Uit mijn hoofd. Wat er dan weer voor zorgt dat er genoeg meezinghits waren om Zomerhit en Tien om te zien op te starten. Iedereen zit opnieuw op één lijn. De artiesten zijn mee. De televisie en radio zijn mee. Spotify is mee.

‘“Waar zijn die handjes?”: ik heb dat nooit op een podium gezegd.’
‘“Waar zijn die handjes?”: ik heb dat nooit op een podium gezegd.’ © Rebecca Fertinel

Over Pauline gesproken: ik ben wel boos op de persoon die ‘Ik krijg je niet meer uit mijn hoofd’ heeft laten rijmen op ‘Want de liefde is te groot’.

Regi: Dat zal de schuld van Lester, Jaap en mij zijn. (lacht) Noem het dichterlijke vrijheid. Maar het wordt wél meegezongen op fuiven.

Want dat is waar ik het meest in geïnteresseerd ben: wat vinden de studenten? Je voelt dat er iets gekeerd is, zeker bij jonge mensen. Onlangs stond ik te draaien op de Studentenwelkom in Leuven. Vijf jaar geleden speelde ik daar een set van overwegend internationale hits. Een nummer van mij draaien, dat was lastig. Dit jaar was het omgekeerd. Vergeet de tijd en Vechter: dat waren de nummers waar het publiek op zat te wachten. Dat zijn vierduizend eerstejaars die compleet losgaan op Nederlandstalige muziek. Voor mij zegt dat alles. De studentenfuiven, de chirofuiven, de danscafés: dat is waar je merkt wat er écht leeft.

Ben je de redder van de Vlaamse pop?

Regi: Nee. Dat is zelfs voor mij te veel eer. (lacht) Maar we hebben de boel wel wakkergeschud – die pluim durf ik wel op mijn hoed te steken. Vooral op productioneel vlak dan. Vijf jaar geleden stond Nederlandstalige muziek hier gelijk aan stil in de micro fluisteren want anders wil Radio 1 het niet spelen. Dat of schlagers. Wij hebben laten zien dat het beter kon. Je moet niet afkomen met bandjesmuziek – drum, bas, gitaar, bedoel ik dan. Geen enkel nummer in de top vijftig wereldwijd klinkt alsof het in een garage is opgenomen. Dus moet je dat hier ook niet proberen als je een commerciële hit wilt scoren.

Zonder slijmerig te willen klinken: je hebt er een bijzondere feeling voor. Met Uit mijn hoofd erbij heb je ondertussen ruim meer dan vijftig toptienhits gescoord.

Regi: De laatste keer dat ik ze geteld heb, zaten we aan 56. Ik vermoed dat het er ondertussen al zestig zijn. Niemand die het weet, maar qua hit streak ben ik niet meer in te halen in Vlaanderen. Vanaf 1998, met In My Eyes van Milk Inc., tot nu heb ik elk jaar, onafgebroken, een track in de top tien gehad. Dat record pakt niemand mij af. Of toch niet terwijl ik nog leef: ik zal al dood zijn voor het verbroken kan worden.

Wat maakt een hit?

Regi: Simpel. Zorg dat je een goed nummer schrijft. Dat is de enige regel. Ga maar na: al mijn nummers, behalve La vache van Milk Inc, kun je op gitaar en piano spelen en ze blijven overeind.

Zijn er ook trucs?

Regi: Zoals?

© Rebecca Fertinel

Zowat al je nummers hebben een of andere hook. Die hele korte pauze voor de climax, bijvoorbeeld. In Vergeet de tijd zit die tussen ‘Vergeet de…’ en ‘tijd’. Bij Duizend sterren is dat tussen ‘We zijn nog…’ en ‘één’.

Regi: Ah, de truc met de duif!

Wat?

Regi: Wacht. Dat kan Lester beter uitleggen.

Lester Williams: (wandelt de kamer in) El grande truco del pigeone? Dat is simpel. Normaal valt de climax in op de kick, maar het heeft meer impact als je heel even wacht. Je hebt dus ‘Vergeet de…’ (opent een imaginaire doos met een imaginaire duif erin), je wacht één kick en dan pas laat je ‘Tijd’ invallen. (kijkt hoe de imaginaire duif met enige vertraging uit de doos vliegt) Iemand in de studio heeft dat ooit de truc met de duif genoemd. God weet waarom. Maar dat is blijven hangen.

Regi: Dat is eigenlijk de enige truc die we gebruiken. Ik zeg het: zorg gewoon dat je een goed nummer schrijft en zorg dat je productie op niveau is. Dat is het belangrijkste. Natuurlijk: er komt meer bij kijken dan dat. Je moet een neus hebben voor de juiste mensen om mee te werken, je moet een oor hebben voor wat er bij de jeugd leeft, je moet snappen hoe Spotify werkt. Maar de basis is simpel: een goed nummer. Dat is ook altijd mijn grootste talent geweest. Ik ben niet de beste gitarist of pianist. Ik ben niet de beste zanger. Er zijn betere producers dan ik. Maar ik kan wel een liedje schrijven en een track opnemen.

Voel je je daarin miskend?

Regi: Totaal niet. Waarom zou ik mij miskend voelen? Ik ben de grootste artiest van Vlaanderen. Niemand verkoopt meer tickets dan ik. Er staan straks 20.400 mensen te wachten in het Sportpaleis, tegen alle gangbare trends in. Als je commerciële popmuziek maakt, is dat het enige wat telt: hoeveel tickets verkoop je? En al de rest is zever.

Het enige wat me een beetje stoort, is dat het idee nog altijd leeft dat het makkelijk is om pop te maken. Dat is het niet. Popmuziek is hard werk. Ik kan morgen een alternatieve singer-songwriterplaat maken die gevoelig en authentiek klinkt. Maar de alternatieve singer-songwriters kunnen morgen geen single afleveren die Qmusic wil draaien. Hit na hit na hit maken is het moeilijkste wat je in de muziekwereld kunt doen.

Ik doe geen ninetiessets of retroparty’s. Ik teer niet op vroeger. Wat we nu aan het doen zijn, is zoveel plezanter.

Je Sportpaleisshow van 2023 zal The Return heten, maakte je al bekend. Linda Mertens is, ietwat stiekem, opnieuw shows aan het spelen in Engeland en Spanje. Moet ik daar iets achter zoeken?

Regi: Geen commentaar.

Staat er een comeback van Milk Inc. op de planning?

Regi: Geen commentaar.

Milk Inc. kwam dit jaar ook nog op een andere manier in het nieuws: Charli XCX, het gezicht van de futuristische pop, samplede Don’t Cry, een nummer van jullie, in Beg for You.

Regi: Dat heb ik gehoord, ja. Via de publisher hebben we ondertussen een claim gestuurd. Ik moet nog eens kijken wat daarvan gekomen is. Maar het was alleszins flagrant.

Nu, op zich vond ik het wel straf. Zeker dat ze net bij Don’t Cry is uitgekomen. Dat is niet eens een single geweest. Ik wist zelfs niet meer dat ik het geschreven had.

Enig idee hoe ze bij Milk Inc. is terechtgekomen?

Regi: Nee, totaal niet. De enige verklaring die ik kan bedenken, is dat dat nummer een 2-step/UK garage-beat heeft: misschien dat het zo via het algoritme van Spotify tot bij haar is geraakt.

Ik heb het succes van Milk Inc. onderschat, merkte ik toen ik op jullie Wikipedia-pagina stootte. 31 van de 35 singles hebben in de top tien gestaan. Walk on Water was een Europese hit tot in Zweden. In Spanje worden jullie bijna evenveel gestreamd als in België.

Regi: Milk Inc. is een mooi verhaal, ja. Eigenlijk was dat ook gebaseerd op één ingeving. Ik was achttien toen ik de dancewereld inrolde. Iedereen maakte instrumentale tracks met één zanglijn. Dat was tof, maar ik wilde popliedjes maken. Ik had ook een andere achtergrond: ik had twaalf jaar klassieke gitaar gestudeerd. Ik was koning eenoog in het land der blinden: ik wist wat akkoorden en noten waren. Toen is mijn frank gevallen: wat als we nu eens popliedjes schrijven met dancebeats? Uit dat idee is Milk Inc. ontstaan.

Achteraf bekeken waren de jaren 2000 een uitzonderlijke periode voor de Belgische pop. Met Lasgo, Milk Inc., Ian Van Dahl, Kate Ryan en Sylver werd er in heel Europa naar Vlaanderen geluisterd.

Regi: Hier werd daar wat lacherig over gedaan. Maar wij waren niet aan het lachen. Wij waren de wereld aan het rondtouren.

Maar eerlijk gezegd praat ik niet zo graag over dat verleden. Die periode interesseert me, cru gezegd, geen hol meer. Ik doe ook geen ninetiessets of retroparty’s: je kunt me daar niet voor boeken. Ik teer niet op vroeger. Wat we nu aan het doen zijn, is zoveel plezanter. Van destijds herinner ik me vooral de kutvluchten. Om vijf uur ’s morgens stond ik in een discotheek in Spanje. Om negen uur wachtte het vliegtuig naar Liverpool. Dat is leuk als je twintig bent, maar dat is niet meteen waar ik vandaag naar terug wil. Vandaag kan ik met achttien man personeel een maand aan een show in het Sportpaleis werken.

Het enige nadeel is dat ik nog harder ben moeten gaan werken. Vijftien jaar geleden maakte ik samen met Filip Vandueren een liedje en brachten we het uit. Tegenwoordig is het veel moeilijker. Je moet tot het uiterste gaan, of het lukt niet. Waarschijnlijk heeft dat me ook mijn huwelijk gekost. Ik ben de voorbije jaren met niks anders bezig geweest dan shows in elkaar steken en singles op punt stellen.

© Rebecca Fertinel

Wat is er eigenlijk gebeurd met Vandueren, medeoprichter van Milk Inc. en de Man met het Hoedje uit Regi’s World?

Regi: Hij is uitgeschreven. Letterlijk. In 2011 heeft hij een writer’s block gekregen. Van de ene dag op de andere zei hij: ik weet niet meer wat ik moet schrijven. Ondertussen zijn we tien jaar verder en heeft hij geen noot muziek meer gemaakt. Hij werkt nu in de computerwereld.

Zot verhaal wel.

Regi: Zeker. Filip is een jeugdvriend. Sinds het vijfde middelbaar was hij mijn vaste schrijfpartner. Het kan raar lopen.

Is dat bij jou een angst?

Regi: Een writer’s block? Daar ben ik niet zo mee bezig. Mijn grote schrik was om niet meer relevant te zijn. Dat we de volgende trein in de pop zouden missen. Elke zomer staan we op festivals met oude knarren die al twintig jaar geen hit meer hebben gehad. Alle respect als je daar vrede mee hebt, maar mij zou dat niet lukken. Dan zou ik de eer aan mezelf houden. Als ik dit jaar Zwaartekracht niet had gehad, was ik al depressief geweest.

Nu, sinds het Sportpaleis van vorig jaar is die angst minder en minder geworden. Stel dat het straks mislukt, dan hebben we niks om ons voor te schamen. Ik besef ook dat het ooit gaat gebeuren. Ooit ga ik niet meer mee zijn. Maar ik ga er alles aan doen om dat moment zo lang mogelijk voor me uit te schuiven.

Regi Penxten

1976: Wordt geboren als Reginald Penxten. Groeit op in Heusden-Zolder.

1984: Begint met lessen notenleer en klassieke gitaar.

1988: Krijgt een Atari-computer. Sluit zich met jeugdvriend Filip Vandueren zes jaar op zijn zolderkamer op om aan hun eigen muziek te werken.

1994: Tekent zijn eerste platencontract bij Antler-Subway, het label van Maurice Engelen.

1996: Richt samen met Vandueren Milk Inc. op en zet zich op de kaart met La vache.

1998: Eerste nummereenhit met In My Eyes, het begin van een lange hitreeks: 31 van de 35 Milk Inc.-singles belanden in de top 10, waaronder Losing Love, I Don’t Care, Whisper, Run en Sunrise.

2000: Scoort een Europese hit met Walk on Water, nummer 1 in België, Spanje, Zweden en Denemarken. Schrijft mee aan Turn the Tide, het eerste nummer van Liquid feat. Silvy, later Sylver.

2005: Start op JimTV met de docusoap Regi’s World.

2007: Maakt zijn solodebuut met het album Registrated.

2009: Staat, na veel ophef, met Milk Inc. op het podium van Rock Werchter. Staat datzelfde jaar zes keer in het Sportpaleis.

2014: Last een pauze in met Milk Inc., die in 2017 voor onbepaalde duur verlengd wordt.

2018: Scoort een nummereenhit als soloartiest met Ellie, een ode aan zijn dochter.

2020: Neemt deel aan Liefde voor muziek, waar Kom wat dichterbij uitgroeit tot het succesvolste Nederlandstalige nummer aller tijden. Daarna volgen hits als Vergeet de tijd, Vechter, De wereld draait voor jou, Duizend sterren en Zwaartekracht. Schrijft en produceert mee aan Vuurwerk van Camille.

2021: Start met Regi Academy en speelt zijn eerste Sportpaleis als soloartiest.

Partner Content