Pitou wordt gelukkig van een Turkse man die ‘miauw’ naar een ei schreeuwt

© Anneke D’Hollander
Kristof Dalle Journalist

Vorig jaar kon ze al warmdraaien op Rock Werchter en Pukkelpop – nog vóór haar debuutalbum er lag. Deze maand mag de ingeweken Amsterdamse Big Tear echt presenteren in Trix en de Botanique. Pitou over humor vinden in de duisternis, Bulgaarse koorzangen en Denen die panfluitcovers spelen.

‘Hallo! Ik moet hier naar verluidt een groot oog komen spelen?’

‘Een oog?’

‘Mja, ik heb dat ook nog maar net ontdekt.’

Tien minuten in het gesprek steekt een mild verwarde Isolde ‘Tristan’ Van den Bulcke haar hoofd door de deur van koffiehuis Me & My Monkey. Pitou Nicolaes – kortweg Pitou – heeft haar vriendin (en de andere helft van een double bill in Trix op 5 mei) gevraagd om straks te figureren in de fotoshoot, maar de briefing was blijkbaar nogal aan de vage kant.

Dat oog verwijst naar de titeltrack van Big Tear (‘A big eye is staring down at me, ready to wrap me in its tear’), het debuutalbum van Pitou. Na twee ep’s – Pitou (2016) en I Fall Asleep So Fast (2018) – ruilde de ingeweken Amsterdamse haar gitaar grotendeels in voor feeërieke synth-, piano- en harparrangementen. Feeëriek, poppy en bijwijlen een beetje creepy. Maar daar komen we nog op terug.

Pitou zit schuin voor ons, de linkerkant van haar gezicht min of meer naar ons gedraaid. Als gevolg van een oorontsteking hoort de zangeres de wereld sinds haar tiende in mono. ‘Aan dat rechteroor heb ik niet bijster veel meer’, vertelt ze. ‘Ik hoor er nog een klein beetje, maar mijn linkeroor is de harde werker van de twee. Na een veel te luide jamsessie in Amsterdam heb ik aan dat goede oor wel last van tinnitus, maar ondertussen is die redelijk onder controle.’

Vanwaar kwam het idee voor die double bill? Tristan klinkt niet meer zo experimenteel als vier jaar geleden, maar jullie maken wel nog altijd zeer verschillende songs.

Pitou: Wat we maken, is heel anders – zowel muzikaal als esthetisch – maar we hebben heel veel bewondering voor elkaar. Sinds we allebei in Antwerpen wonen, hebben we elkaar beter leren kennen. We hebben zelfs al knutselmiddagen gehouden om samen de kledij te naaien die we voor de show willen dragen. (lacht)

Isolde Van den Bulcke wandelde destijds met een r&b-rugzakje binnen in de jazzopleiding van Tilburg en was meteen op inhalen aangewezen. Herkenbaar, neem ik aan? Jij trok na je zeer klassieke scholing naar het Conservatorium van Amsterdam.

Pitou: Zeker. Toen ik er zat, was dat conservatorium een gitaarbandopleiding. De grote helden heetten Blur en Oasis, maar ik kon alleen denken: wie zijn dat nu weer? Ik heb wel het een en ander moeten inhalen. (lacht) Al vond iedereen het ook zeer interessant dat ik een heel andere achtergrond had en daardoor ook andere keuzes maakte. Terwijl een popsong bijvoorbeeld vaak een AB- of ABC-structuur heeft, ontwikkelt een klassiek stuk zich meer lineair, met thema’s die niet per se een-op-een terugkeren.

Voor Big Tear heb je je gitaar goeddeels aan de wilgen gehangen. Was dat een bewuste keuze of een natuurlijke evolutie?

Pitou: Die gitaar gaf me vooral de ultieme onafhankelijkheid. Ik kon ergens aankomen, inpluggen, spelen en vlot weer vertrekken. Zo heb ik veel kilometers kunnen maken. Ik schrijf nog altijd veel op gitaar, maar na die tweede ep ben ik me bij elke song beginnen af te vragen of het wel de klank was die ik zocht. Bovendien wilde ik meer bewegingsvrijheid op het podium, dus laat ik de gitaar nu meestal achterwege.

De plaat lag al even klaar: Big Tear zou aanvankelijk in 2020 verschijnen, maar werd uitgesteld. Door de pandemie, neem ik aan?

Pitou: Er lag een versie van de plaat klaar, ja. En de pandemie is een deel van het verhaal, maar ik was mezelf rond die tijd vooral veel te zeer aan het opfokken in het schrijfproces. Ik dacht louter in functie van welke songs de plaat ‘nog nodig’ had, in plaats van gewoon nummers te schrijven en uiteindelijk een selectie uit al dat materiaal te maken. Mijn drummer adviseerde me even een stapje achteruit te zetten. Zes maanden lang heb ik niet in deadlines en doelen proberen te denken. En dat werkte wonderwel. Het is goed dat ik dat gedaan heb. En tóén kwam corona. Toen hoefde ik helaas helemaal niet meer in deadlines te denken.

Ecstatic dancing, zegt je dat iets? Aan het eind had ik tranen in de ogen van ontroering. Hoewel ik het vooraf zeer cringy vond.

De songs konden ondertussen wel rijpen. Ze zijn, in je eigen woorden, hoopvoller geworden.

Pitou: Er zat best iets wanhopigs in de oorspronkelijke versies van songs als Animal en Dancer. (denkt na) Ik schreef ze toen ik het gevoel had dat ik vastzat en op een andere manier in het leven wilde staan. Maar je kunt daar op twee manieren over schrijven: wentelend in de duisternis of vanuit de duisternis uitkijkend naar het licht in de verte.

‘Always swore by the same remedy: to battle feelings with thoughts’, zing je in Animal. ‘I’m here to be more like an animal.’ Is dat een belofte aan een al te cerebrale versie van jezelf?

Pitou: Ik heb mezelf altijd gezien als een zeer rationele, analytische vrouw. Ik kom ook uit een omgeving waar ratio hoger werd ingeschat dan intuïtie. Dat was gewoon mijn defaultsetting. Maar de laatste jaren ben ik erachter gekomen dat ik veel intuïtiever en emotioneler ben dan ik dacht. En dat ik gelukkiger ben als ik meer op die manier in het leven probeer te staan. Je mag best alles laten stromen zonder het kapot te redeneren.

Wanneer is die omslag er gekomen?

Pitou: Als twintiger moet je het allemaal nog uitvogelen, maar ik wilde gewoon heel graag af zijn. Een afgewerkt geheel. Ik had dat zowel met mijn muziek als met mezelf. Geen idee waar die behoefte precies vandaan kwam. Perfectionisme waarschijnlijk? Het is nog altijd mijn defaultmodus, merk ik, maar ik kan het tegenwoordig almaar beter loslaten. En het leven is zoveel leuker als je het krampachtige laat varen en ruimte laat voor verrassingen. Plots gaan er heel veel deuren open.

Wat is het laatste deurtje dat is opengegaan?

Pitou: Een vriend had me recent uitgenodigd voor ecstatic dancing. Zegt je dat iets?

Ik kan me er wat bij voorstellen.

Pitou: Je komt samen in een gymzaaltje in een Antwerpse randgemeente en moet drie regels volgen. Geen alcohol of drugs gebruiken. Niet praten. En de schoenen moeten uit. En dan gewoon drie uur dansen. Dat begint heel zweverig en klein, maar op het hoogtepunt ging iedereen los op Right Here, Right Now van Fatboy Slim. Twintigers, dertigers, een grijze vijftiger die vrijheid in zijn eigen lichaam zocht… Aan het eind had ik tranen in de ogen van ontroering. Hoewel ik het vooraf een zeer cringy idee vond, kon ik verrassend snel de knop omdraaien. ‘Ach, ik ben hier nu toch. Gewoon ogen dicht en bewegen, Pitou.’ Ik vind het leuker en leuker om de cringe ondanks mijn initiële scepsis gewoon te omarmen.

© Anneke D’Hollander

De timing van die persoonlijke ommezwaai lijkt ongeveer samen te vallen met je verhuizing van Amsterdam naar Antwerpen. Of heeft die er niks mee te maken?

Pitou: Zeker wel. Ik kwam in Antwerpen bijvoorbeeld terecht in een huis met andere creatievelingen die veel vrijer in het leven stonden dan ik. Een huis waar mijn perfectionisme nogal lastig vol te houden viel en met huisgenoten die mij de nodige zetjes hebben gegeven. Een huis ook waar elke maand salonavonden georganiseerd werden, waar samen muziek gespeeld werd. Ook klassieke stukken. Zeer fijn. Wanneer je met z’n allen op de grond zit te luisteren naar een strijkkwartet, voelt die muziek plots zeer hedendaags. Klassiek is helemaal niet elitair of stijf. Dat is louter perceptie omdat die muziek doorgaans in een elitaire setting gespeeld wordt.

Wie een rode draad zoekt in je teksten – ook in je eerdere werk – komt al snel uit bij een soort angst om niet genoeg in het moment te leven en het vlieden van de tijd. Het zit onder meer in Animal, Greed en Devote. ‘Here I am, dying slowly’, klinkt het op die laatste aan 60 bpm, het ritme van een klok.

Pitou:(lacht) Ik vind dat een van de grappigste stukjes tekst op de plaat. Zeer grappig om op een podium te zingen ook. En het is heel erg waar: we schuifelen allemaal langzaam richting de dood. Dat houdt ons niet tegen om tussendoor fantastische ervaringen en intense geluksmomenten te sprokkelen, maar aan dat einde valt niet te ontsnappen. Ik hou van de uitdaging om zware teksten of thema’s muzikaal – maar ook in mijn clips – zo te verpakken dat ze behapbaar, licht en soms zelfs grappig worden.

Knife leert weliswaar dat de zin ‘I see your face. I just want to cut it and make it bleed’ alleen maar enger wordt als je hem op een lichtvoetige fluistertoon zingt.

Pitou:I love it! Die tekst kwam vanuit een puur maar ook zeer lelijk sentiment over hoe iemand zo veel voor je kan betekenen of zo’n grote rol in je leven kan spelen dat het drukkend gaat aanvoelen. Onderdrukkend zelfs. Dat je denkt: ik wil dat je verdwijnt want ik wil de regie over mijn eigen leven terug. Ik had me wel voorgenomen om dat nog te herschrijven – ‘want nu klinkt het wel écht grof’ – maar dat is er nooit van gekomen. (denkt na) Vroeger kon ik alleen schrijven als ik het wat lastig had, maar tegenwoordig sta ik een stuk vrolijker in het leven en lukt het me ook om te schrijven op momenten dat ik me lichter voel. Maar als een tekst toch nog vanuit een donkere gedachte vertrekt, bewerk ik hem uiteindelijk tot een soort tegengif voor zulke momenten.

“I see your face. I just want to cut it and make it bleed”: ik had me voorgenomen dat nog te herschrijven maar dat is er nooit van gekomen.

Voor wie eventueel aanstoot zou kunnen nemen aan of zich het onderwerp voelen van je teksten is er gelukkig ook de afsluiter Melody. Daar klinkt het…

Pitou:‘A song is not a man.’ Precies. Het is gewoon een song. Melody is de disclaimer aan het eind van de plaat op aanraden van mijn advocaat. (lacht)

In 2011 speelde je de hoofdrol in Atlantis, een Nederlandse film van Digna Sinke. Was dat het eerste plan?

Pitou: Een kindsterretje worden? (lacht) Laten we zeggen dat ik er wel van droomde om actrice te worden. Ik heb een tijdlang in klassieke koren gezongen, maar op een zeker moment voelde dat – bij gebrek aan een beter woord – benauwend. Daarna besloot ik te gaan acteren, maar dat bleek niks voor mij. Zeker toen niet. Het zal je waarschijnlijk niet verbazen, maar ik kon te weinig loslaten en wilde telkens toch weer zelf de controle behouden. Ondertussen is het wel duidelijk dat muziek mijn medium is. Enkel als zangeres kan ik echt loslaten.

© Anneke D’Hollander

Je zong jaren bij het Nederlands Nationaal Kinderkoor en kunt nog altijd geen koormuziek horen zonder dat je hart een tel overslaat, las ik. Wat doet het hem precies?

Pitou: Niet alle koormuziek. Maar zegt Bulgaarse koormuziek jou bijvoorbeeld iets?

Eh?

Pitou: Je moet Kalimankou Denkou van het Bulgaarse vrouwenkoor Le Mystère des Voix Bulgares maar eens googelen. Zo mooi. Zo spannend. Als de aarde morgen openbarst en daar plots een geluid uit zou komen, dan zou het volgens mij dat lied zijn. Dat is wat ik in Animal zing: ‘The words don’t really do much.’ Woorden kunnen niet meer adequaat omvatten wat ik voel bij zo’n lied. (denkt na) Dat gevoel ligt in dezelfde lijn als wat ik voelde toen ik voor het eerst met mijn popmuziek op het podium stond. Het gevoel dat ik pure energie kon sturen naar het publiek, en dat daar eigenlijk geen woorden aan te pas hoefden te komen.

Nog even tot slot: Van den Bulcke fluisterde ons net in dat we zeker even naar je vj-skills moesten peilen.

Pitou: O shit. (lacht) Ik sta erom bekend dat ik er telkens in slaag de diepste uithoeken van YouTube te vinden. Filmpjes waarvan je denkt: hoe bestaat dit zelfs? Een account met 53 volgers waarop een of andere Deen panfluitcovers speelt voor een green screen waarop hij stockbeelden projecteert (googel op ‘Dancing Queen’ en ‘panflute’, nvdr.)? Ik word heel gelukkig van zo’n vondst. Vooral door de oprechtheid ervan. Of een filmpje van amper drie seconden waarop een Turkse man hartstochtelijk ‘miauw’ schreeuwt naar een gekookt ei (googel op ‘Turkish man’ en ‘meow’, nvdr.)? Sorry, maar beter dan dat wordt het niet.

Big Tear

Uit bij V2. Pitou staat op 28.04 in de Botanique, Brussel, en op 05.05 met Tristan in Trix, Antwerpen.

Pitou

Geboren als Pitou Nicolaes in 1993 in Amsterdam.

Haalt in 2003 de finale van Kinderen voor Kinderen met De pest aan pesten.

Belandt in 2013 bij het Nederlands Nationaal Kinderkoor.

Studeert in 2017 af aan de popafdeling van het Conservatorium van Amsterdam.

Debuteert in 2016 met de ep Pitou. In 2018 volgt I Fall Asleep So Fast.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content