Meesterpianist Frederik Croene: ‘Het brave gepingel van Ludovico Einaudi is een belediging voor de pianomuziek’

Frederik Croene is meesterpianist
Roderik Six
Roderik Six Journalist voor Knack

Op Sans retour eert meesterpianist Frederik Croene de hemelbestormer in de mens. ‘Wanneer het zweet en het bloed van de toetsen druipt, komt mijn werk volledig tot zijn recht.’

Het sneeuwt in Merelbeke. Dat maakt van het slaapdorpje nog geen sprookjesland; een lege bus houdt halt langs een typische Vlaamse steenweg waar autohandelaars, doe-het-zelfzaken en failliete loungebars verkleumd tegen elkaar aanleunen. Nergens brandt licht; dit is een land van rolluiken.

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Achter een van deze donkere gevels woont meesterpianist Frederik Croene. Zijn werk wordt al jaren bejubeld in het buitenland, terwijl hij in eigen land nog als een buitenbeentje wordt beschouwd. ‘Dat ligt deels aan mijn opleiding. Als kind kreeg ik les van Marcel Swolfs, een blinde organist met een eigenzinnige aanpak. Later ging ik in de leer bij de legendarische Claude Coppens, een Gentse pianist en een encyclopedisch genie die lak heeft aan vakjes. Zo was hij een finalist in de Koningin Elisabethwedstrijd, maar ook een rallypiloot die zijn kostbare handen op het spel zette tijdens races. Hij leerde me spelen, maar bracht me ook cultuur bij: hoe is muziek verbonden met beeldende kunst, met wetenschap? Die veelzijdige achtergrond zorgt ervoor dat programmatoren soms vreemd opkijken als ze mijn muziek horen. Mijn werk past zeker niet in het uitgemolken genre van neoklassiek – het brave gepingel dat Joep Beving of Ludovico Einaudi bijvoorbeeld brengen, is een belediging voor de mogelijkheden van de pianomuziek. Mijn oeuvre is avontuurlijker, en dat botst soms met de geijkte paden die klassieke zenders als Klara graag bewandelen. Nu, met elk recital win ik zieltjes. Dan pas, wanneer het zweet en het bloed van de toetsen druipt, komt mijn werk volledig tot zijn recht.’

‘Het brave gepingel van Joep Beving of Ludovico Einaudi is een belediging voor de mogelijkheden van de pianomuziek.’

Terwijl de smeltende sneeuw langs mijn ruggengraat glibbert, troont hij me mee naar zijn studio, een lage bunker die hij in zijn achtertuin neerpootte. Van zodra de deur achter me dichtvalt, hoor ik de stilte – de schemerige box is geluiddicht – en mijn blik wordt meteen naar de Steinway gezogen. De glanzend zwarte vleugelpiano heeft iets monumentaals, iets dreigend ook, alsof de moloch hier eerst stond en de studio er later omheen is gebouwd.

Croene laat me ook een Hammondorgel zien, een paar synths en zijn op maat gemaakte luidsprekers waar hij bij wijze van test The Bug door laat schallen – de loodzware bassen daveren door mijn buik. Eén wand is bezet met platenkasten, en zijn vinylcollectie mag gerust eclectisch genoemd worden: Beethoven staat er vredig naast Sunn O))) te wachten op de pick-upnaald.

Hier heeft Croene Sans retour gecomponeerd, het sluitstuk van zijn pianotrilogie waar hij zeven jaar aan werkte. ‘De drie albums, die ik De trilogie van het heilloze heb gedoopt, vormen een geheel waarin ik mijn bezorgdheid over de klimaatverandering telkens vanuit een ander perspectief thematiseer. De eerste compositie, Cul de sac, vertelt een nostalgisch verhaal over hoe de mensheid terugdenkt aan een idyllisch verleden, toen de waterlopen nog niet vervuild waren en onze lucht nog zuiver was. Op de hoes staat een bandenspoor, een soort fossiele afdruk die onze verknochtheid aan de auto symboliseert. Op een dag zullen we met verbijstering terugkijken naar onze obsessie met auto’s – iedereen weet dat verbrandingsmotoren de aarde verzieken, en toch kunnen we geen afstand nemen van die luxemachine.’

‘Op een dag zullen we met verbijstering terugkijken naar onze obsessie met auto’s.’

Op het tweede album, Solastalgia, prijkt dan weer de maritieme Lima-vlag. Wat is daar de betekenis van?

Frederik Croene: De zwart-gele vierkanten geven aan dat een schip in quarantaine is. Oorspronkelijk ging Solastalgia over onze verloren landschappen, onze natuur die ten prooi is gevallen aan de industriële revolutie. De mensheid is een reizend wezen, we zijn altijd nieuwsgierig naar het land achter de horizon, en boten belichamen die droom – elk schip bevat het verlangen naar het beloofde land, naar nieuwe werelden en paradijselijke stranden. Tijdens het componeren van Solastalgia brak covid uit, en plots stokte de scheepvaart. Samen met die boten werden onze dromen aan de ketting gelegd.

De hoes van Sans retour is daarentegen opmerkelijk sober: wit, met een paar poststempels op gestanst.

Croene: Sans retour is een ode aan zes luchtvaartpioniers, een in memoriam voor die dappere zielen die het luchtruim wilden veroveren en hun heldendaden met hun leven bekochten. Dat gaat van kosmonaut Joeri Gagarin tot Bessie Coleman, een zwarte stuntpiloot die haar roem gebruikte om te strijden voor gelijkberechtiging. Tegenwoordig nemen we het vliegtuig zoals we vroeger de bus namen, met alle ecologische gevolgen vandien, maar de commerciële luchtvaart werd pas winstgevend toen posterijen piloten inhuurden om brieven en pakketten de wereld rond te vliegen. Antoine de Saint-Exupéry, wereldberoemd voor zijn sprookje De kleine prins, verdiende zijn brood met luchtpost. Zijn bekroonde roman Nachtvlucht was een inspiratiebron voor Sans retour, en ook de reden waarom ik naar Japan ben gevlogen om de hoezen vandaaruit terug richting Merelbeke te sturen.

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Op Sans retour staat ook een requiem voor Yukio Seki, een kamikazepiloot. Best luguber.

Croene: In Tokyo heb ik in het War Memorial Museum enkele hoezen van een extra kamikazestempel voorzien, pal op de dag waarop tachtig jaar wapenstilstand werd gevierd. Nou ja, gevierd. Voor dat museum stonden duizenden mensen in de blakende hitte aan te schuiven om hun oorlogshelden te eren, waaronder inderdaad die kamikazepiloten. Surreëel gewoon. Je kunt je toch niet voorstellen dat soldaten dergelijke zelfmoordmissies ondernemen, ter meerdere glorie van de keizer? Japan worstelt nog altijd met zijn oorlogsverleden: waarom moeten wij ons verontschuldigen terwijl Amerika twee kernbommen op ons land dropte?

Bij wijze van uitzondering sneeuwt het vandaag, maar verder draait het klimaat dol. Komt je pianotrilogie niet te laat?

Croene: Ik predik geen alarmisme, noch wil ik met het vingertje wijzen. De trilogie bezingt ons menselijke verlangen om voorbij de horizon te dromen. Dat levert heroïsche daden op – de hemelbestormers op Sans retour getuigen van onze dapperheid – maar ons escapisme en onze hoogmoed eisen ook een tol: we verwaarlozen de plek waar we wonen. Daarin verschillen we van dieren, zij dragen zorg voor hun territorium. Maar we kunnen het reizen niet laten, en ik probeer met mededogen naar onze veroveringsdrang te kijken, en dat verlangen in muziek te gieten.

Sans retour

Uit via Cortizona, beperkt tot 300 handgestempelde exemplaren. Albumvoorstelling op 29.01 in De Bijloke, Gent, bijloke.be

3 luistertips van een hemelbestormer

The Bug – Absent Riddim (2022)

‘Zeventien variaties op eenzelfde baslijn, obsessief en duister uitgewerkt met de interessantste stemmen van de laatste 25 jaar, gaande van Jaimie Branch, Moor Mother, en levende legende Mark Stewart tot dichter Roger Robinson. Alle uithoeken van ondergrondse muzikale (dub)kelders worden voor het schimmige voetlicht gehaald, noem het maar de Goldbergvariaties van de 21e eeuw.’

Captain Beefheart – Trout Mask Replica (1969)

‘We zijn met weinig, zij die tijd vonden om dit meesterwerk grondig te bestuderen. Want enkel devote toewijding geeft toegang tot deze essentie van het surrealistische hippiedom. Een caleidoscoop van het verloren gegane Amerikaanse vrijdenken en artistieke radicaliteit in 28 nummers en evenzovele complexe constellaties van bizarre teksten, onmogelijke ritmische opeenstapelingen en virtuoze stemschakeringen.’

Béla Bartók – 4e strijkkwartet, uitgevoerd door het Lindsay Quartet

‘Net zoals Afro-Amerikaanse muziek in zijn essentie kan herleid worden tot het atoom van één deltablues-nummer, zo kan de hele klassieke muziek herleid en uitgekristalliseerd worden tot de vier personages in dit strijkkwartet. Deze versie uit 1981 die ik onlangs in mijn platencollectie herontdekte, klinkt ontstellend hedendaags. Een rollercoaster voor strijkers zowaar.’

Frederik Croene

Geboren in 1973 in Brugge, groeit op in Beernem.

Studeert in 1999 af aan het Brusselse Conservatorium.

Debuteert in 2010 met Le piano démécanisé uit, het begin van een avontuurlijk oeuvre.

Werkt regelmatig samen met beeldend kunstenaar Karl Van Welden.

 

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise