Hoe PJ Harvey dertig jaar geleden de strijd aanbond met seksuele stereotypen

PJ Harvey in 2017 © Getty

Polly Jean Harvey is pas 22 als ze zich in maart 1992 voor het eerst laat opmerken met Dry, een plaat vol overrompelende garagepunk waarmee ze op confronterende wijze ieder naadje van haar vrouw-zijn verkent. Tegelijk vertaalt de zangeres haar relationele trauma’s in franjeloze maar dwingende poëzie die seksuele taboes ondermijnt.

PJ Harvey is een kind van haar tijd. Een jaar vóór ze debuteert, breekt Nirvana op brede schaal door met Nevermind, een langspeler die rauwe gitaarmuziek eindelijk weer legitiem maakt. De tengere artieste, afkomstig uit het landelijke Zuidwesten van Engeland, weet meteen te imponeren. ‘Ze is de enige rockster die me doet inzien dat ik volstrekt niets voorstel’, zegt Courtney Love over haar. Polly Jean Harvey is dan ook een buitenbeentje, dat de prestigieuze Mercury Music Prize niet één maar twee keer op zak mag steken: de eerste keer dankzij Stories From the City, Stories From the Sea uit 2000, de tweede keer als bekroning van Let England Shake uit 2011. Zelf noemt ze zich een perfectioniste: ‘Als ik er niet in slaag voortdurend mijn creatieve grenzen te verleggen, ben ik diep ongelukkig’.

Polly Jean groeit op in Gorcombe, een dorpje in Dorset dat slechts 445 inwoners telt. Haar ouders zijn steenhouwers, die haar al op jonge leeftijd aanmoedigen creatief te zijn. Tijdens haar jeugd hoort ze enkel muziek uit de vinylverzameling van ma en pa: Bob Dylan, Neil Young, The Rolling Stones, de blues van Howlin’ Wolf en Robert Johnson en, vooral, Trout Mask Replica van de excentrieke Captain Beefheart. Moeder organiseert regelmatig optredens van bands en onder impuls van de muzikanten die haar ouderlijke huis frequenteren, begint PJ gitaar, viool en saxofoon te spelen. Toch ziet ze haar toekomst aanvankelijk buiten de muziek: ze krijgt zelfs een beurs om aan het Saint Martins College in Londen beeldhouwkunst te gaan studeren. Maar al gauw zal blijken dat het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

‘Rock is voor mij een spiritueel medium, gedreven door emoties’, aldus Harvey. ‘Tegelijk is het erg lichamelijk en dat trekt me aan: ik hou er niet van de dingen te intellectualiseren’. Op haar twintigste treedt ze toe tot Automatic Dlamini, de band van John Parish, die vanaf dan haar voornaamste mentor wordt en met wie ze jaren later platen zal opnemen als Dance Hall at Louse Point (1996) en A Woman A Man Walked By (’99). De drang om haar eigen weg te gaan is echter zo sterk dat ze, samen met bassist Stephen Vaughan en drummer Robert Ellis haar eigen trio opricht: PJ Harvey. Na een lokaal concertje, waarbij de organisator de groep geld aanbiedt om voortijdig te stoppen, aangezien het publiek in dichte drommen de zaal uit loopt, heeft het driespan in Londen slechts één optreden nodig om een platencontract bij Too Pure in de wacht te slepen.

Vernedering

De eerste single, het door strak gitaarwerk en een schurende viool aangedreven Dress, trekt meteen de aandacht van BBC-DJ John Peel. Het nummer handelt over de wanhopige poging van een jonge vrouw om een man te verleiden. ‘Must be a way that I can dress to please him’, bedenkt ze, terwijl ze zich in een jurkje wurmt waar ze zich nauwelijks in kan bewegen. De zangeres worstelt duidelijk met de stereotypen van vrouwelijkheid die haar tot een lustobject maken. Eén en ander loopt dus uit op een vernedering én het besef dat het niet zo’n goed idee is per se anderen te willen behagen.

De volgende single, het even stormachtige als furieuze Sheela-na-gig, verwijst dan weer naar typisch Keltische bas-reliëfs met afbeeldingen van een vruchtbaarheidsgodin die haar overdreven grote schaamlippen open spert. In de song etaleert Polly Jean Harvey haar ‘child-bearing hips’ en ‘ruby-red lips’, om vervolgens door het voorwerp van haar liefde voor exhibitioniste te worden gescholden. De man aan wie ze haar intimiteit aanbiedt, noemt haar onrein en kan haar alleen maar zien als heilige of als hoer. ‘Put money in your idle hole’, bijt hij haar spottend toe. Uiteindelijk reageert de ik-figuur met een citaat uit South Pacific, een Broadway-musical van Rodgers & Hammerstein uit 1949: ‘Gonna wash that man right out of my hair / Turn the corner another one there’. Want waarom zou je je laten kleineren door vertegenwoordigers van het andere geslacht, als je beseft dat die sowieso onderling verwisselbaar zijn?

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Op beide singles beschouwt Harvey haar vrouwelijkheid nu eens als een valkuil, dan weer als een wapen. Dress en Sheela-na-gig zijn de voorbodes van Dry, een intens langspeeldebuut waarop PJ Harvey alle regels aan haar laars lapt en alle verwachtingspatronen vrolijk negeert: ‘Het was de eerste kans die ik kreeg om een plaat te maken, en ik ging ervan uit dat het mijn laatste zou zijn’, zegt ze. ‘Dus stopte ik er mijn hele hebben en houden in. Niemand maakte op dat moment de opwindende muziek die ik graag wilde horen. Dus deed ik het maar zelf’.

Stuurloos

De primitieve maar urgente postpunk van PJ Harvey, geïnspireerd door die van Nick Cave, Pixies en Slint, is als een blinde sprong in de diepte: verschroeiend en overrompelend, trashy en van een bedwelmende sensualiteit die sinds de beginjaren van Patti Smith niet meer is voorgekomen. De songs leunen op woede en tederheid, brutaliteit en overgave en zitten vol onverwachte wendingen. Ze zijn naakt en afgekloven, dragen een minimum aan ballast en vertonen nauwelijks productionele kunstgrepen.

Polly Jean Harvey blikt Dry in terwijl ze herstelt van een zenuwinzinking. Na de rust van het rurale Dorset blijkt het leven in Londen haar slechts matig te bevallen. Ze ervaart de drukte van de grootstad als een bedreiging, voelt zich stuurloos en ongelukkig en raakt in de greep van een depressie. De zangeres is ook extreem verlegen en zeer op zichzelf. ‘Als adolescente ontbrak het me al aan zelfvertrouwen’, bekent ze. ‘Ik vond mezelf lelijk en was er heilig van overtuigd dat niemand me ooit uit zou vragen’. Harvey voelt zich niet op haar gemak in het gezelschap van mensen die ze niet kent. Volgens haar vrienden is ze een huiselijk type dat vooral nood heeft aan een natuurlijke omgeving. Wanneer ze geen muziek maakt, is tuinieren haar meest geliefkoosde vrijetijdsbesteding.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Maar een deel van haar mentale problemen ten tijde van Dry is zeker ook te wijten aan het afspringen van haar eerste serieuze liefdesrelatie, een onderwerp dat als een rode draad door de songs loopt. Het ene moment klinkt de zangeres ontredderd en gebroken, het volgende fantaseert ze over wraak. Uit haar openhartige teksten komt ze soms naar voren als een slachtoffer, maar haar brutale en agressieve gitaarspel lijkt een heel ander verhaal te vertellen. Harveys ongefilterde songs over relationele trauma’s zijn wel eens met een blootliggende zenuw vergeleken. De elf nummers uit Dry zijn geboren uit onmacht en frustratie, snijden diep in het vlees en laten bij iedere luisterbeurt nieuwe littekens na.

Tegelijk zet Polly Jean Harvey de conventionele vrouwelijke gedragsregels op hun kop. Ze zingt over seks, onderwerping en beperkende gender-rollen, maar verschuilt zich daarbij niet achter verhullende metaforen. Ze noemt de dingen bij hun naam, net zoals Tori Amos op het twee maanden vóór Dry verschenen Little Earthquakes of zoals Liz Phair een jaar later zal doen op Exile in Guyville.

Erfzonde

In Oh My Lover doet ze er alles aan om haar minnaar aan zich te binden, ook al betekent dit dat ze hem met een ander moet delen. De onderliggende suggestie is dat vrouwen in relaties niet zelden gedoemd zijn pijnlijke compromissen te sluiten. Toch heeft ze er moeite mee de geheime component in de verhouding te zijn. ‘Oh My lover / Why don’t you just say my name?’, kreunt ze. Elders heeft ze het over het verlies van haar maagdelijkheid: ‘So fruit flower myself inside out / I’m tired and I’m bleeding for you’. De zangeres identificeert zich hier met Eva, die in het Aards Paradijs van de verboden vrucht proeft en daardoor verantwoordelijk wordt gehouden voor de erfzonde. Het is slechts één van de songs op Dry die rechtstreeks naar de Bijbel verwijzen.

Impliciet hekelt PJ Harvey de dubbele moraal waarmee vrouwen in onze patriarchale samenleving worden beoordeeld. Velen zien in Dry dan ook een feministisch statement. ‘Schromelijk overdreven’, vindt de zangeres zelf. Ze houdt vol dat haar werk helemaal niet zo serieus is en dat haar sardonische humor al te vaak over het hoofd wordt gezien. ‘Rock hoor je te voelen in iedere vezel van je lijf’, stelt ze. ‘Maar dikwijls moet je er ook gewoon om lachen. Het blijft me verbazen dat wat ik tongue-in-cheek heb bedoeld, zo ernstig wordt genomen. Maar hoe anderen je werk interpreteren, heb je helaas niet onder controle’.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Haar expressieve zangstijl balanceert tussen schreeuwen en fluisteren, maar haar idioom ontleent ze aan de blues. De meest furieuze track uit Dry is wellicht Joe, een soort Bonnie en Clyde-verhaal waarin overgave de kortste weg is naar de zelfvernietiging: ‘When I’m trussed in that headache tree/ Cut me down with your silver knife’. In het folky Plants and Rags, waarin een akoestische gitaar en een cello opduiken, is ogenschijnlijk een zekere rust neergedaald: ‘Dreamt of a man / He fed me fine food / He gave me shiny things’. Maar ook hier broeit iets duisters onder de oppervlakte: ‘Plants and Rags / Ease myself into a body bag’.

Zuivering

Hair steunt op het Bijbelse verhaal over Samson, wiens kracht in zijn haar schuilt. Door zijn lokken af te knippen slaagt Delilah, die zijn ‘stunning bride’ hoopt te worden, er als het ware in hem te ‘ontmannen’.

O Stella is een ode aan een schilderij (of een icoon) van de heilige maagd, die voor de gelegenheid de status van rockster krijgt toebedeeld (‘I pin you to my chest’). Maria keert als personage overigens terug in Water, de afsluiter van de plaat, waarin Harvey in de huid van Jezus Christus kruipt en vol zelfvertrouwen over de zee loopt. Water, van oudsher een symbool voor vrouwelijke energie en intuïtie, is ook alomtegenwoordig in Victory, waar de ik-figuur zich op een schip bevindt dat (letterlijke of emotionele?) stormen trotseert. In Fountain staat water dan weer voor zuivering, voor het element waarmee schaamte en zonde worden weggespoeld.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Polly Jean Harvey zingt op haar debuut-lp over seks vanuit vrouwelijk perspectief en gaat daarbij de lelijke of onbehaaglijke aspecten ervan niet uit de weg. Wél is het opmerkelijk dat Dry, de eigenlijke titeltrack, de plaat niet heeft gehaald. De song staat als b-kantje verborgen op de single Dress, al zal Harvey hem een jaar later alsnog opdelven met het oog op Rid of Me. ‘I’m sucking ’till I’m white / But you leave me dry’, meldt Harvey gefrustreerd. De partner op wie ze zo lang heeft gewacht, slaagt er niet in haar seksueel op te winden, laat staan te bevredigen. Maar gelukkig is er nog de muziek. ‘Gitaar spelen brengt me net zo in vervoering als een nachtje vrijen’, aldus Harvey. Dertig jaar later weten we dat er, na die initiële periode van droogte, alsnog een vruchtbare carrière is gevolgd. En zo kwam het toch nog goed.

De meeste quotes van PJ Harvey werden ontleend aan een interview met Hot Press.

Partner Content