Gitarist Vitja Pauwels: ‘Ik gebruik graag al mijn ledematen’

© Olympe Tits
Bart Cornand
Bart Cornand Redacteur Knack

U kent hem als de gitarist van Naima Joris, van Bombataz en Lara Rosseel. Maar in alles wat hij doet, is Vitja Pauwels vooral zijn herkenbare zelf. Zijn rootsy solodebuut Drift By/Sink In, dat vandaag uitkomt, gaat recht de eindejaarslijstjes in.

Vooral liefhebbers van kleine lettertjes kennen Vitja Pauwels. Van Naima Joris tot Cram Ration, van Lara Rosseel tot Warm Bad, van An Pierlé tot The Bony King of Nowhere: binnen en buiten de jazz duikt hij op in de liner notes.

Twee jaar na de live-ep Day at Half Speed zet hij een stap naar voren met het soloalbum Drift By/Sink In. Dat ‘solo’ mag u erg letterlijk nemen: Pauwels beroert de elektrische gitaar, dobro, pedal steel en samples helemaal in z’n eentje. Het resultaat flitst de luisteraar naar de wereld van Ry Cooder en Daniel Lanois, maar dan met de rekkelijkheid van de jazzman. Aardse muziek met krijzelend woestijnzand tussen de tanden – en dat van de hand van een man uit Vilvoorde met een eigenaardig cv.

Hoe komt een architect in de jazzscene terecht?

Vitja Pauwels: Ik ben met gitaar begonnen toen ik vijf was. Rond mijn twaalfde speelde ik pop- en rockliedjes mee met de radio, maar daarvoor en daarna volgde ik het standaardparcours op klassieke gitaar, de hele muziekschool lang. Ik deed het toelatingsexamen aan het conservatorium in Brussel en was geslaagd, maar toen sloeg de twijfel toe. Mijn ouders waren wat bezorgd: ‘We weten niet of we hier een toekomst in zien, maar we willen je ook niet tegenhouden.’ Dus besloot ik maar een ‘gewone’ studie te kiezen aan de universiteit. Ik schrapte alles wat me niet interesseerde, en zo bleef ingenieur-architect over. Toch iets half-creatiefs.

Ik besloot een “gewone” studie te kiezen aan de universiteit. Ik schrapte alles wat me niet interesseerde, en zo bleef ingenieur-architect over.

En dat heb ik afgemaakt. Het laatste jaar was best pittig. Ik legde toen het toelatingsexamen aan het jazzconservatorium in Antwerpen af, omdat ik een bredere muzikant wilde worden.  Het heeft me jaren gekost voordat ik besefte wat ik aan het doen was: hard studeren voor een job als architect die ik hoogstens halftijds wilde doen, naast muziek. Dat is natuurlijk geen optie, je kunt niet een béétje ingenieur of architect zijn. En misschien ook niet een beetje muzikant. Dus maakte ik ook het jazzconservatorium af, plus een jaar Erasmus in Noorwegen. Tien jaar hogere studies dus, maar ik heb er geen spijt van.

Heeft je studie architectuur sporen nagelaten in je muziek?  

Pauwels: Heel zeker. Er zijn nogal wat concepten blijven hangen. Het idee om met zo weinig mogelijk bouwdeeltjes iets uit te werken, bijvoorbeeld. Dat blijft me inspireren in de manier waarop ik composities uitbouw. En vanuit mijn liefde voor design: de drang om te blijven schaven aan mijn klanken. Daarnaast is het natuurlijk handig als je wat wiskunde kent als je je computer wilt programmeren.

Ik ga geen solo’s van een halfuur spelen: voor mij kan het ook in tien seconden.

Daar staan dan weer tegenover dat ik niet zo taalvaardig ben. En ik dus ook geen gitarist ben die in een solo een lang verhaal vertelt. Ik ga geen solo’s van een halfuur spelen: voor mij kan het ook in tien seconden. Ik ben iemand van weinig woorden.

Toch heb je een heel eigen stem. Zoals elke plaat die Daniel Lanois producet een Lanoisplaat wordt, zo is elk project waaraan jij meewerkt een Pauwelsproject.

Pauwels: Poeh, Lanois? Dat is het grootste compliment.

Als je schrijft, hoe bepaal je of een stuk iets is voor je solowerk, of voor een andere band?

Pauwels: Dat is inderdaad niet evident. De basisregel is: van wie kwam het eerste idee? Als ik partijen maak voor Naima, dan blijft het Naima’s song, wat ik er ook aan toevoeg. Maar soms probeer ik haar iets aan te bieden wat al behoorlijk vol zit: ik heb dan al indicaties van wat de stem zoal moet doen, en misschien zelfs flarden tekst. Dan wordt het moeilijk. Onlangs gaf ik een nummer aan Naima, maar toen zei ze: ‘Ik vind het heel tof dat je aan me denkt, maar het is al zo zeer van jou dat ik dit niet kan overnemen.’ Ik ben nog niet klaar met die oefening.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Drift By/Sink In is een fascinerende, beeldende titel. Wat betekent hij voor jou?

Pauwels: Het feit dat jíj er op slag betekenis in aanvoelt, vind ik al een goed teken. De titel was het uitgangspunt voor de muziek. Er flitsten verschillende beelden door mijn hoofd. Stromend water. Stilstaan. Durven loslaten. Poëzie meedragen. Hoe langer ik erover nadenk, hoe minder ik het weet. (lacht)

Het album klinkt heel aards en rootsy, maar echt americana is het niet. Nogal wat jazzmensen blijven daar liever van weg, merk ik.

Pauwels: Er zijn best wat rootsartiesten die ik bewonder – Ry Cooder, bijvoorbeeld – maar verwacht van mij geen bluesshuffle. Cooder en Lanois zijn voor mij de top. Ze zijn meteen herkenbaar, en ze dóén iets met de intensiteit van de traditie.

Cooder en Lanois zijn voor mij de top. Ze zijn meteen herkenbaar, en ze dóén iets met de intensiteit van de traditie.

Onderschat het niet: hoe simpeler iets wordt, hoe moeilijker ik het vind om te spelen. Ik sta er altijd van te kijken hoe eenvoudige dingen ontzettend goed kunnen klinken. Kijk naar Lanois: hij speelt een C-akkoord, en je hoort een kathedraal. Bij hem voel je dat zijn muziek van diep komt, als de stem van een oude wijze.

De Cooder- en Lanoisreferenties op jouw album zijn duidelijk. Op het kruispunt tussen die twee staat Blake Mills – een fascinerende soloartiest én producer, onder meer van de laatste plaat van Bob Dylan. Jullie zouden broers kunnen zijn.

Pauwels: Ik ben groot fan van hem. Echt top. Doodjammer dat zijn tournee van vorige zomer werd gecanceld. Mills is een buitengewone gitarist. Ik heb niet het gevoel dat ik op gitaar alles zo goed voor elkaar heb als hij.

Net als hij werk je met laagjes en elektronica. Soms vraag je je als luisteraar af: wat hoor ik in godsnaam?

Pauwels: Precies. Ik zoek graag naar manieren om mezelf te begeleiden. Dan leg ik laagjes aan: samples die ik trigger met mijn voeten, een drumcomputer, stukjes van mezelf met mijn effectpedalen. Laag na laag, tot ik iets vind wat me inspireert. Meestal duurt het langer om een song aan te kleden dan om hem te schrijven. Het is een hele uitdaging. Mijn set-up is enorm, het duurt al een halfuur om op te stellen. Twintig effectpedalen, een computer, een sequencer, een pedal steel, twee versterkers… Het is eigenlijk redelijk belachelijk. (grijnst) Maar dánkzij al die spullen voel ik me niet alleen op het podium.  Het wordt dan een beetje een spel: met mijn linkertenen kan ik een drumbeat spelen, rechts een cymbaal tevoorschijn laten komen. Ik gebruik graag al mijn ledematen. Ik begin het leuker en leuker te vinden.

Voor het Brand!-festival in Mechelen ben je samen met Lara Rosseel artist in residence. Je speelt er samen met gitaargod Marc Ribot, bekend van Tom Waits en John Zorn. Hoe kreeg je dat voor elkaar?

Pauwels: Een dag ervoor, op 30 november, staan we samen in Ha Concerts in Gent – wat vroeger de Handelsbeurs heette. Daar spelen we elk een soloset, na elkaar. Een dag later in Mechelen speelt hij eerst een soloset, daarna spelen we sámen een project. Ribot, ik, een baritongitaar, een Hammondorgel en drums. Brand! had me in augustus vorig jaar gevraagd of ik een droomproject had. Ribot bleef door mijn hoofd spoken. Het heeft allemaal wat voeten in de aarde gehad, maar goed, we zullen er staan. Ik wil vooral een context creëren waarin ik hem op z’n best kan laten shinen. Elektrisch dus, en iets wat kan grooven. Ik heb voor een halfuur muziek geschreven, en dan wordt het samen improviseren. Ik kijk er ontzettend naar uit.

Drift By/Sink In van Vitja Pauwels is uit bij WERF.

Concerten: 30/11 in Ha Concerts, Gent. 01/12 op Brand! Jazzfestival, Mechelen.

Lees meer over:

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content