Dag drie van BRDCST schippert tussen narcotische intimiteit en verschroeiende cyberbeats

Tirzah
Tobias Cobbaert

Nadat op dag één de Afrikaanse scene centraal stond, en op dag twee moderne artiesten die klassieke instrumenten een nieuwe invulling gaven, bood de derde en laatste dag van BRDCST de meest diverse affiche. We zagen ontroerende ambient die door een robot geprogrammeerd leek te zijn, maar eveneens verschroeiende cybergrind uit Kenya en weelderige progrock uit Noorwegen.

BRDCST viert niet enkel de grensverleggende muziek van vandaag, maar ook die van een halve eeuw geleden. Vorig jaar mocht Tago Mago van Can vijftig kaarsjes uitblazen. Het album geldt als een van de mijlpalen uit de krautrock, een experimenteel genre dat ontstond in Duitsland en dat de bluesklanken en -structuren van rockmuziek inruilde voor psychedelische en avant-garde elementen. Can kon er zelf niet bij zijn, maar de AB daagde een groep jonge muzikanten voor om het album te herwerken – iets wat nog maar weinig mensen hen voor durfden doen vanwege het uitdagende bronmateriaal.

Het meest opvallende element was de aanwezigheid van harp, die een originele toets aan Cans bizarre muziek toevoegde. Jammer genoeg werd het snaarinstrument vaak overstemd, maar wanneer de gitaren even zwegen zorgde het voor een feeëriek sfeertje. Verder waren het vooral de hoekige baslijnen, de tegendraadse vertelstijl van de zanger en de industrieel aandoende crescendo’s die de show stalen. Al werden er nog heel wat leuke franjes toegevoegd, zoals een overstuurde drumcomputer die even naar grindcore neigde of een grommende saxofoon die de komst van de barbaren leek aan te kondigen. Op het internet wordt weleens naar klassieke rockgroepen verwezen naar ‘dad rock’ omdat de muziek gedateerd zou zijn. Can is eerder rock voor je excentrieke nonkel die met te verouderen enkel maar hipper is geworden.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Flock is een supergroep met wortels in de Londense jazz scene, al leek hun muziek in de AB eerder klassiek gericht. Waar de set in het begin nog wat aan Swans deed denken, dankzij de onheilspellende drone met onrustige drums, zorgde de gezellige piano er al snel voor dat de muziek geschikter werd om tijdens een boswandeling te luisteren. Die switch bleek een voorbode te zijn voor de hele performance, waar constant tussen gemoedelijk en licht gespannen werd gewisseld. De onrustige crescendo’s kwamen nooit écht tot uitbarsting, waardoor de kalme stukken ook een gevoel van onbehagen kenden. Bovendien deden de composities soms wat aan minimal music denken, dankzij de verschillende instrumenten die elkaar leken tegen te spreken qua ritmes. Volgens ons was er geen toeval dat twee muzikanten op een bepaald moment naast elkaar begonnen te klappen, als verwijzing naar Steve Reichs Clapping Music.

Dankzij artiesten als —__–__ zijn we erg blij dat we voor de geschreven pers werken en niet voor de radio, waar je zo’n naam moet proberen uitspreken. Even bevreemdend als die naam was de muziek. Het gaat om een project van muzikanten Seth Graham en More Eaze. Waar die eerste vooral voor de elektronische achtergrondinvulling zorgden, nam de tweede haar viool en haar microfoon bij de hand. Het duo bracht bevreemdende ambient waarin geautotunede vocals centraal stonden. Het wekte een onbeschrijflijk gevoel op, alsof een AI-programmaatje voor het eerst muziek had gehoord en nu ook haar eigen melancholie in klanken wilde omzetten. Af en toe kende de muziek een onverwachte uithaal, zoals de black metal screams van Seth Graham of de momenten toen More Eaze haar viool op een dissonante, bijna free jazz manier ging bespelen, maar vreemd genoeg pasten die perfect bij de idyllische sfeerstukken. Een oase van rust in de metaverse.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

De grootste publiekstrekker van de avond was Tirzah, die haar nieuwe album Colourgrade kwam voorstellen. Op die plaat klinkt de sowieso al ingetogen zangeres nog ongrijpbaarder dan anders, wat zich vertaalde in een erg minimalistische performance. De kleinschalige, narcotische instrumentals legden alle nadruk op Tirzahs diepe, rokerige stem, die gelukkig sterk genoeg bleek om het geheel te dragen. Ook de nummers vanop haar vorige platen werden herwerkt tot teruggeschroefde versies, met als meest frappante voorbeeld Holding On. Tijdens vorige optredens telde die song als een van de uitbundige hoogtepunten, terwijl het dit keer volledig beatloos en haast ambient gepresenteerd werd. Tirzah was duidelijk niet gekomen om te feesten, maar om het publiek stilletjes met de mantel der liefde te bedenken. In de paar nummers waarin de bassen toch even mochten ronken, zoals het narcotische Tectonic, probeerde ze dan ook niet om het publiek in beweging te krijgen, maar om het zachtjes in slaap te wiegen. Een mooie, verstillende performance.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Ook Jenny Hval kwam naar de AB met een nieuw album onder de schouder, in haar geval Classic Objects. De Noorse songwriter kwam niet de uitdagendste muziek van het weekend brengen, maar misschien wel de elegantste. We zouden haar muziek in hetzelfde rijtje zetten als die van andere weelderige singer-songwriters als Julia Holter en Joanna Newsom, al had haar muziek in de AB ook iets weg van progressieve rock. Alsof Björk de frontvrouw van Pink Floyd zou zijn. Muzikaal deed het ons dus meer denken aan de woestijn dan aan de Noorse fjorden, maar Hvals gevoel voor humor deed de temperatuur toch wat zakken. ‘Gisteren hebben we dit nummer ook gespeeld, en ik vroeg aan het publiek of ze zin hadden om te dansen. Jammer dat ze volmondig “ja!” riepen, want het is een nogal traag en stil nummer’ was slechts een van de kwinkslagen waarmee ze de nummers aaneenpraatte. Het zorgde voor een aangenaam tegenwicht tussen de lang uitgesponnen, weelderige artrockcomposities.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Veel rustige, bedwelmende muziek op dag drie van BRDCST, maar de allerlaatste act kwam de innerlijke rust aan diggelen slaan. Vanuit een blauwe rookwaas vuurde het Kenyaanse duo Duma zijn verschroeiende beats op het publiek af. De hyperkinetische drumcomputer van Sam Karugu ging zo wild tekeer dat moshen of headbangen quasi onmogelijk werd, waardoor we eerder in een soort moordlustige trance verkeerder. Lord Spikeheart verkeerde duidelijk in dezelfde mentale toestand, want als een soort demonische sjamaan sprong hij van links naar rechts op het podium terwijl hij zijn gutturale vocals in de microfoon schreeuwde. Het was een nogal atypische, in your face-afsluiter van drie dagen aan avant-garde muziek, maar het bood een heerlijke ontlading om elke beat door je lichaam te voelen rammen tot er geen spaander van je energie overbleef.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content