‘Influencer’ Henk Rijckaert werd een betere comedian dankzij mondmaskers en robotschorpioenen

© Anneke D'Hollander
Kristof Dalle Journalist

Anderhalf jaar lang plooide hij zich terug op zijn atelier en zijn YouTube-kanaal. Met Influencer veegt hij nu toch het zaagsel uit zijn baard en de geur van gesmolten plastic uit zijn neus.

Rookie mistake. Normaal zit op die haspel enkel een labvoeding, een dremel, een soldeerbout en een viseuze, maar nu had ik er dat elektrisch vuurtje ook op aangesloten. Da’s vragen om problemen. Natuurlijk gaf dat kortsluiting toen ik deze week French cleats aan het maken was.’

‘Natuurlijk.’

We zitten in het onverwarmde magazijn annex atelier van Henk Rijckaert in de Gentse Bloemekenswijk, van waaruit de comedian zich met YouTube-kanaal De koterij de laatste jaren een heel vreemd hoekje van het internet heeft afgebakend: een on- en offline speeltuin voor 30.000 abonnees waarin hij onder meer zijn eigen decorstukken en bizarre comedyattributen bricoleert.

We zitten in het onverwarmde magazijn annex atelier en we hebben geen idee waarover hij het heeft. Niet eens een beetje. Er staan welgeteld drie voorwerpen in de overvolle ruimte die we wél kunnen benoemen – een Vikinghelm, een buste van Lemmy en een R2D2 van de witte producten, deel van het bisnummer van zijn vorige DIY-show Maker. Daags na de dernière van die show, in maart 2020, ging de wereld op slot en plooide de stand-upper zich noodgedwongen terug op zijn tweede passie. ‘Al moet ik mensen nog steeds uitleggen wat een maker precies is. En vooral ook waarom. (grinnikt) Het vreemde is dat niemand dat ooit vraagt aan de mannen die om vijf uur ’s ochtends de mountainbike op de wagen klikken om tegen acht uur rond te bolderen in de bossen van Durbuy. Terwijl dat ook vragen oproept. Ik ben gewoon zo beleefd om die niet te stellen. Maar dus: waarom? Om de liefde voor het experiment. Om technieken, denk maar aan 3D-printen of vacuforming, bij te leren als verlengstukken van je creatieve mogelijkheden. Dit is gewoon een nieuwe vorm van creativiteit. Zelfs een nieuwe vorm van kunst. Bijna dan toch.’

Mannen die om 5 uur ’s ochtends de mountainbike op de wagen klikken om tegen 8 uur rond te bolderen in de bossen van Durbuy: dat roept vragen op. Ik ben gewoon zo beleefd die niet te stellen.

Rijckaert maakt soms heel coole voorwerpen. Van robotschorpioenen tot drift bikes. Wat het waarschijnlijk extra pijnlijk maakt dat het best bekeken filmpje op zijn kanaal… ‘Gaat het over Hoe maak ik een ingemaakte kast? Ja. (lacht) Het zij zo, zeker? Soms voel je je een halve kunstenaar, soms gewoon Roger van Dobbit TV.’

Eind januari gaat zijn nieuwste show Influencer in première. ‘Ik vond het vooral een grappig gegeven om de woorden ‘Henk Rijckaert’ en ‘influencer’ samen op één affiche te zien.’

Was ‘influencer’ geen vies woord? Iets dat je niet over jezelf zegt.

Henk Rijckaert: Dat maakt het dan alleen maar geestiger. Is dat zo’n beetje zoals je jezelf ook geen milf mag noemen? ‘Goh, ‘k zijn toch een beetje een milf, hè. ‘ Raar, tante Ivonne. Raar.

Nee, de show wordt vooral een rare analyse van social media en mijn onbeholpen poging om zelf een invloedrijke influencer te worden. Over mijn versie van dat wereldje. Zonder bijvoorbeeld iemand te kakken te zetten. Dat is me iets te gemakkelijk. Ik neem het zelfs op voor Instagram. De kritiek dat het oppervlakkigheid en een brak zelfbeeld in de hand werk? Bullshit. De technologie is er toch, waarom zou je die niet gebruiken? Waarom zou je vandaag nog een selfie maken, denken ‘wat een mottige kop is dat’ en die alsnog onbewerkt online gooien? Je blijft gewoon proberen tot je een goede hebt, of toch een die je met een filter kunt fiksen. Onze relatie met beelden is nu eenmaal veranderd: vroeger maakte je dertig analoge foto’s, was het hopen op één goede, en uiteindelijk koos je moeder er de lelijkste uit, die dan twintig jaar prominent op de kast in de woonkamer mocht staan. (nadrukkelijk) Maar Instagram is slecht voor ons zelfbeeld?

Mondmaskers en robotschorpioenen maakten Henk Rijckaert een betere comedian
© Anneke D'Hollander

Je hebt invloed op mensen, bedenk je al dan niet badinerend in het persbericht. ‘Met die verantwoordelijkheid moet ik voorzichtig omspringen. En ik weet dat er collega-influencers zijn die dat niet doen.’ Heb je het dan over de online poot van dat andere stokpaardje van jou: complotdenkers, flat-earthers, antivaxers…?

Rijckaert:(blaast) Lastig onderwerp.

Waarom?

Rijckaert: Ik heb daar zeker een mening over. Maar ik heb ook een mening over het constant verkondigen van een mening. Het is tragisch en boeiend tegelijk om te zien hoe succesvol complottheorieën floreren in onzekere tijden, maar je moet niet bij mij zijn voor het maatschappelijk debat. Soms kun je uit mijn show iets halen, als je dat zelf wilt, maar ik ga geen minuten doorbomen over één zwaar thema. Anderen kunnen dat beter en gebalder. Ik wil nooit preken in mijn stand-up. Bill Hicks bijvoorbeeld was een hilarisch stand-upicoon, maar kon soms ook ontbranden in een wat humorloze preek. Pijnlijk genoeg zie je vandaag vaak dat het net die stukken zijn die het goed doen op YouTube, de fragmenten zonder context en jokes. Alsof hij niet gewoon een steengoede comedian was.

Mondmaskers en robotschorpioenen maakten Henk Rijckaert een betere comedian
© Anneke D'Hollander

Voor Maker sleutelde je daags voor de première nog aan die R2D2 daar in de hoek. Welke attributen moeten nu nog afgewerkt worden?

Rijckaert: Ik ben eindelijk eens op tijd klaar. Hooguit nog een barkruk die wat extra patina moet krijgen. En gisteren had ik wel wat problemen met de wokpan des doods.

Nog eens?

Rijckaert: Dat is een experiment dat ik een paar jaar geleden bedacht, en waarbij ik mezelf – middels elektroshocktherapie – beter leerde om te gaan met kritiek en negatieve reacties. (lacht) In de nieuwe show mag het publiek me met die helm, enfin, wokpan corrigeren. Ik heb een aantal potentiële online trends bedacht, en als ze die maar niks vinden, mogen ze me via die pan op mijn hoofd een schok geven. Zo kweek ik een dikkere eeltlaag én zien zij hoe hard kritiek binnenkomt bij een influencer.

Heb jij daar last van? Jij lijkt niet zozeer trollen aan te trekken, hooguit goedbedoelende nonkels die lachen omdat je al eens een haspel laat doorbranden.

Rijckaert: En toch. Mensen kunnen echt grof zijn, zelfs op een kanaal als De koterij. Heel vreemd. Zo concentreer ik me momenteel vooral op mijn show – je weet wel, waar ik mijn inkomen vandaan haal – waardoor het niveau van mijn video’s soms een beetje slabakt. Ik denk: mijn volgers snappen dat wel. Maar toch krijg je nog reacties als: ‘De laatste weken was het wat dunnetjes. Ik verwacht meer van jou, Henk!’ Sorry! Sorry dat het gratis entertainment van deze week net iets minder was dan het gratis entertainment van vorige week, vriend. (lacht) Ik ben in de eerste plaats nog steeds een comedian, YouTube komt daar gewoon bovenop.

Klopt die stelling nog steeds? Stop je tegenwoordig niet evenveel en soms zelfs meer uren in YouTube dan in stand-up?

Rijckaert: Shit. Heb je daar een punt? (denkt na) Ik voel op zijn minst dat ik beide nodig heb, in evenwicht. De afgelopen twee jaar heb ik vooral in dit hok gezeten en heb ik gemerkt dat ik het podium heel hard nodig heb. Omgekeerd is deze werkplaats uit comedy ontstaan. Ik wilde in de eerste plaats mijn eigen decor en attributen maken, want dat uitbesteden kost veel geld en er gaat altijd wat lost in translation. Daarna kwam YouTube, omdat ik net iets meer wilde zijn dan comedian en ‘grappige mens op tv’. Het is één groot ecosysteem, waarin beide elkaar vooruithelpen. Ik kan nu zaken maken die ik vijf jaar geleden niet eens kon bedenken. Maar ik ben ook een betere comedian geworden door mijn koterij.

Mondmaskers en robotschorpioenen maakten Henk Rijckaert een betere comedian
© Anneke D'Hollander

Op welke manier?

Rijckaert: Ik ben een kritischer en efficiënter schrijver geworden. En minder angstig. Soms maak ik iets moois in dit atelier, iets waarvan je weet dat je het enkel nog kunt verfijnen door vijf stappen terug te keren. Dus laat je het meestal maar zo. Want dat houdt een risico in. Ondertussen durf ik wel all the way te gaan, ook in mijn schrijven. Ik durf sneller stappen terug te zetten. Niet dat ik nu fluitend een show uit mijn mouw schud, maar ik durf eindelijk wel iets helemaal kapot te maken om op zoek te gaan naar iets beters. (denkt na) Ook die try-outs voor een gemaskerd publiek hebben me vooruitgeholpen. Onverwacht.

Vroeger maakte je dertig analoge foto’s, koos je moeder er de lelijkste uit en die mocht dan twintig jaar prominent op de kast staan. Maar Instagram is slecht voor ons zelfbeeld?

Toch heb je na Maker anderhalf jaar geen microfoonstatief aangeraakt.

Rijckaert: Try-outs zijn in de beste omstandigheden al fragiel. Ik zag het niet echt zitten om tussen de coronagolven door nieuw materiaal te testen in een of ander gemeentedepot of op een maïsveld. Ik heb dat anderhalf jaar volgehouden. Daarna smeekte ik haast om ergens op een bak bier in een graancirkel met een zaklamp onder mijn kin te mogen spelen. (lacht) Misschien had ik het eerder moeten doen. Want ik heb gemerkt dat ik alerter ben geworden de laatste zes maanden. Omdat een halfvolle zaal niet zo luid – vaak gedempt door dat masker – lacht en sneller met de armen gekruist gaat zitten, moet je nog harder op de details gaan letten. Je kunt niet enkel sturen op de grote lach, je moet bijvoorbeeld ook meer op lichaamstaal letten. (denkt na) Ik had het er onlangs nog met collega Steven Mahieu over hoe het door die mondmaskers lijkt alsof het publiek helemaal niet lacht met de mindere moppen. Waardoor je elke grap die minder dan hilarisch is sneller weggooit en het uiteindelijke niveau de hoogte in schiet. Steven en ik hebben alvast afgesproken dat we wanneer deze pandemie gaat liggen toch nog eens wat beesten bijeen gaan prakken in Wuhan om te zien wat we nog op de wereld kunnen loslaten. (lacht)

'Soms voel je je een halve kunstenaar, soms gewoon Roger van Dobbit TV.'
‘Soms voel je je een halve kunstenaar, soms gewoon Roger van Dobbit TV.’© Anneke D'Hollander

Comedian Bert Gabriëls, jouw voormalige partner in crime bij Zonde van de zendtijd op Canvas, ging terug als jurist aan de slag. Hij was enigszins teleurgesteld in de technisch werkloze collega’s uit de podiumkunsten, omdat hij zoveel nuttig werk zag dat wel gedaan kon worden.

Rijckaert: Ik deed niet niks, hè. Integendeel, de pandemie heeft me er nog maar eens in bevestigd dat ik niet stil kan of mag zitten. Ik moet mijn hoofd bezighouden of het gaat naar rare, donkere plaatsen. Alleen viel mijn waterdicht coronaplan al snel weg. Ik zou alles gewoon uitzweten – hoe lang kon dat ook duren, zo’n pandemie? – en workshops geven tot we weer mochten spelen. Helaas moest ik daar na vier workshops ook mee ophouden. Dus heb ik anderhalf jaar vooral in mijn eigen hoofd en atelier doorgebracht. Zo heb ik onder meer een groot project voor Agrotopia en de provincie West-Vlaanderen uitgewerkt.

Als de robotzaag stilvalt, dan komen de nare gedachten?

Rijckaert: Voor iemand die doelbewust het podium opzoekt, ben ik een gruwelijk onzekere mens. Is dat compensatiedrang? Dat moeten psychologen – zonder mij erbij – maar beslissen. Maar die onzekerheid stak de afgelopen twee jaar dus weer in alle hevigheid de kop op. Tegelijk was daar nog die vreemde, zelfopgelegde deadlinestress voor De koterij, die steeds schriller ging afsteken tegen de werkstress van mijn vrouw. Terwijl zij amper rondkwam met haar werk als hogeschooldocente, zat ik in dit hok een robotschorpioen te bouwen. Als de vraag ‘waar ben ik in godsnaam mee bezig?’ dan niet in je opkomt, is er toch ook iets mis. (lachje) Alleen volgen dan snel de vragen. Wie zit hierop te wachten? Ben ik na vijftien jaar in deze stiel vastgeroest of doe ik het echt nog graag? Is mijn job wel nuttig?

Zonder film, literatuur, comedy en muziek waren we in maart 2020, na twee weken lockdown, al vergleden in The Purge. Om maar één voorbeeld te geven.

Rijckaert: Alle zinnige dingen zijn daar al over gezegd, maar het doet iets met je kop wanneer je keer op keer voelt dat je weer het laatste winkeltje bent dat open mag. Wanneer je weggezet wordt als het minst belangrijke dingetje van alle onbelangrijke dingetjes. Op den duur ga je dat geloven.

Twijfel je vandaag nog steeds?

Rijckaert: De allereerste minuut van de eerste try-out was heel raar – ik heb het publiek gewoon even zitten aanstaren, om er weer aan te wennen. Maar daarna voelde ik mezelf weer opstijgen. (met uitgestreken gezicht) Stand-up is echt alles wat ik wil doen.

Influencer

Première op 27/1 in NTGent, daarna op tour. Alle info: henkrijckaert.be

Henk Rijckaert

Geboren in 1974 in Zomergem.

Studeert af als landbouwingenieur en wordt later leerkracht biologie en fysica.

Maakt in 2009 samen met Bert Gabriëls Zonde van de zendtijd voor Canvas en is in 2015 vaste gast in De schuur van Scheire op Eén.

Bricoleert wekelijks op zijn YouTubekanaal De koterij voor 30.000 abonnees. Tijdens de lockdowns maakte hij er ook Blijf in uw koterij met zijn dochter Mira.

Mondmaskers en robotschorpioenen maakten Henk Rijckaert een betere comedian
© Anneke D'Hollander
Mondmaskers en robotschorpioenen maakten Henk Rijckaert een betere comedian
© Anneke D'Hollander

Partner Content