Vol verwondering galoppeer je mee in de geest van Jesse Ball tijdens zijn associatieve ‘Zelfportret’

4 / 5

Jesse Ball, Querido

Zelfportret

Oorspronkelijke titel: Autoportrait, 118 blz, 20,00 euro

4 / 5
Roderik Six
Roderik Six Journalist voor Knack

Jesse Ball legt zijn ziel onder de microscoop en brengt zo de hele mensheid in beeld.

Vijf jaar geleden zaten mijn vriendin en ik in de Gentse boekhandel Paard van Troje te luisteren naar de Amerikaanse schrijfster Catherine Lacey. Ze werd er geïnterviewd over haar roman De antwoorden, en hoewel het gesprek razend interessant was, dwaalde onze aandacht soms af naar de jongeman die naast ons had plaatsgenomen. Een ietwat verfrommelde jongen die blijkbaar geen oor had voor Lacey maar verwoed zat te droedelen in een notitieboekje. Op een haast manische wijze tekende hij zijn schrift vol vosjes, de ene Reinaert na de andere.

Een rugzaktoerist die even de warmte van een boekhandel komt opzoeken, dat was onze voorlopige conclusie, maar tijdens de nazit werd duidelijk dat het niemand minder dan Jesse Ball was, de toenmalige vriend van Lacey. Ball genoot onder literatuurliefhebbers toen al enige bekendheid en zou later doorbreken met zijn apocalyptische roman Census. Prompt haalden we zijn beschikbare boeken uit de rekken, bundels die hij bedeesd signeerde door er een vosje in te tekenen.

De anekdote strookt met het zelfbeeld dat Ball etaleert in zijn memoires Zelfportret. Ball omschrijft zichzelf als fotoschuw, iemand die menigtes mijdt en liefst achteraan in een hoekje de boel zit te observeren. Als een sobere reiziger die uit zijn rugzak leeft en jarenlang dezelfde outfit draagt. Als een schrijver die boekpresentaties saai vindt en verstrooiing vindt in het tekenen van vosjes.

Centrale zin Ik hoef geen voorbereidingen meer te treffen, behalve de voorbereiding op de dood, en die tref ik door te lachen.

Zelfportret is geen klassieke, chronologische autobiografie maar een associatief epistel dat uit welgeteld één lange alinea bestaat, een alinea die hij in één dag schreef, nota bene op het landgoed van thrillerauteur John Grisham, die zijn fortuin blijkbaar aanwendt om jonge schrijvers onderdak te bieden.

De monolitische tekst kent geen structuur. Ball springt van de hak op de tak en hinkelt nietsontziend door zijn geheugen. Dan krijg je passages als: ‘Ik geloof niet dat boeken ergens over gaan. Een kikker gaat ook nergens over. Ik richt mijn woonkamer graag elke paar maanden anders in, vooral de plaats van het bed.’ Twee zinnen verder mijmert hij alweer over zijn heroïnegebruik en een pagina later vertelt hij over dat ene meisje dat zelfgemaakte bodysuits verkocht.

Die écriture automatique – de Engelse titel Autoportrait zal wel geen toeval zijn – werkt wonderwel. In mindere talentvolle handen eindigt dergelijk schrijfexperiment vaak in navelstaarderig gebrabbel, maar Ball houdt de teugels strak in de hand. Vol verwondering galoppeer je mee door zijn geest, en in Zelfportret krijg je literatuur op zijn puurst: Ball ontsluit zijn eigen denkwereld en laat zien dat we allemaal slechts mensen zijn, gevoelige wezens die meestal wat aanmodderen maar sporadisch tot grootse dingen in staat zijn.

Partner Content