Olga Ravn over haar nieuwe roman ‘Kind van Was’: ‘Je weet maar nooit met die demonen’

Olga Ravn heeft met ‘Kind van Was’ een nieuwe roman uitgebracht © Lærke Posselt
Roderik Six
Roderik Six Journalist voor Knack

In haar nieuwe roman Kind van was diept Olga Ravn een paar zwartgeblakerde pagina’s uit de Deense geschiedenis op. ‘Waar vrouwen samenkomen, daar zijn heksen. Dat was het devies.’

Mocht het niet zo’n wansmakelijke woordspeling zijn, dan kopten we ‘Heksen zijn hot’ boven dit interview. Sinds Roald Dahls De heksen zijn de toverkollen nooit zo populair geweest. In 2024 publiceerde de Britse historica Marion Gibson een gesmaakte geschiedenis van dertien heksenprocessen, en het thema werd de afgelopen jaren gefictionaliseerd door onder meer Irene Solà, Svealena Kutschke, en Sinéad Gleeson die we vorig jaar in Knack Focus nog het vuur aan de schenen legden.

De vernieuwde interesse mag niet verbazen. Jonge feministen zien in de heksenprocessen een standaardvoorbeeld van hoe het patriarchaat doorheen de eeuwen probeerde om mondige vrouwen het zwijgen op te leggen. Te veel noten op hun zang, te veel macht, te eigengereid, te onafhankelijk? Allemaal goede redenen om vrouwen tot de brandstapel te veroordelen.

Ook de Deense schrijver Olga Ravn gaat mee in de heksenrevival. Ze wist ons eerder al te bekoren met haar antikapitalistische roman Het personeel, en nu presenteert ze Kind van was, een magische roman waarin een pop verslag uitbrengt van het waargebeurde proces tegen Christenze Akselsdatter Kruckow, een Deense adelvrouw die in de 17e eeuw beschuldigd werd van tovenarij.

‘Dat was een uniek moment in de Europese ketterjacht’, vertelt Olga Ravn vanuit Kopenhagen. ‘Een vrouw van adel bleef doorgaans gespaard, maar Christenze had pech. Ja, ze had een titel, maar niet de kastelen of de rijkdom. Ze bleef ongetrouwd, dat was op zich al verdacht, en moest als jonkvrouw aan de slag bij Anne Bille, die tot de hogere adel behoorde. Daar rezen al de eerste verdenkingen: Bille kreeg maar liefst zeventien miskramen, en enkele hofdames wezen met een beschuldigende vinger naar Christenze. Net omdat Christenze tot de adelstand behoorde, duurde het proces bijna tien jaar, maar uiteindelijk belandde ze toch in de folterkerker. Bij wijze van gratie werd ze eerst onthoofd, om nadien alsnog verbrand te worden – je weet maar nooit met die demonen.’

Heb je in de archieven teruggevonden waarom ze precies geviseerd werd?

Olga Ravn: Omdat het proces zo lang duurde, was haar gerechtelijk dossier best dik, in tegenstelling tot de dossiers van haar vriendinnen die zonder veel poespas veroordeeld werden. Christenze was een onafhankelijke vrouw, een beetje hautain ook, en zeer mondig. De rechtstreekse aanleiding was de getuigenis van een man die haar door een raam had bespioneerd. Christenze vierde feest met haar vriendinnen, en dat was verdacht: vrouwen hoorden enkel voor het werk samen te zijn, laat staan dat ze dansten en wijn dronken. Bij heksen denken we spontaan aan zwarte katten, bezems en seks met de duivel, maar in Denemarken was ‘tovenarij’ een containerbegrip voor vrouwen die hand in hand over straat liepen, te opzichtige juwelen droegen, zongen, hun man tegenspraken – je vond al snel een stok om vrouwen mee dood te slaan.

Haar proces paste in een zuiveringstactiek van Christiaan IV, zowat de oprichter van de Deense staat.

Ravn: Koning Christiaan wordt hier nog altijd als een Deense held beschouwd; hij is zelfs een tekenfilmfiguurtje in een populair kinderprogramma. Hij stichtte Kopenhagen, bouwde weeshuizen en scholen, richtte de posterijen op, verdedigde de landsgrenzen… Hij was een verlicht despoot, maar ook een devoot protestant die van de Denen beschaafde doch sobere burgers wilde maken. De heksenprocessen pasten perfect in zijn kraam. Vrouwen moesten hun man en God gehoorzamen, werken en kinderen baren, ter meerdere glorie van Denemarken. En als je dan een tegendraadse adelvrouw een kopje kleiner kunt maken, heb je meteen een afschrikwekkend precedent geschapen.

‘Vrouwen moesten hun man en God gehoorzamen, werken en kinderen baren, ter meerdere glorie van Denemarken.’

In jouw roman heeft Christenze een relatie met een vrouw. Dat kwam haar zaak ook niet ten goede waarschijnlijk?

Ravn: Voor het protestantisme Denemarken in zijn greep kreeg, waren de zeden veel losser. Het kerngezin bestond niet. Mannen en vrouwen vormden gemeenschappen, en van seksuele trouw was minder sprake. Voor iemand van adel was het niet abnormaal om minnaars of minnaressen te hebben, niemand keek daar raar van op. Nu godsdienst almaar minder bepalend wordt in Europa, zie je die oude relatievormen terug opduiken. Mensen gaan bewuster om met hun seksualiteit en laten zich niet meer in het religieuze harnas van de monogamie dwingen.

Jouw boek staat vol met allerhande toverspreuken. Heb je die zelf uitgetest?

Ravn: Wees maar zeker! Niet allemaal – om middernacht een geroosterd zwaluwhart opeten bleek iets te verregaand, en sowieso praktisch onhaalbaar – maar de meeste bezweringen zijn eenvoudig uit te voeren. ‘Sta elk in een hoek van de kamer en loop om beurten naar elkaar toe’, bijvoorbeeld. Dat werkt wonderwel, want je bent gewoon met je vriendinnen aan het dansen. Het schept verbinding. We zijn daar best ver in gegaan, tot op het randje van de hysterie. Als je het volhoudt, dan begrijp je hoe een heksensabbat werkt: extase in groep, maar dan zonder drugs. De voodoopop heb ik ook gebruikt om iemand te vervloeken, mét resultaat. Al is het maar in mijn hoofd: een beeltenis pijn doen, is een legale vorm van wraak.

Je boek is bewerkt door theatermaker Benny Claessens. Wat mogen we verwachten?

Ravn: Eerlijk gezegd: geen idee. Ik vertrek binnenkort naar Berlijn om nog eens samen te zitten met het ensemble van de Volksbühne. Ze zijn alvast prettig gestoord, dus ik denk dat heksenprocessen en pratende poppen voor hen gefundenes Fressen zijn. (lacht)

Kind van was

Uit op 09.01 bij Das Mag.

Olga Ravn

Geboren in 1986 in Kopenhagen als dochter van een zangeres en een beeldend kunstenaar.

Publiceert haar eerste dichtbundel in 2012.

Brengt in 2015 haar debuutroman Celestine uit, over de vriendschap tussen een spook en een lerares.

Wordt in 2022 genomineerd voor de International Booker Prize met Het personeel.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise