Jean-Baptiste Del Amo’s bergroman ‘De Mensenzoon’ scheert zowel stilistisch als emotioneel hoge toppen

4 / 5
© Getty

Jean-Baptiste Del Amo, De Bezige Bij

De mensenzoon

Oorspronkelijke titel: Le fils de l'homme, 256 blz, 23,99 euro

4 / 5
© National
Roderik Six
Roderik Six Journalist voor Knack

Aan bergboeken geen gebrek de laatste jaren. Fransman Jean-Baptiste Del Amo weet met zijn roman De mensenzoon toch te verrassen.

De jongen heeft niks in de gaten. Negen is hij, en hij doet wat negenjarige jongetjes op een landerige namiddag in een arbeiderswijk doen: een balletje trappen, alleen, met de muur als tegenspeler. Buiten zijn gezichtsveld slaat de vader hem gade. Zes jaar is het geleden dat hij de jongen nog zag en de mogelijkheden bruisen in zijn hoofd. Hij weet dat de moeder uit werken is – ze moet twee jobs combineren en maakt lange dagen – en hij weet dat hij de jongen makkelijk kan overmannen. Zijn aftandse auto staat iets verderop geparkeerd en dat jongetje past perfect in de kofferbak. Het zou amper moeite kosten.

Drie weken later host het drietal een berg op. De vader, de moeder, de zoon in een hijgende rij. Ze hebben hun auto op een bergflank moeten achterlaten omdat een gesneuvelde spar de weg versperde. En nu sjokken ze over een steil modderpad omhoog, beladen met zware rugzakken, omgeven door ondoordringbaar woud waar volgens de vader nog een beer in ronddwaalt. Doel van de voetreis: Les Roches, een vervallen boerderij waar de vader ooit met zijn vader woonde. Hij wil de bouwval opknappen en omtoveren tot een idyllische plek waar hij samen met vrouw en kind aan een nieuw leven kan beginnen, ver van de bemoeizuchtige maatschappij waarin hij nooit gedijen kon.

Centrale zin: ‘Het kind ontwaart in de berm een wegkruis waaraan het bleke lijk van een Christusfiguur hangt met een metalen huid vol roestvlekken.’

De moeder heeft haar twijfels. Ondanks het feit dat de vader haar in de steek heeft gelaten met een driejarig kind, wil ze hem toch een tweede kans geven. Ooit werd ze verliefd op zijn onstuimige, rebelse karakter maar die medaille heeft ook een keerzijde: de man schuwt louche zaakjes niet en lost problemen vaak met zijn vuisten op. Maar misschien biedt dit bergleven wel een uitweg, denkt ze naïef, misschien balsemt de natuur zijn vurige ziel.

En de jongen? Die aardt wonderwel in dit paradijs. Vrijuit de bossen verkennen, met zijn katapult op eekhoorns jagen, meehelpen met zijn teruggekeerde vader: het bevalt hem prima. Maar kan die natuurpret alle oude wonden helen? En welk geheim draagt de moeder mee?

Sinds het succes van De acht bergen van Paolo Cognetti (net verfilmd door Felix van Groeningen en Charlotte Vandermeersch) zijn bergboeken een genre apart geworden, in de boekhandel makkelijk herkenbaar aan de generische covers. Enig wantrouwen is gepast, maar in het geval van de Franse schrijver Jean-Baptiste Del Amo onnodig: zijn roman scheert zowel op stilistisch als emotioneel vlak hoge toppen. Misschien mocht het stormachtige slotakkoord iets meer getemperd, maar tegen dan ben je al helemaal meegelokt in een ijzingwekkend avontuur over gehavende mensen die snakken naar een wedergeboorte. Perfect binnen de geijkte bergpaden geschreven, maar daarom niet minder indrukwekkend.

Partner Content