De Welshe taalkunstenaar Cynan Jones heeft geen verrassend plot nodig in ‘Alles wat ik vond op het strand’

4 / 5

Cynan Jones, Koppernik

Alles wat ik vond op het strand

Oorspronkelijke titel: Everything I found on the beach, 134 blz, 19,50 euro

4 / 5
Roderik Six
Roderik Six Journalist voor Knack

De zee geeft en neemt, maar wat moet een visser met dit vergiftigd geschenk? Minimalist Cynan Jones distilleert een krachtige roman uit een simpel dilemma.

Met enige verbazing vist Hold de spinkrabben uit zijn netten. Hoewel de schaaldieren nog niet volgroeid zijn, is het veel te vroeg op het seizoen. Zou de zee dan toch opwarmen, denkt hij terwijl hij aan boord vis fileert. Tegelijk weet hij dat de zee geen regels kent: je weet nooit wat ze van plan is en je moet altijd op je hoede blijven, maar als je haar respecteert, kan ze gul zijn.

Hold heeft grotere zorgen dan het klimaat. Na het overlijden van zijn vriend Danny heeft hij beloofd om zich over Danny’s gezin te ontfermen – weduwe Cara die op het randje van de armoede balanceert en haar zoontje Jake die nu zonder vader verder moet. Danny droomde soms van ambergrijs, het kostbare walvisgoedje dat sporadisch aanspoelt en de vinder schatrijk maakt. Je weet het nooit, de zee is onvoorspelbaar.

Aan land verkoopt hij zijn vangst aan een hoteluitbater die zeer in zijn nopjes is met de grote kreeften die Hold uit zijn fuiken haalt. De spinkrabben gooit Hold kosteloos erbij. Of hij nog konijnen kan jagen, een tiental graag, daar betaalt de hoteluitbater een mooie prijs voor. Hold knikt. Ook al is het volle maan, tien moet wel lukken.

Centrale zinnen: Ik kan niet gezien zijn. Niemand kan dit gezien hebben.

’s Nachts belandt Hold weer op het strand, met zijn weitas vol langoren. Hij wil zijn visnetten nog eens controleren. Een paar harders en alweer die spinkrabben, hopeloos verstrengeld in de mazen. En dan spitst hij de oren: ergens in de buurt schraapt rubber tegen de rotsen. Eerder voelde hij zich al bespied, maar dat weet hij aan de vermoeidheid. Nu weet hij het zeker: er is een mens in de buurt, en hij vloekt binnensmonds omdat hij zijn jachtgeweer bij zijn bestelwagen heeft achtergelaten.

De zee geeft soms vreemde vergiftigde geschenken. Een rubberboot, met daarin een hoopje mens, de huid koud, de nek geknakt. Een gsm, een lege jerrycan. Hold had al van de nachtelijke vluchtelingen gehoord, dappere zielen die hun kans wagen op de woeste baren. Maar die zitten meestal met veel meer op een bootje, samengepakt, verkleumd. Deze man is alleen, goed gekleed en zijn enige bagage is een aantal baksteenvormige pakketjes – het verslavende ambergrijs met een hallucinante straatwaarde.

De lezer weet wat Hold zal beslissen, welke oude belofte hij gestand wil doen, en je wil schreeuwen naar de pagina: dit is het verkeerde pad, het onverlichte spoor. De kleine held stevent recht op zijn ongeluk af, gelokt door de sirenenzang van snel geld, en met elke uitgepuurde pagina hoop je dat Hold alsnog het roer keert. De Welshe taalkunstenaar Cynan Jones heeft dan ook geen verrassend plot nodig om de lezer te betoveren, zijn gebeitelde zinnen zijn ruimschoots voldoende. Jones was al geen auteur die wijdlopig vertelt, en speciaal voor de Nederlandse lezer heeft hij deze roman herwerkt en alle ballast weg geschuurd. Wat overblijft is een parel van papier.

Lees meer over:

Partner Content