ZELFPORTRET VAN DE WANDELAAR ALS JONGE MAN

KEVIN MORBY legt behoorlijk goed uit hoe het voelt om - als een rollende steen - alleen te zijn.

Vorig jaar tekende Kevin Morby met Harlem River voor een van de late verrassingen van 2014, slechts 353 dagen verder is hij al klaar met zijn tweede. Maak plaats voor een groot talent in wording.

Dat plaatjes als Still Life nog steeds levensvatbaar zijn, stelt me gerust. Vooral tijdens dagen waarop het besef knaagt dat de eindmeet van de ratrace steeds verder wordt gelegd. Hoe kleiner de wereld, hoe groter de nog af te leggen afstand. Net binnen het zicht, net ver genoeg buiten bereik om de pas nooit te minderen. Welkom in de modern times, waarin nauwelijks nog iemand weet wat de prijs op het einde is.

Kevin Morby (26) is wat men tussen de reclameblokken door, ter bevordering van de vlotte verstaanbaarheid, ‘een rusteloze ziel’ noemt. In de weer als bassist bij het uitstekende psych-garagecombo Woods, aan de slag met zijn eigen band The Babies, en het voorbije jaar twee albums lang ook als soloartiest. Altijd in beweging, met mieren aan de kont. Verkaste van New York naar LA en bekijkt daar verder de dingen die hij passeert en hem passeren. In de vaart vindt Morby rust, uit de drift plukt hij de stillevens waarmee hij zijn songs inkleurt. Bij wijze van binnenkomer schetst hij meteen drie personages: The Jester, the Tramp and the Acrobat. In volgorde van crescendo: de nar, de landloper en de acrobaat, alle drie Morby. Bij monde van die laatste in het rijtje zingt hij: ‘All that I wanted was some ground to stand on / But all that you gave me was an open sky.’

Eén keer zet hij de sporen in zijn driekoppige band, tijdens – o ironie – The Ballad of Arlo Jones, maar verder staat bij Morby het tempo van zijn liedjes haaks op zijn ongedurige lot. ‘I am trying to make peace with where I am / Blood on the wall, with the knife stuck to my hand’, gaat het in Bloodsucker. De gelaten, cynische ondertoon herinnert aan de jonge Lou Reed, niet toevallig het idool van deze karakterzanger. Tijdens de twee hoogtepunten Parade en Amen (bijna acht minuten lang, maar uitluisteren die handel!) ontsnapt het rustieke, smeulende samenspel, gecombineerd met Morby’s specifieke frasering, dan weer niet aan de vergelijking met Bob Dylan ten tijde van Blood on the Tracks en Desire. ‘How does it feel? / To be on your own, with no direction home’, vroeg die zich ooit af. Kevin Morby komt aardig dicht in de buurt van een degelijk antwoord met Still Life. Eentje om te koesteren – iets waar gelukkig nooit op bespaard kan worden.

KEVIN MORBY ****

Still Life

Woodsist

indiepop / rock

DOWNLOAD

Parade

Amen

The Jester, the Tramp and the Acrobat

JONAS BOEL

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content