The Black Phone ***

© National

Een clown die kinderen ontvoert en vermoordt? Sinds Stephen King Pennywise in zijn populaire boek It opvoerde, krijgt de filmindustrie er niet genoeg van. De sfeervolle horrorfilm The Black Phone, gebaseerd op een kortverhaal van Stephen Kings eigen zoon Joe Hill, bewijst dat die fascinatie terecht is. De nachtmerrie opent in het Denver van de jaren 1978, waar typische tieners een potje honkbal spelen. Cineast Scott Derrickson schetst in deze openingsminuten een melancholisch plaatje dat meer wegheeft van lummelende coming-of-agefilms dan van bovennatuurlijke horror. Maar dan verschijnt een clown, die prompt de zweem van onschuld uit het slaperige voorstadje verdrijft. Door de ogen van scholier Finney (Mason Thames) en diens zusje Gwen zie je daarna hoe het stadje in de ban raakt van ‘the grabber’ (Ethan Hawke), de griezelige grapjas die zwarte ballonnen achterlaat na een ontvoering. Maar als Finney halfweg zelf gekidnapt wordt en in een kelder belandt, verandert de sfeer opnieuw. The Black Phone is dan niet langer een duistere, in nostalgie gedrenkte kidnapthriller, maar een bovennatuurlijke horrorfilm die de spanning erin houdt door Finney met een zwarte telefoon met de vorige slachtoffers te laten communiceren. Gelukkig breekt het huiververhaal genoeg uit die martelkelder om via korrelige flashbacks en ijverige agenten een luguber geheel te brouwen dat zo naast de betere verfilmingen van Stephen Kings horrorboeken kan.

Scott Derrickson met Ethan Hawke, Mason Thames, James Ransone

Partner Content