ONDER DE STERREN

© © VRT
Tine Hens
Tine Hens Journaliste voor Knack

Zaterdag 25/12, dinsdag 28/12 en donderdag 30/12 – één Er zijn zaken waarvoor je in de eerste plaats bewondering moet koesteren. Ik denk daarbij aan een regisseur die het pop-uprestaurant Zazou installeert om er in de voetsporen van Here Jezus arm en rijk uit de stad samen te brengen rond een tafel met gastronomische bijzonderheden. De armen betalen één euro, de rijken wat het werkelijk kost om dat lekkers te bereiden. Het is een eenvoudige vorm van herverdeling, waartegen geen zinnig mens iets kan hebben – tenzij de Natie van Vlaamse Azijnpissers die overal wel onrechtmatige geldstromen ziet. Maar kom, het is kerstmis geweest, en dan mag een mens al eens geloven dat vrede, vreugde en genoeg geld op de bank voor iedereen binnen handbereik liggen. Zelfs voor de Walen, illegalen en Pico Coppens.

De vraag is alleen: waarom levert al die in doeken en adventskransen gewikkelde menselijkheid in Onder de sterren zo’n vervelende en zoutloze televisie op? Julien Vrebos is een plaatjesmaker. Hij schikt de beelden van de mensen aan de tafels, de drukte van de keuken, de korte discussies tussen zaal en keuken vrolijk fluitend tot een lange glinsterende rij, een beetje zoals je een slinger lampjes in een kerstboom hangt. Het is sprookjesachtig, zeker als je een vrouwelijke rechter van meer dan middelbare leeftijd in de schaduw van een Mariagrot ziet zitten. La petite juge et son chien blanc, noemt Vrebos haar. ‘Wat brengt je hier’, vraagt hij. ‘Niets bijzonders’, antwoordt de vrouw, waarmee ze prompt het probleem van Onder de sterren samenvat. Ondanks het erg bijzondere onderwerp wordt er weinig bijzonders verteld. Vooral omdat Vrebos de benen neemt zodra hij de geur van diepere emoties opsnuift. ‘Laat het ons vrolijk houden’, lijkt de onderliggende boodschap. Het is waarschijnlijk de voorwaarde die het waterhoofd van de televisie Vrebos oplegde toen hij met een voorstel over daklozen afkwam. ‘Geen ellendig gedoe, het is voor één met kerstmis: mensen moeten die kalkoen nog verteren.’

Bestaat dat dan, vraag ik me af, daklozen zonder ellende? Patje vertelt vrolijk hoe hij erin slaagde om vaak voor niets te eten. Hij bestelde, at, en zei: ‘Ik ga even een sigaretje smoren.’ Dat zijn de verhalen die Vrebos graag hoort: die van de olijke vrijbuiters aan de rand van de maatschappij die zich niet laten inkapselen door regels en voor drie euro heerlijke soep maken. Zonder peper, zout of al die vreselijke kruiden die Piet Huysentruyt ons zo ijverig wil aansmeren. Ik kijk naar de gekloofde vingers van Patje terwijl hij gehaktballetjes rolt om in zijn soep te doen. Hij weekt de balletjes eerst in water om ze te ontvetten. ‘Dan bewaren ze langer in de ijskast.’

‘Wat een vindingrijkheid’, hoor ik nu waarschijnlijk te denken. En het ís knap en fantastisch. Zeker als je ziet hoe een groep daklozen tijdens de zomer een kinderkamp organiseerde op het platteland. Het ziet er allemaal bijzonder idyllisch uit, haast gelukzalig. De kinderen eten worst met appelmoes en de man van de organisatie wenst zichzelf niets anders toe dan een paar goede sokken onder de kerstboom. ‘Als je goede sokken aanhebt, dan voel je je goed.’ Vrebos vindt het schitterend, maar ik blijf op mijn honger zitten. Alsof ik naar een film gekeken heb over daklozen die me vooral wil doen geloven dat het allemaal heel erg goed komt. Als we elkaar maar graag zien, aan zenboeddhisme doen, dikke sokken hebben en bloemetjes in ons haar vlechten.

Lees nog meer recensies en bedenkingen in de nieuwe blog Testbeeld op KNACKFOCUS .BE

TINE HENS

Julien Vrebos neemt de benen zodra hij de geur van diepere emoties opsnuift.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content