LEVENSLANGE CINEMA

CAESAR IN DE CEL. Alle acteurs zijn moordenaars, maffiosi en andere zware jongens van de Rebibbia-gevangenis bij Rome. Alleen Brutus (tweede van links) is ondertussen vrij.

In Cesare deve morire voeren Paolo en Vittorio Taviani – samen bijna 164 jaar jong – de Shakespearetragedie Julius Caesar op, maar dan in een echte gevangenis met echte criminelen vol echte emoties. Op penitentiair bezoek bij de Italiaanse maestro’s, begin dit jaar bekroond met de Gouden Beer in Berlijn, straks met de lifetime achievement award in Gent.

C esare deve morire is niet de eerste adaptatie van Shakespeares Julius Caesar en al helemaal niet de eerste film die zich afspeelt binnen de muren van een gevangenis. Wel is het de eerste die de venijnige verzen van de Britse bard mengt met een documentaire blik achter schermen en tralies, met enkel echte criminelen die nu eens zichzelf, dan weer Caesar, Brutus, Cassius en co spelen. De plaats van het delict? De Rebibbia-gevangenis in de buurt van Rome, waar moordenaars, maffiosi en andere zware jongens opgesloten zitten. Het motief? Een opvoering van Shakespeares wel erg toepasselijke stuk over eer, macht en misdaad in het kader van hun herintegratieprogramma.

Wat dat zwierig mixen van documentaire en fictie, onversneden naturalisme en visuele lyriek betreft, zijn regisseurs Paolo (°1931) en Vittorio Taviani (°1929) niet aan hun proefstuk toe. Per niente! Niet alleen zijn de Toscaanse broers samen ondertussen 164 jaar jong, ze begonnen hun carrière als journalisten, werden daarna documentairemakers en schakelden in de jaren zestig in fictiemodus. In die laatste hoedanigheid leverden ze films af als Padre padrone (1977), La Notte di San Lorenzo (1982) en Kaos (1984); parels waarin hoge en lage kunst, literatuur en folklore, topacteurs en amateurs vaak samen de tarantella dansen.

‘Ook dit project kwam toevallig tot stand’, begint Paolo, met zijn tachtig de jongste van de twee. ‘Zoals Padre padrone begon nadat we de schrijver Gavino Ledda hadden ontmoet, zo was het deze keer een vriend die ons uitnodigde om de Rebibbiagevangenis te bezoeken tijdens een poëzieavond. Het was een wereld die we enkel kenden uit films. Ons eerste bezoek zal ik nooit vergeten: enerzijds hing er een benepen, deprimerende sfeer. Anderzijds was er die passie waarmee de gevangenen uit Dante’s Inferno citeerden.’

Zijn alle acteurs veroordeelde criminelen?

VITTORIO TAVIANI: Si. De acteur die Brutus speelt, heeft zijn veertien jaar uitgezeten en is ondertussen vrij. De anderen zitten nog steeds achter tralies. We hielden audities zoals we die voor elke film houden. We vragen onze acteurs eerst om zich voor te stellen, alsof ze ondervraagd worden door de politie. Vandaar wellicht hun naturel voor de camera. (lacht) Daarna vragen we hen om afscheid te nemen van hun geliefde. Dat leverde hier soms hilarische maar ook enkele van de meest intense momenten op die we ooit hebben aanschouwd. De eerlijkheid van de gevangenen is brutaal en ontroerend. Sommigen hebben spijt van hun daden. Anderen niet. Ze stonden er ook op om hun echte namen te gebruiken.

Hoe zijn jullie bij Shakespeares Julius Caesar uitgekomen?

PAOLO TAVIANI: Simpel: het stuk vertelt hun verhaal. Het gaat over macht, misdaad en verraad. Veel van onze acteurs zijn ‘mannen van eer’, zoals Marcus Antonius de samenzweerders in het stuk noemt, maar zoals ook maffialeden worden genoemd. Het is bovendien een tijdloos verhaal. Shakespeare schreef over het Romeinse rijk, maar had het 16e-eeuwse Engeland in gedachten, zoals het ook toepasbaar is op hedendaags Italië, op de maffioze intriges met Berlusconi als keizer. Vandaar dat we deels voor zwart-wit hebben gekozen: om het passeren van de tijd te illustreren. Ik geef toe: dat is geen origineel idee en we blijven de grote Shakespeare niet altijd trouw, maar aangezien we ondertussen de leeftijd hebben bereikt waarop hij onze zoon zou kunnen zijn, moet hij het ons maar vergeven. (lacht)

Jullie zijn beiden tachtigers, maar het vuur brandt als nooit tevoren.

VITTORIO TAVIANI: (knikt) Het is begonnen toen we in 1945 Roberto Rossellini’s Roma, città aperta zagen. Wat in die film getoond werd, was datgene wat we op dat moment meemaakten. Italië lag in puin, de fascisten waren verslagen en je wist niet of je blij moest zijn vanwege de bevrijding of triest over wat gebeurd was. De film drukte exact onze verwarring, hoop en ambities uit. Toen beseften we: cinema kan mensen tot in hun diepste raken en fictie kan perfect de realiteit weergeven. Dat was toen ons streefdoel en dat is het nog steeds.

PAOLO TAVIANI: En ondertussen hopen we de wereld een klein beetje te verbeteren. Cesare deve morire zal geen revolutie ontketenen, maar als we de kijkers eraan kunnen herinneren dat zelfs moordenaars mensen van vlees en bloed zijn, met angsten, liefdes en twijfels, dan hebben we het oprukkende populisme op onze manier van antwoord gediend.

VITTORIO & PAOLO TAVIANI: ‘DE ACTEUR DIE BRUTUS SPEELT, HEEFT ZIJN VEERTIEN JAAR UITGEZETEN EN IS ONDERTUSSEN VRIJ. DE ANDEREN ZITTEN NOG STEEDS ACHTER TRALIES.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content