Is er een dokter in de zaal? – Ondanks een enthousiaste Harrison Ford overstijgt dit makke melodrama nooit het niveau van de ziekte-van-de-week-film.

Tom Vaughan met Harrison Ford, Brendan Fraser, Keri RussellDe krakkemikkigheid waarmee hij zich in een ijskast verstopte om een nucleaire test te overleven, de pijnlijke blik wanneer hij zijn zweep opnieuw liet knallen en de pure desinteresse tijdens de in digitale effecten verzopen finale: het twee jaar oude Indiana Jones and the Kingdom of the Crystal Skull was al geen pretje voor de bioscoopbezoeker, maar ook hoofdacteur Harrison Ford leek er flink de pest in te hebben

Dat de voormalige timmerman en Star Wars-ster al een tijd een broertje dood heeft aan uitdagend acteerwerk, is een publiek geheim. Kijk maar naar zijn schijnbaar slaapwandelende personages in ondingen als Hollywood Homicide, Firewall en Crossing Over. Inderdaad, de Harrisonhoogdagen van Witness, The Mosquito Coast en Frantic zijn verre herinneringen.

In deze eerste biosproductie van Amerikaanse tv-zender CBS zie je eindelijk nog eens een glimp van de oude Ford. Bij zijn vertolking van de eigenzinnige en onuitstaanbare, maar meer dan briljante wetenschapper Robert Stonehill is het heerlijke je-m’en-foutisme van ruimtepiraat Han Solo nooit veraf. In de scènes waarin de dokter naar luide seventiesrock zit te luisteren, druipt Fords speel-genot zelfs van het witte doek.

Tegenspeler Brandon Fraser verdient bijna evenveel lof. Als de naar een afdoend geneesmiddel zoekende vader van twee kinderen die lijden aan de ziekte van Pompe – een aandoening waarbij de spieren langzaam, maar zeker onbruikbaar worden – laat hij zijn typische The Mummy-overacting achterwege en toont hij net zoals in Bill Condons aandoenlijke Gods and Monsters dat hij toch wel wat in zijn mars heeft.

Spijtig genoeg dweilen beide heren met de kraan open in een prent die niet had misstaan in het schijnbaar eindeloze rijtje ziekte-van-de-week-titels dat de BRT in de jaren 80 steevast op zaterdagavond programmeerde. Drammerige dialogen en geforceerde verhaalbochten wijzen erop dat het scenario allesbehalve eersterangs is. De muffe mise-en-scène van What Happens in Vegas-regisseur Tom Vaughan hoort niet thuis op het witte doek. En de slijmerige score van Andrea Guerra voert een frontale aanval uit op de traanbuizen van wanhopige huismoeders. Zelfs de strafste acteerprestaties bieden amper soelaas tegen dit soort emotionele chantagecinema.

Steven Tuffin

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content