De keerzijde van de kroon

KENDRICK LAMAR blijft op de raptroon zitten.

‘Is it wickedness? Is it weakness?’ – met die vraag trapt Kendrick Lamar Damn af. Dat dilemma loopt als een rode draad doorheenveertien als songs verpakte statements waarin Lamar zichzelf en de wereld om zich heen binnenstebuiten keert.

Inderdaad, net zoals op To Pimp a Butterfly van twee jaar geleden. Maar Damn is geen vervolg op dat meesterwerk. In een muzikaal minder eclectisch maar daarom niet minder blinkend kader – geen freejazzreferenties en p-funktoeren dit keer – doet koning Kendrick kond van de nasleep van de plaat die hem zijn kroontje opleverde.

Van troonsafstand is geen sprake: ‘I got royalty inside my DNA’, klinkt het over opruiende beats van Mike Will Made It in DNA, een from zero to hero-tirade zoals er een in de koker van elke rapper zit, maar hier verteld met verbale virtuositeit en nuance die alle concurrentie doen verbleken. Alles heeft een keerzijde, hamert Lamar erin, en ook de muziek volgt die lijn. Na de oorlogstrom van DNA volgt het slome Yah, waarin de interne radertjes uitbollen en Lamar gelaten verslag doet van ras, religie en ambitie. ‘Don’t call me black no’ mo’/ That word is only color, it ain’t facts no’ mo’‘ – de grootste rapper van het moment worstelt met zijn status van zwart politiek icoon. Bovenal is hij een mens, zoals Lamar zegt in Feel, een mens met oprechte, tegenstrijdige gevoelens. Trots versus nederigheid: ‘I can’t fake humble just ‘cause your ass is insecure’, klinkt het introspectief in Pride, ‘Be humble, bitch, sit down’, snoeft hij in Humble. Lust versus liefde: het aan Outkast herinnerende Lust staat haaks op de zwoele r&b van Love. Op het bluesy Fear volgt de spacey gospel van God. Keerzijdes dus. Lamar spoort u trouwens allen aan om Damn op vinyl te beluisteren.

Rihanna rapt, veel meer valt niet te zeggen over Loyalty. Dat U2 een onopvallende bijdrage levert aan XXX beschouwen we als een goede zaak. Twee kleine dipjes op een album dat piekt met Duckworth, het ware verhaal van hoe Kendricks manager, Anthony ‘Top Dawg’ Tiffith, als kleine gangster, enkele jaren voor hij de vijftienjarige rapmessias tekende, papa Lamar leerde kennen toen hij het fastfoodrestaurant waar paps werkte overviel. Bijna had Top Dawg de vader van zijn grootste prijsbeest neergeschoten, de kampioen van wie hij net een vierde plaat uitbracht. Een plaat als het leven, een spiegelpaleis: niet alles is wat het lijkt, het zit complex ineen, wat leidt tot frustraties, maar na even zoeken komt alles goed. Héél goed, in het geval van Damn.

KENDRICK LAMAR ****

Damn

hiphop

Top Dawg

DOWNLOAD

DNA

Fear

Duckworth

JONAS BOEL

Partner Content