BALTHAZAR – Met ‘Applause’ de wereld rond

© PETER LISSENS EN JEF BOES

Hun debuut Applause werd met goud, wierook en mirre ontvangen als het beste Belgische album van 2010. Volgende week treedt Balthazar voor het eerst aan in de grote zaal van de Ancienne Belgique. ‘We zullen de verwachtingen overtreffen.’

Geen rockgroep waarover tegenwoordig in de Belgische busi-ness zo geroddeld wordt als Balthazar. Dat Tom Barman tijdens een optreden in Petrol, Antwerpen na het eerste nummer ‘Speelt da nog ies!’ riep bijvoorbeeld, waarop iemand aan de andere kant van de zaal ‘bakkes toe, Barman!’ joelde. Dat Barman en Mauro er los van elkaar van overtuigd waren dat Balthazar een plek verdiende in het voorprogramma van dEUS’ Europese tournee ook. Dat de band pas na enige aarzeling op hun uitnodiging is ingegaan, omdat ze eerst wilden nagaan of de data wel binnen hún agenda pasten. En dat ze in Het Depot in Leuven het record van de langste soundcheck achter hun naam hebben gezet. Omdat het zulke perfectionisten zijn, wordt beweerd.

Dat kan kloppen. Alleen perfectionisten doen er vier jaar over om hun debuut op de wereld los te laten. Zo veel tijd zat er tussen hun passage in de Rock Rallyfinale van 2006, waar ze met de publieksprijs gingen lopen, en de release van Applause – een titelloze ep even buiten beschouwing gelaten. ‘Zo veel tijd was er nodig om een eigen smoel te ontwikkelen’, zeggen ze daar zelf over. Om niet te zeggen: een eigen geluid. Hun debuut vol dansbare, meerstemmige pop geurt naar Colder, Seelenluft, Gorillaz en Prefab Sprout. België hebben ze er intussen mee overtuigd, nu is Europa aan de beurt. En – waarom ook niet? – New York.

DEEL 1: THE HOXTON SQUARE BAR & KITCHEN, LONDEN, UK

Geen betere plek om te zien waar je als groep staat dan Londen, het epicentrum van de rock. The Hoxton Square Bar & Kitchen is momenteel een van de hotspots van de stad. ‘Hier treden alleen bands op die up and coming zijn, die het talent hebben om potten te breken’, vertelt Edwin Schroter, bons van PIAS Europe. Girls, Carl Barât en White Lies speelden hier hun eerste show, en binnenkort staat Mona op de affiche, een band die hoog scoorde in de jongste editie van de geloofwaardige BBC-toekomsttoptien.

Zanger-gitarist en officieuze groepsleider Jinte Deprez heeft 36 uur niet geslapen. ‘Van de zenuwen’, geeft hij toe. Collega frontman Maarten Devoldere kampt dan weer met de naweeën van een voedselvergiftiging. Hij baalt omdat Balthazar slechts een halfuurtje krijgt toegemeten, goed voor amper zes nummers. Maar ze zijn wel alle zes prijs. De sound van de groep staat als een huis, en ze blaken van zelfvertrouwen. Alleen de bindteksten kunnen beter. ‘ We are Balthazar from Belgium‘ en ‘ Again, we are Balthazar from Belgium‘, dat is het zowat.

Edwin Schroter is óók onder de indruk. ‘Ik heb jaren in Londen gewoond, ik kan het dus wel een beetje inschatten: qua eerste indruk kan dit tellen. Hoezo? Omdat het publiek bleef staan. Je lacht, maar dit is een hippe, trendy wijk die een dito publiek aantrekt, en dat zal het heus niet laten om na twee nummers op te krassen. Sterker: er werd geklapt, geroepen zelfs. Dat is hier niet evident.’

Wachtend op het toerbusje, buiten in de nachtelijke decemberkou, stapt een beschonken Tasmaniër op bassist-zanger Simon Casier af, en grijpt hem dankbaar bij de schouders. ‘ You really make the sound of Balthazar, man!‘ Tot hij ziet dat frontman Deprez vlak naast de bassist wat groen staat te lachen, en beseft dat hij te voortvarend is geweest.

DEEL 2: CUBE HOTEL, NASSFELD, OOSTENRIJK

Na Engeland, Oostenrijk? Waarom niet! ‘Balthazar is een band die je de mensen zélf moet laten ontdekken’, ontvouwt manager Tom Van Dingenen de simpele strategie. ‘Alleen zo verwerven ze geloofwaardigheid.’ De band speelt hier ten dans op TMF ’s Totally Snow. Terwijl Deprez, een enthousiast snowboarder, de pistes opzoekt, neemt Devoldere de tijd om te lezen. William S. Burroughs, F. Scott Fitzgerald en Homerus’ Ilias slingeren in het rond. ‘Literatuur is een belangrijke inspiratiebron voor onze teksten’, vertelt hij. ‘Singer-songwriters als Nick Cave en Bob Dylan zijn daarin Lichtende Voorbeelden. Sinds kort mag je daar ook Leonard Cohen aan toevoegen.’

Hoezo, sinds kort?

Devoldere: Mijn eerste kennismaking was niet meteen inspirerend. Ik had een ticket gekregen voor een van zijn concerten in Vorst Nationaal. Ik vond er weinig aan, toen. Dat knielen van hem, zijn hoed afnemen voor het publiek… ik dacht: ‘Fuck off.’ Ik ben zelfs niet tot het einde gebleven.

Wie of wat heeft je uiteindelijk overtuigd?

Devoldere: Zijn popplaat I’m Your Man: dat was pas een ontdekking. Die teksten! ( Citeert uitThe tower of Song’)… ‘ I said to Hank Williams, how lonely does it get. Hank Wlliams hasn’t answered yet, but I hear him coughing all night long.’ Geweldig, toch!? Toen was ik wél verkocht. Helaas: voor zijn volgende Belgische concerten, op het Sint-Pietersplein in Gent, had ik geen ticket. Ik sprak al mijn connecties in het wereldje aan, maar er was niets meer aan te doen. De avond van de eerste show zat ik thuis op mijn kamer. Naarmate het aanvangsuur van het concert naderde, werd ik steeds zenuwachtiger. Uiteindelijk heb ik mijn fiets genomen en ben ik richting Sint-Pietersplein gebold. Dat was rondom rond afgeschermd. Ik kon alles horen, maar niets zien. Boven aan de trappen aan de zijkant van het plein stonden andere mensen zonder ticket, sommigen hadden wijn en bekertjes meegebracht. Ik ben daar toen in een boom geklauterd om tocht íéts te kunnen zien. Ik zat daar in mijn eentje op een stevige tak tussen het groen en ik zweer het je – niemand gelooft mij als ik dit vertel – door de luchtverplaatsing van het applaus begonnen na elk nummer alle blaadjes van die boom te ritselen. Alsof ze mee applaudisseerden. Ik heb daar in die boom zitten grienen als een peuter.’

Later die avond, tijdens het concert, heeft hij geen reden om te grienen. Integendeel. Vlak voor zijn neus staan twee stomdronken pubers continu studentenliederen te lallen. Een van de twee heeft ‘ Kiss me, it’s my birthday‘ op zijn T-shirt staan. Het is duidelijk niet naar de zin van Devoldere: hij gooit een microfoonstandaard om en kort de set ter plekke met een nummer in. De rest van de band zit op een positievere trip: het houthakkerspostuur van Christophe Claeys op de getriggerde drums, de hendrixiaanse poses van Deprez en de vervoering van toetseniste/violiste Patricia Vanneste – die op het podium tot een hypnotiserende popnimf uitgroeit – zorgen voor spektakel. De show is intens, drijft deels op Maartens frustratie en wordt afgesloten met een gedurfde, lang uitgesponnen versie van Blood Like Wine. Boze Devoldere, knap concert.

Later die nacht vertelt Devoldere dat hij op zijn hoede is voor het plaat-tour-plaatpatroon. ‘Natuurlijk is optreden een plezier, maar ik voel me meer artiest als ik schrijf dan als ik optreed. Je wil toch vooral dingen máken. Ik ben nu 24. Stel dat het tegen mijn dertigste gedaan is? Dan wil ik een oeuvre kunnen nalaten en niet hoeven vast te stellen dat ik eindeloos veel tijd verloren heb met touren. In ons hoofd zijn we ook al met de nieuwe plaat bezig. Het concept van Applause was simpel: bas en drum op de voorgrond, strak, minimale arrangementen en daar een mooie gezongen melodie over. Het volgende album zal helemaal anders zijn. Heel wijds misschien, of supergearrangeerd.’

DEEL 3: CANDY HOTEL, NEW YORK, NEW YORK

In Canada ging de groep onlangs op aanvraag spelen. Hier, in New York, hebben ze min of meer zichzelf uitgenodigd. Manager Tom Van Dingenen heeft enkele bonzen warm weten te maken voor de groovy popsound van Balthazar. Onder meer Atlantic toonde zich al geïnteresseerd. En Big Hassle, het promobureau achter Clap Your Hands Say Yeah en Kings of Leon. Vertegenwoordiger Brooke Black windt er geen doekjes om: ‘Balthazar heeft internationaal potentieel. Ze hebben een heel eigen catchy sound, met die vocals die perfect in elkaar blenden. Tegelijk doen hun grooves me aan Sly & the Family Stone denken. Wat ze nu nodig hebben, is een partner die in hen investeert en net zo gedreven is als zij.’

De groep en zijn beperkte entourage reizen on a budget: ze hokken met drie of vier in een kamer van een hotel dat meer op een daklozenshelter lijkt. In de doorgezeten sofa van de verlepte lounge (‘ For Hotel Guests Only‘) ligt een dronkenlap zijn roes uit te slapen. Staan op de agenda, naast twee concerten: een bezoek aan de Dakota Building, waar John Lennon werd doodgeschoten, lunchen in restaurant Balthazar, een Manhattan drinken in Manhattan en een broek kopen ‘in de Brooklyn in Brooklyn’. Een goede tien uur na de lift-off in Zaventem is het eerste van die voornemens gerealiseerd. De avond wordt meteen daarna afgerond met een feestje op de kamer van Jinte en Maarten: een fles cola, een fles Jack Daniels en één bekertje, dat rondgegeven wordt als een soort van vredespijp.

Daags na de landing spelen ze in The Rock Shop na local heroes Ghost Bunny. Het wordt een walk-over, al nodigen de gehuurde instrumenten niet uit tot grote experimenteerdrang. ‘Normaal gezien gooi ik halverwege de show mijn gitaar op de grond om er dan wat op te krabben,’ zegt Jinte, ‘maar één kras op die gehuurde Fender en we krijgen onze waarborg niet terug.’ En toch spelen ze Ghost Bunny naar huis. De band zal het later op zijn facebookpagina ootmoedig toegeven: ‘ Balthazar were unbelievable! Great band! They kicked our asses!’

Meteen na het optreden worden beide frontmannen volledig opgeëist door een paar vrouwelijke fans. Deprez en Devoldere worden in een taxi gepropt en zo goed als ontvoerd naar een studentenhuis waar ze getrakteerd worden op adoratie, slechte rap, ‘bèreslechte’ aardbeientaart (‘ Do you like it?‘ – ‘ No, it tastes like chewing gum!‘) en een halfzachte cocktail (‘ Bèreflauw, ’t is precies grenadine’). Jinte, de enige vrijgezel van de groep, blijft alleen achter in het foute gezelschap. De rest spoort nog net voor het krieken van de dag terug naar de verschrikkingen van het Candy Hotel. De meest onvermoeibare feestneus blijkt de volgende dag merkwaardig genoeg de meest frisse verschijning op het appel. En bij de les: ‘Is er een foto van toen ik Jack Daniels aan het drinken was van de fles? Allright, rock-‘n-roll!’ Zelfspot, want Deprez grossiert niet in clichés. Integendeel: hij houdt zich liever bezig met publishing deals, het uitvissen van de ins en outs rond royalty’s én de boekhouding van de groep. Tijd voor nog een q&a!

Jullie twee zijn de spil van de band. Hoe verloopt die samenwerking? Wie componeert, wie schrijft?

Jinte Deprez: We schrijven alles samen. Dat is altijd al zo geweest, van de eerste dag dat we muziek maakten, toen nog klassieke singer-songwriterstuff.

Devoldere: Maar het is niet zo dat we daarvoor samen in een kamertje gaan zitten. We werken eerst apart aan een nummer, tot het vorm heeft óf tot we vastzitten. Dan sturen we het door naar elkaar. De andere geeft er vervolgens kritiek op, en die kan wel eens ongezouten zijn.

Deprez: Daar kan ik wel een paar dagen geweldig lastig van lopen, maar uiteindelijk komen we toch altijd tot de conclusie dat ze terecht is. We schrijven eigenlijk constant, en doen soms twee à drie jaar over een nummer. En we gaan er alle kanten mee uit, van rock tot elektro. Van sommige songs hebben we wel dertig versies in verschillende stijlen.

Voelt de rest van de band zich niet herleid tot de uitvoerders van het ‘creatieve duo’?

Deprez: Helemaal niet. Wij maken hoogstens de demo, de anderen hebben nog heel wat ruimte om in te vullen. Kijk, ik ben gitarist. Live speel ik zelf, maar op de plaat vind ik het veel interessanter om me met de drumsound bezig te houden en de gitaar aan iemand te geven die eigenlijk géén gitaar speelt. Dat zorgt voor een heel andere invulling, creatiever, naïever en frisser.

DEEL 4: HOMETOWN, GENT

Terug in België, een paar dagen later, komt de band samen voor een ‘New York Reunion’ en een vooruitblik op het AB-concert. Er wordt wat gekibbeld – nieuwe songs in de set of niet; puren ze er meteen een live-ep uit? – maar de slotsom is voor allen dezelfde: ‘We zullen de verwachtingen overtreffen.’

BALTHAZAR LIVE

24/4, Ancienne Belgique.

TEKST EN FOTO’S PETER LISSENS EN JEF BOES

‘Ik voel me meer artiest als ik schrijf dan als ik optreed. Je wil toch vooral dingen máken.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content