Snapt u helemaal niets van ‘Pacifiction’? Volgens regisseur Albert Serra is dat de bedoeling

Subversieve cinema of pretentieuze nieuwlichterij? De compromisloze Catalaan Albert Serra bezorgt cinefielen hoofdpijn met Pacifiction, half paranoïde tropenthriller, half exotische postkaart, honderd procent ongrijpbaar.

De Catalaanse filmmaker Albert Serra verbijstert de internationale filmkritiek en festivals zoals die van Cannes en Gent al jaren met ongrijpbare, radicale cinema. In 2019 imponeerde hij met Liberté, een meer dan twee uur lange uitbeelding van een libertijns bosorgie in het Frankrijk van voor de Revolutie. Met het op Tahiti opgenomen Pacifiction krijgt hij nu eindelijk nog eens een kans in de Vlaamse bioscopen. Achterover leunen en genieten van palmbomen en zeezichten? Niet helemaal.

‘We hebben al iets te vaak aangename films gemaakt. Hedendaagse cinema moet nieuwe paden durven in te slaan door bijvoorbeeld te experimenteren met wat onaangenaam is voor de kijker’, zegt Serra met pretoogjes. ‘Zoveel films en series proberen zo leesbaar mogelijk te zijn. Elke plooi wordt gladgestreken, elke moeilijkheid geweerd. De natuurlijke complexiteit en ambiguïteit van het beeld wordt vernietigd en dat maakt me triest.’ Zelf strijkt hij liever tegen de haren in. ‘Ik zoek de complexiteit fervent op. Bij mij kun je niet raden wat iemand zal zeggen, hoe een scène zal eindigen of waar de film naartoe gaat. Dat maakt mijn films bizar, maar ook hypnotiserend.’

Wat het allemaal betekent? Daar denk ik nu eens nooit aan.

Pacifiction kruipt in het hoofd van de Franse Hoge Commissaris van het Frans-Polynesische eiland Tahiti. Activisten afwimpelen, de inheemse cultuur bewieroken, in zijn wit tropenkostuum pompeuze redevoeringen afsteken en opgaan in de zwoele, decadente sfeer van de nachtclub Paradise Nights: De Roller (Benoît Magimel) is in zijn sas in zijn neokoloniale paradijs. Tot het hem begint te dagen dat de geruchten over verborgen kernonderzeeërs, spionnen en militairen niet loos zijn. Alles lijkt erop te wijzen dat Pacifiction een paranoïde tropenthriller wordt, maar dat is niet het geval. De film drijft almaar verder af in een lome koortsdroom in zonnigere tinten dan Paul Gauguin zich durfde te veroorloven. Denk aan een verbastering van The Parallax View geregisseerd door een kloon van Douglas Sirk en David Lynch met de experimenteerzucht van Europese auteurs als Pedro Costa of Peter Greenaway.

© National

Aan Serra hoef je niet om uitleg te vragen. Dat je als kijker niet weet wat je van zijn werk moet denken, vindt de schalkse provocateur prima. ‘Wat het allemaal betekent? Wat de film te zeggen heeft? Daar denk ik nu eens nooit aan’, zegt hij met een kamerbrede grijns. ‘Ik zou een boek schrijven als ik iets te zeggen had over kolonialisme, seksualiteit of politiek. Het thema van de film is bijzaak die ik pas detecteer lang nadat de film is afgewerkt, voornamelijk via de commentaren op de film. Ik werk niet met betekenis, ik werk met beeld en ik dwing mezelf om te ontsnappen aan clichés.’

De Catalaanse vrijbuiter zweert bij een onorthodoxe methodologie. ‘Ik zoek de chaos op. In dit geval door op Tahiti te filmen, een zeer geïsoleerd eiland. Om Nieuw-Zeeland of Hawaï te bereiken, moet je al vier uur vliegen. Het duurt een eeuwigheid om er te raken, of om er weg te raken. Ik had een vaag universeel verhaal in mijn hoofd met spanningen, verdachtmakingen en paranoia. Op een exotische plek komt dat beter tot zijn recht. Die exotiek vul ik dan weer wel zeer clichématig in. Pacifiction beschrijft de wereld niet, maar verbeeldt iemands perceptie van de wereld. Palmbomen, zonsondergangen, golven, zee, discotheken, inheemse cultuur, inheemse schonen en zelfs de mahu of de rae rae, mensen tussen mannen en vrouwen: de film is bijna een postkaart van Tahiti. Een postkaart van het Verloren of Verrottende Paradijs. Maar de hyperrealistische spelwijze van de acteurs is alles behalve cliché, en dat maakt het boeiend.’

Serra laat zijn acteurs aan hun lot over, gebruikt drie camera’s en laat de opnames eindeloos doorlopen. ‘Mijn systeem is gebaseerd op variatie en niet-communicatie met de acteurs. Ik wil zo veel mogelijk materie in alle mogelijke richtingen. Ik eindigde dit keer met 540 uur beeldmateriaal. Tijdens de montage ga ik opnieuw chaotisch en arbitrair te werk. Ik selecteer bijvoorbeeld beelden omdat ik hou van de rode kleur van de lamp, van de weerspiegeling van het licht op een auto of van hoe een kleed over een meisjesbeen valt. Daar laat ik drie monteurs afzonderlijk mee puzzelen. Betekenis is geen zorg, we zoeken esthetische, mentale of fysieke coherentie.’

Dat Pacifiction het geduld van de kijker soms beproeft, is een gewenst effect. ‘Het is een eiland. Waar je ook naartoe gaat, je komt altijd weer op dezelfde plaats uit, bij dezelfde mensen, dezelfde handelingen. De paranoia verhevigt, de situatie wordt almaar verontrustender, maar het komt nooit tot een heldere conclusie. Je draait eeuwig in het rond. Die voortdurende anticlimax vloekt inderdaad met de traditionele dramaturgie. Er gebeurt niets. De kijker raakt dat moe, begint in het rond te kijken en krijgt misschien zelfs een subtiele afkeer van het beeld. Maar die fysieke ervaring schept ruimte voor een andere, sterk plastische, hypnotiserende ervaring. Dat is uiteraard gewaagd. Soms schurk ik tegen abstractie aan. Maar wie niet waagt, niet wint.’

Pacifiction

Vanaf 11.01 in de bioscoop.

Albert Serra

Geboren in 1975 in Banyoles, Catalonië.

Debuteerde in 2006 met Honor de cavallería, geïnspireerd door Don Quichot.

Maakte indruk met La mort de Louis XIV (2016), over de theatrale sterfdagen van de Zonnekoning, en het gewaagde Liberté (2019).

Werd dankzij zijn bevreemdende, cinematografisch sterke films de nieuwe chouchou van verstokte cinefielen en filmfestivals.

Lees meer over:

Partner Content