Met ‘Living’ waagden Oliver Hermanus en Kazuo Ishiguro zich aan een Kurosawa-klassieker

© National
Dave Mestdach
Dave Mestdach Chef film van Knack Focus

Wie waagt zich nu aan een remake van de meest ontroerende films aller tijden – eentje van grootmeester Akira Kurosawa dan nog wel? Oliver Hermanus durfde het met Living. Met de hulp van een Nobelprijswinnaar.

De bewuste Kurosawa-klassieker is Ikiru (1952), een hartverscheurend zwart-witdrama over een terminale kantoorklerk die met de dood in zicht opfleurt. De man die zich aan een remake waagde, is Oliver Hermanus, de regisseur die eerder beroerde met Skoonheid (2011) en Moffie (2019). Zijn versie, Living, is in kleur gedraaid, met een bescheiden budget en zonder echte ster aan boord. Op papier klinkt het als een kamikazeklus, goed om je carrière mee te kelderen, maar Hermanus komt er niet alleen verbazend goed mee weg. De Zuid-Afrikaanse filmmaker scoorde er zowat overal lovende recensies en vol gesnotterde zakdoeken mee, van Sundance over Venetië tot Gent.

Ik zei Kazuo Ishiguro al plagend: let’s do this, maar als mensen de film haten, zeg ik aan iedereen dat het jouw schuld is.

Aan de pitch van Kurosawa’s origineel – een favoriet van Martin Scorsese, Pedro Almodóvar en miljoenen andere cinefielen – is weinig gesleuteld. Wel is de actie getransponeerd van het naoorlogse Japan naar het Londen van de jaren vijftig, maar ook nu draait het om een staatsambtenaar – mister Williams – die zijn leven aan paperassen heeft gewijd. Tot er kanker bij hem wordt vastgesteld en hij besluit eindelijk te gaan leven, al heeft hij nooit geleerd hoe dat precies moet. In het origineel was de ambtenaar een weduwnaar met een zoon, mister Williams heeft vrouw noch kind en dus ook geen erven om iets aan na te laten, waarop hij dan maar probeert om de plannen voor een buurtspeeltuintje erdoor te krijgen. Kwestie van toch ergens voor geleefd te hebben.

Het is een adaptatie die verrassend klassiek oogt. Toch als je Hermanus’ shocker Skoonheid hebt gezien, zijn penetrante psychothriller over een blanke Boer met issues. Of Moffie, zijn sensuele portret van een jonge soldaat met verboden, homoseksuele gevoelens. Maar ook al is Living braver en stukken, Britser ook nu weet Hermanus de gevoelswereld van een mannelijke antiheld open te wrikken die altijd heeft geleerd om emoties en (seksuele) verlangens in te slikken.

Onder de bolhoed van de terminaal zieke kantoorklerk herken je Bill Nighy, de Britse karakterkop die nu al wordt getipt om straks de Oscar voor beste acteur weg te kapen. De jeugdige miss Margaret Harris wordt vertolkt door Aimee Lou Wood, Aimee uit Sex Education. Maar ook achter de camera kon Hermanus op flink wat artistiek kapitaal bogen. Living is geproduceerd door Stephen Woolley, de veteraan die eerder The Crying Game, Interview with the Vampire en Carol in de zalen bracht.

En het scenario is van de meesterhand van Kazuo Ishiguro, die in 2017 de Nobelprijs voor literatuur kreeg. De Brits-Japanse romancier werd geboren in Japan maar groeide op in Engeland en weet dus hoe een stiff upper lip eruitziet. Eerder werden ook al zijn romans The Remains of the Day (1994, door James Ivory) en Never Let Me Go (2010, door Mark Romanek) met succes naar het witte doek vertaald. Deze keer initieerde hij zelf het project.

‘Tuurlijk heb ik getwijfeld’, bekent Hermanus, die met deze Britse productie aan zijn eerste klus buiten Zuid-Afrika toe is. ‘Ik bedoel: een meesterwerk van Kurosawa dat elke cinefiel in het hart raakt remaken? Ik kon alleen maar op mijn bek gaan, vreesde ik. Tot ik er dieper over nadacht, en me bedacht: één, het is een herinterpretatie, geen shot-voor-shotremake. Twee, het scenario is steengoed. En drie, Kurosawa, Ishiguro, Woolley, Bill Nighy: wie denk je dat je bent om nee te zeggen? Wees niet laf en ga ervoor.’

Was er iemand specifiek die je over de streep getrokken heeft?

Oliver Hermanus: (beslist) Kazuo Ishiguro. Ik ben vooraf verschillende keren met hem gaan lunchen, en hij straalde zo veel zelfvertrouwen uit. Hij had al jaren een Britse remake van Ikiru in zijn hoofd, en als een Nobelprijswinnaar zo’n robuust vertrouwen in het project heeft, waarom zou ik dan twijfelen? Hij was de geknipte man om het te doen. Hij is een geboren Japanner, maar een getogen Brit. Als iemand het Japanse ethos van het origineel naar de Britse klassenmaatschappij van kort na de oorlog kon vertalen, toen nieuwe sociale structuren hun intrede deden en rollenpatronen en de seksuele moraal begonnen te veranderen, dan hij wel. Ik zei hem al plagend: let’s do this, maar als mensen de film haten, zeg ik aan iedereen dat het jouw schuld is.

‘Bill Nighy zou zeker een Oscar verdienen.’
‘Bill Nighy zou zeker een Oscar verdienen.’ © National

Dat blijkt allerminst het geval. De recensies zijn lovend en Living wordt nu al getipt voor de Oscars.

Hermanus: Bill Nighy, die subliem is, zou zeker een Oscar verdienen. Maar er kan nog veel veranderen tot dan. De ontvangst is tot nu toe geweldig, maar je weet nooit hoe de film in Amerika valt en of er plots geen negatieve commentaren opduiken.

Het is dan wel een herinterpretatie, maar veel mensen kennen Kurosawa’s Ikiru en de iconische slotscène daarvan, met de schommel in de sneeuw. Hoe ben je met die ballast omgegaan?

Hermanus: Door bewust van het origineel weg te blijven. We hebben er bijvoorbeeld een liefdesverhaal in geweven. Er is een shot waarin mister Williams op een specifieke manier zijn bolhoed afzet dat rechtstreeks uit Ikiru komt, en zo zitten er een paar hommages in. Maar voor de rest heb ik mijn inspiratie uit andere films gehaald. Uit de Britse cinema van de jaren veertig en vijftig: uit Ealing-films als Passport to Pimlico, uit Brief Encounter van David Lean, uit A Canterbury Tale van Powell & Pressburger. We kennen het Londen van na de oorlog voornamelijk uit die films, dus heb ik ze vooraf aan cast en crew meegegeven als huiswerk. Veel van die films ogen vlak en expressionistisch, aangezien ze bijna integraal in studio’s werden gedraaid. Zo’n look wilde ik ook, met veel schaduwen en met personages die in donkere kostuums door summier verlichte kantoorruimtes lopen. Ik wilde een film vol contrasten. Het is een zwart-witfilm in kleur. Het is een film over dood die over het leven gaat.

In hoeverre kon je je zin doen? Ik bedoel: films als Skoonheid en Moffie schreef je mee, hier was je veeleer gun for hire.

Hermanus: Je doet me nu zo goedkoop voelen. (lacht) Maar je hebt gelijk. Ik moest sowieso het lexicon overnemen van het klassieke, emotionele melodrama en van de cinema van de jaren vijftig. Gelukkig zijn Woolley en Ishiguro specialisten inzake historisch drama, dus was ik in goede handen. Het klopt ook dat ik een selectieprocedure heb moeten doorlopen. Ik weet dat Ishiguro met andere regisseurs heeft gepraat, en dat onze eerste lunches deels sollicitatiegesprekken waren. Maar het klikte, en ook de executives vonden mijn input goed, dus mocht ik eraan beginnen. We waren net twee dagen bezig toen corona uitbrak, waardoor ik samen met Ishiguro nog een extra jaar aan het scenario heb kunnen werken. We hebben Ikiru nog één keer samen bekeken, om de film van dan af te negeren, om vooral de essentie ervan mee te nemen.

En dat is?

Hermanus: Het gaat over mannelijkheid. Over codes en conventies die de tijdgeest en de cultuur aan mannen opleggen, maar hen verstikken. Eigenlijk gaan al mijn films daarover. Skoonheid. The Endless River (2015). Moffie. En dan te bedenken dat ik er altijd van droomde om een vrouwenregisseur te worden, in de traditie van Pedro Almodóvar en Ingmar Bergman. Ik heb dik gefaald. (lacht) Allicht omdat repressie een heel erg Zuid-Afrikaans thema is, zeker als je mijn achtergrond hebt. Ik bedoel: ik ben een kleurling én mijn vader was een ANC-militant tegen het apartheidsregime. Ik heb gezien wat instituties kunnen aanrichten en voelde daardoor ook meteen een connectie met Living.

Heb je nooit ruzie gemaakt met Ishiguro? Lijkt me onmogelijk met twee auteurs in één kamer.

Hermanus: Toch niet. Gaandeweg bouw je een vertrouwensrelatie met elkaar op, en na zes maanden durfde ik hem zelfs tegen te spreken. (lacht) Op de set kreeg ik het laatste woord, zoals ik dat bij mijn Zuid-Afrikaanse films gewoon was. Je weet als je een buitenlandse productie doet dat je niet je eigen team kunt meebrengen. Mijn vorige film, Moffie, werd gemonteerd door een Belg, Alain Dessauvage (die ook Rundskop, Girl en Close monteerde, nvdr.). Nu was het een Britse monteur (Chris Wyatt, nvdr.), maar ook een heel goede.

© National

Ook stilistisch was het aanpassen. Living is je klassiekste en emotioneelste film tot nu toe.

Hermanus: Living is minder agressief en provocatief dan mijn vorige films, maar auteur zijn betekent niet per se dat je mensen hun ogen wilt doen bloeden. Ik heb die klassiekere, meer melodramatische kant altijd in mij gehad. In Amerika komt Living uit met Kerstmis. Dat ik een kerstfilm heb gemaakt, dát is pas schokkend en provocerend. Toch voor mezelf. (lacht)

Wat betekent Kurosawa voor jou?

Hermanus: Als student en beginnend filmmaker hadden Michael Haneke, Lars von Trier, Ingmar Bergman en Pedro Almodóvar veel meer impact op mij. Ik respecteerde Kurosawa uiteraard, maar zijn epische avonturenfilms – Ran, Rashomon, De zeven samurai… – raakten me nooit persoonlijk, om eerlijk te zijn. Ik had het meer voor zijn kleinere noirs en melodrama’s.

En je favoriet was uiteraard …

Hermanus: High and Low! (lacht) Een misdaadfilm uit 1963 waarin een jongetje wordt gekidnapt. Qua framing en fotografie is die film geniaal. Kurosawa is een meester van controle, design en suspense, en hoe kleiner de ruimte, hoe meer je dat ziet en voelt. Zijn beste films lijken wel bewegende Magnumfoto’s die subtiel in elkaar overgaan. Ik ben mijn carrière begonnen als fotograaf, dus zijn visuele raffinement is wat me altijd diep voor Kurosawa heeft doen buigen. Nu ik ouder ben en Living heb gemaakt, apprecieer ik hem nog meer, zoals ook mijn smaak sowieso klassieker wordt. En mijn films. Moffie was al lyrischer en emotioneler dan mijn eerste films. Je weet hoe dat gaat: je bent jong, je wilt voorbij de canon van je leraars kijken en je dweept met wat nieuw en radicaal is. Tot je hormonen uitgeraasd zijn en je beseft: Kurosawa, Orson Welles en John Ford zijn ook écht de grootste filmmakers. (lacht)

Je vorige film, Moffie, werd ook overal goed onthaald maar raakte door de coronacrisis amper in de zalen. Ben je daar niet gefrustreerd over?

Hermanus: Wat kan ik eraan doen? De timing zat tegen, en we hebben ons best gedaan om de film hier en daar toch nog op het grote scherm te krijgen. Maar het is de film die tot Living heeft geleid, en die mijn leven heeft veranderd. Daarom zal ik Moffie altijd koesteren en nooit als een mislukking zien, ook al hebben weinig mensen hem gezien. Weet je wat? Schrijf nog eens hoe goed hij is en misschien geven ze hem in België toch nog een release. Ik vertrouw op je. (lacht)

Living

Vanaf 28.12 in de bioscoop.

Oliver Hermanus

Geboren op 26 mei 1983 in Kaapstad.

Groeit in Plettenburgbaai op in een huis in de heuvels, omdat zijn gekleurde familie niet in het centrum mocht wonen.

Zijn vader strijdt als ANC-militant tegen het Apartheidsregime.

Zijn favoriete thema’s: mannen met issues en (seksuele) repressie. Breekt in 2011 door met Skoonheid, bevestigt in 2019 met Moffie.

Zijn volgende film wordt het WO I-drama The History of Sound.

Heeft ook de historische miniserie Mary & George in de pipeline zitten, met Julianne Moore.

Partner Content