James Cameron over de nieuwe ‘Avatar’: ‘AI zal ons nooit vervangen’

James Cameron op de set van ‘Avatar: Fire and Ash’
Dave Mestdach
Dave Mestdach Chef film van Knack Focus

Met Avatar: Fire and Ash – deel drie van zijn epische scifi-franchise – zet James Cameron opnieuw koers om Hollywood te koloniseren, én de rest van planeet aarde. In de cockpit met de Canadese keizer van de kassuccessen.

James Cameron zit er opvallend ontspannen bij, alsof hij de drie camera’s, vijf microfoons en dartelende pr-assistenten rond hem heen zelf geprogrammeerd heeft. In een suite van het Parijse luxehotel Le Bristol, dat vandaag meer weg heeft van een mierenhoop van journalisten en puffende publicisten, oogt hij als een grijze, maar viriele generaal die al lang weet dat de overwinning binnen is. Wanneer ik tegenover hem ga zitten, leunt hij vaderlijk naar voren en zegt met een minzame grijns: ‘Ben je een printjournalist? Geen paniek. You’re gonna do fine.’

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

En Cameron weet doorgaans waarover hij spreekt. De Canadese geweldenaar heeft al jaren ervaring met het temmen van mammoetprojecten die andere regisseurs zouden verpletteren. Fire and Ash, het derde deel van zijn grensverleggende Avatar-saga, is daarvan het nieuwste bewijs, een spektakelstuk van liefst 197 minuten, oftewel amper korter dan Spartacus en Ben-Hur. Cameron schoot het ruimte-epos tussen 2017 en 2020 in Nieuw-Zeeland in tandem met episode twee, Avatar: The Way of Water (2022), dat met zijn opbrengst van 2,3 miljard dollar bewees dat zijn scifi-franchise een blijvende aanzuigkracht heeft, wat streamingreuzen of vreemde virussen ook proberen.

Deel vier én vijf – gepland voor eind 2029 en 2031 – zitten in de pijplijn, al hangt dat ‘in theorie’ nog af van de box office-prestaties van Fire and Ash. Maar zelfs de meest cynische analist acht het onwaarschijnlijk dat Hollywoods ultieme blockbusterbeest plots zijn mojo kwijt is.

Camerons opmars begon met The Terminator (1984), de cyberpunkklassieker die Arnold Schwarzenegger lanceerde, ging verder met Aliens (1986), waarin hij Ridley Scotts claustrofobie omtoverde tot explosieve space‑opera, en vervolgens Terminator 2 : Judgment Day (1991) met zijn baanbrekende CGI. Daarna kwam het culturele fenomeen Titanic (1997): elf Oscars, een oceaan aan volgesnotterde zakdoeken, jarenlang de meest lucratieve film ooit. En toen, nog een maatje groter: Avatar I (2009) en II (2022), samen goed voor ruim 5 miljard dollar en een nieuwe vorm van immersieve cinema. Ze kronen Cameron tot keizer van het kolossale kassucces, hoeveel Griekse goden Christopher Nolan straks ook serveert in The Odyssey, en hoeveel zandwormen Denis Villeneuve ook laat kronkelen in Dune: Part Three.

***

Dat Avatar van al die megalomane filmfantasieën zijn levenswerk is, ontkent hij allerminst. ‘Ik begon in 2005 aan de productie van de eerste film, dus dat is twintig jaar geleden’, zegt Cameron, terwijl hij even zijn blik van me afwendt, alsof hij geen monitors maar de horizon van planeet Pandora voor zich ziet. ‘Ik heb tussendoor wel een kleine omweg gemaakt voor een diepzee-expeditie (hij dook in 2012 naar de bodem van de Marianentrog in de Stille Oceaan met de speciaal ontworpen Deepsea Challenger, nvdr.), dus laten we het op achttien jaar houden. Maar het is een heel breed canvas waarop ik kan schilderen.’

De voedingsbodem voor de saga is persoonlijk: ‘Ik werk vanuit het echte leven, vanuit echte emoties – als vader, als echtgenoot, als mens die ziet hoe oorlog, racisme, onverdraagzaamheid en milieuverloedering ons bedreigen, als iemand die ook ooit een gewone tiener was met al die angsten. Die werk ik dan uit in mijn verbeelding met karakters, ontwerpen, creature design, zodat ik nooit mijn toevlucht hoef te nemen tot een wereld die compleet onherkenbaar is, of tot een hedendaags landschap. Dat kunnen andere regisseurs beter dan ik. Ik heb me altijd op vertrouwde grond gevoeld als ik iets visueel radicaal, maar thematisch herkenbaar universeel kan maken.’

‘Een wereld die compleet onherkenbaar is, een hedendaags landschap? Dat kunnen andere regisseurs beter dan ik.’

Voor Cameron is Avatar’s ongerepte planeet Pandora – waar de inheemse Na’Vi-cultuur bedreigd wordt door menselijke kolonisators – geen puur escapistische speeltuin. Het is een megastructuur waarin hij al zijn preoccupaties onderbrengt: ‘ecologie, oorlog, raciale spanningen, het verzet tegen technologische ontmenselijking. De eerste beelden en ontwerpen voor de Avatar-wereld ontstonden al in mijn tienerjaren, in mijn kindertijd zelfs. Ze zaten ook al in Aliens, in Terminator.’ Dat werd vorig jaar nog tastbaar in de fraaie tentoonstelling die Cinémathèque française in Parijs aan zijn oeuvre wijdde, waar schetsen en storyboards uit de jaren 70 en 80 duidelijk maakten dat Cameron – een mislukt student natuurkunde die buiten de lesuren het liefst zat te tekenen en te dromen van vreemde, nieuwe beschavingen – altijd al een begenadigd ontwerper was.

***

Wat opvalt aan Fire and Ash, is hoe Cameron er – ondanks alle digitale 3D-trukerij en emotionele poespas met blauwe, kloek opgeschoten aliens – ook nu weer in slaagt om de erfenis van zijn B-filmroots te laten doorsijpelen. De Canadese fantasynerd die in 1982 debuteerde met Piranha II, een quickie uit de cultfabriek van Roger Corman (‘The King of Cult’) waar hij liefst niet meer aan herinnerd wordt, is al zijn leven lang geobsedeerd door onderwaterwerelden, buitenaardse fauna en wilde amazones. Hoe mega zijn budgetten inmiddels ook zijn, zijn verbeelding blijft geworteld in films vol rubberen monsters en psychedelische pulp. En gelukkig maar, want een ruimte-epos van dik drie uur mag ook gewoon een beetje fun zijn.

Fire and Ash mag dan opnieuw over de survivalstrijd van de Na’vi-volkeren gaan, en een nieuwe stam introduceren – het Ash-volk, een oorlogszuchtige clan uit Pandora’s vulkanische gebieden –, er zijn echo’s van Forbidden Planet, Creature from the Black Lagoon, Battle Beyond the Stars en het soort exotische junglekitsch waarvoor je vroeger naar de achterste regionen van de videotheek moest sluipen. Ze dwarrelen door de film, maar dan op een schaal die alleen Cameron aandurft: met motioncapture-ecosystemen van duizelingwekkende complexiteit, en digitale fauna en flora die echt lijken te ademen. Als je je 3D-bril maar opzet tenminste.

Wereldbouw is voor hem dan ook even essentieel als drama, artistieke visie even primair als de commerciële druk die nu eenmaal hoort bij monsterprojecten van 250 miljoen dollar. Per stuk, welteverstaan. ‘In The Abyss (zijn scifi-epos uit 1989 over diepzeeduikers die stuiten op een buitenaardse beschaving, en samen met de actiekomedie True Lies zijn enige box office-tegenvaller, nvdr) had ik de balans tussen drama en intimiteit en schaal en spektakel nog niet goed’, bekent Cameron. ‘Toen worstelde ik daar nog mee. Maar bij Titanic zat het wel juist. Ik heb die lessen vervolgens meegenomen naar een compleet nieuwe wereld, en met Avatar hebben we een nieuwe vorm van cinema uitgevonden, meer dromerig beeld dan menselijk conflict.’ Maar hij vindt dat Fire and Ash die balans beter treft dan ooit: ‘Het derde bedrijf is enorm, een groots slagveld, maar toch keren we telkens terug naar de intieme momenten. Dat houdt ons als kijker betrokken.’

***

In de persconferentie later die dag – de suite trilt intussen onder het gestommel van nóg meer persploegen – gaat Cameron verder op het universele appel van de saga. ‘Avatar gaat over familie, identiteit, plicht. Over vluchtelingen, mengculturen, kinderen die hun plek moeten vinden. Verlies en rouw. Dat herkennen mensen overal, zeker met wat er nu allemaal in de wereld gebeurt.’ Wanneer een journaliste hem grappend vraagt of er in Fire and Ash ook een knipoog zit naar de slotscène uit Titanic – die waarin Jack de ijszee en een gewisse dood indrijft – antwoordt Cameron even een tikje kribbig. ‘Ik heb maar vijf goede ideeën in mijn leven gehad, ik herverpak ze gewoon eindeloos.’

‘Ik heb maar vijf goede ideeën in mijn leven gehad, ik herverpak ze gewoon eindeloos.’

Maar hij glundert zichtbaar wanneer hij spreekt over het ensemble waarmee hij ondertussen al meer dan twintig jaar werkt. In deel drie tekent Sam Worthington opnieuw present als Jake Sully, de voormalige marinier die deel is geworden van de Na’vi en hun clan leidt. Stephen Lang is terug als kolonel Quaritch, de militaire antagonist die in een avatarlichaam verrijst. En ook Zoe Saldana en Sigourney Weaver passeren de revue, respectievelijk als Neytiri, Sully’s partner, en het geadopteerde Na’vi-meisje Kiri. Nieuwkomer is Oona Chaplin – kleindochter van – als Varang, de meedogenloze leidster van de Ash People, en meteen de leukste schurk die tussen de Ikran, Thanators en andere bizarre buitenaardse beesten kan worden gespot.

‘We noemen ons de Avatar-familie’, zegt Cameron. ‘Het is de meest heilige fase van het creatieproces. Samen met acteurs leven, dag in dag uit, en dat deden we voor delen twee en drie achttien maanden lang. Daarna mag ik werken met de meest fantastische ontwerpers, decorbouwers en technici.’ En dan volgt de minder heilige fase: vijf jaar postproductie waarin elke pixel wordt gewassen en gestreken, alsof Iron Jim – een bijnaam die je moet verdienen – zijn eigen digitale Vaticaan runt.

Camerons langetermijnvisie was dan ook al vroeg ingebed. ‘De eerste blauwdruk die ik van Avatar pende in 1995 was nauwelijks verhuld ecologistisch’, geeft hij toe, maar het is frappant hoe profetisch het blijkt. De wereld die hij toen schetste – een ecosysteem onder druk, volkeren op drift, oorlogen om grondstoffen – is vandaag akelig actueel.

© 20th Century Studios

En dan is er nog Camerons reputatie als techno-orakel. Toen The Terminator dreigend opdoemde, in 1984 was dat, werd de AI-dystopie nog gezien als futuristische tech noir. Vandaag heeft zijn Skynet een reële echo, met dit verschil dat het ChatGPT en CoPilot heet. Zijn Koreaanse collega Bong Joon-ho – de rasfilmer achter The Host, Parasite en Mickey 17 – riep ondertussen alvast op om een ‘leger te verzamelen om AI te vernietigen’, maar wanneer ik hem vraag of hij in dat geval misschien diens generaal wil zijn, glimlacht commandant Cameron schuin: ‘Absoluut niet. Ik ben intens ambivalent over AI. Superintelligentie is één ding. Dat is een groot, maatschappelijk probleem. Maar in de entertainmentindustrie zitten we met een kleiner probleem: generatieve AI die artiesten vervangt? Dat vind ik ronduit weerzinwekkend.’

Tegelijk ziet hij mogelijkheden: ‘Ik heb het nog niet gedaan, dus het blijft een als, maar als we tools kunnen maken die de workflow efficiënter maken – waardoor ik een Avatar-film in twee jaar kan maken in plaats van vier – dan wil ik daar graag in investeren. Zeker nu ik al 71 ben. Maar nooit ter vervanging van artiesten of acteurs.’ De kern is voor hem filosofisch: ‘Het gaat om menselijke zingeving. AI maakt alles generiek. Per definitie. Omdat het met modellen werkt die mekaar voeden. Waarom zouden we dat überhaupt willen? Waarom zouden we ons overbodig maken? Wat we waarderen in kunst, in literatuur, in poëzie en muziek is juist het unieke, het idiosyncratische. Vandaar dat ik denk dat mensen er op de duur minder in geïnteresseerd zullen geraken. Het zal ons nooit vervangen. Het zal een tool blijven. Hoop ik toch.’

***

De man die Hollywood tot drie keer toe hertekende – met moordmachines uit de toekomst, met transatlantische stoomschepen en nu met buitenaardse koraalriffen – blijft ook een onverzettelijke purist wanneer het op cinema aankomt. Voor hem is film een ritueel, een immersieve ervaring die alleen in een bioscoopzaal bestaat. Vandaar zijn blijvende devotie aan de motioncapture-technologie, die de acteurs transformeert tot digitaal gerenderde Na’vi-personages, en aan 3D, dat hij sinds de eerste Avatar verdedigt als de ultieme manier om het publiek onder te dompelen in een filmische wereld. Dat maakt zijn recente opmerkingen des te scherper: Netflix-films zouden niet in aanmerking mogen komen voor filmprijzen, zo zei hij twee weken geleden nog, omdat ze niet in de cinema draaien.

Die uitspraak deed Cameron vóór het nieuws uitlekte dat streamingigant Netflix een bod had gedaan op Warner Bros Discovery van – mayday, mayday – 82,7 miljard dollar, een aardschok in het studiolandschap. Zelfs tot op Pandora zullen het hebben voelen beven. (En tot bij Paramount, die daar zelfs nog over willen gaan.) Maar als de geschiedenis iets leert, dan is het dat Cameron zich door zulke tektonische verschuivingen niet laat intimideren. Hij bouwt gewoon verder aan zijn wereld – blauwer, groener, groter en radicaler – terwijl de rest van Hollywood tracht bij te benen. Te beginnen bij Avatar nummer 3: Fire and Ash, maar daarna met delen 4 en 5, en wie weet nog meer.

‘Oké, ik ben misschien iets te lang in dit domein gebleven, ik wil graag nog een paar andere dingen doen.’

Alleen blijft de vraag of hij daarbij altijd zelf in de cockpit zal zitten. ‘Kijk, ik geniet van het werk, van deze wereld’, vertrouwt hij me toe, terwijl een melancholische glimlach op zijn gelaat verschijnt. ‘Het punt is dat ik nu op een soort kruispunt sta waar ik zeg: oké, ik ben misschien iets te lang ononderbroken in dit domein gebleven, en ik wil graag een paar andere dingen doen die niet in dit universum passen. (Cameron regisseerde alvast de concertfilm van Billie Eilish, vanaf maart in de bioscoop, nvdr) Avatar is oorspronkelijk voortgekomen uit mijn verbeelding, maar het wordt nu gecureerd door al die andere artiesten die betrokken zijn, de cast, mensen van wie ik houd en met wie ik graag werk. Voor mij gaat het dus meer om het momentum van de Avatar-familie, het sociale landschap achter de schermen.’

En zo eindigt ons gesprek waar het begon: in die suite van Le Bristol, onder het gezoem van camera’s en het gedruis van pr‑dienstbodes, met een generaal die straks mogelijk andere territoria verkent maar altijd trouw over zijn troepen en planeet Pandora zal waken. Vrij naar The Terminator: he’ll be back.

James Cameron

Geboren in 1954 in Kapuskasing, Ontario, Canada. Zijn familie verhuist in 1971 naar Californië.

Studeert kort natuurkunde en Engels aan California State University, maar stopt en werkt als truckchauffeur terwijl hij scenario’s schrijft en artwork ontwerpt.

Debuteert met Piranha II: The Spawning (1982), maar zijn doorbraak komt met The Terminator (1984).

Volgen: Aliens (1986), The Abyss (1989), Terminator 2: Judgment Day (1991), True Lies (1994), Titanic (1997) en drie Avatar-films (2009, 2022, 2025).

Bekend om revolutionaire visuele effecten, en megaproducties die de grenzen van technologie en box office verleggen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise