James Cameron is eindelijk terug met ‘Avatar 2’, opnieuw een spektakelstuk: ‘Allicht vloeit dat voort uit onzekerheid’

© 20th Century Studios

Op de valreep verschijnt de meest ‘very fucking expensive’ film van het jaar.

‘Vuur je vragen maar af. We hebben geen tijd te verliezen.’

James Cameron zit nog niet eens neer wanneer hij me aanmaant om te beginnen. In de gangen van luxehotel Corinthia London wachten nog honderd eminente collega’s hun beurt af. En lummelen staat niet in het woordenboek van de even grijsharige als vinnige Canadees die met Titanic (1997) en Avatar (2009) respectievelijk de derde succesvolste en de tout court succesvolste film ooit regisseerde en daarvoor met The Terminator (1984) en Terminator 2 (1991) de actiefilm al revolutioneerde.

Avatar: The Way of Water is zijn eerste nieuwe film in dertien jaar. In de tussentijd dook de 68-jarige regisseur als eerste mens ooit naar het diepste punt van de wereldzeeën: de elf kilometer diepe bodem van de Marianentrog in de Stille Oceaan. Hij perfectioneerde zowel 3D-camerasystemen als duiktechnologie en broedde niet één maar meteen vier vervolgen op Avatar uit. ‘We hebben net vijf jaar – vijf! – productie achter de rug. We hebben The Way of the Water opgenomen, Avatar 3 en zelfs al een stukje van Avatar 4. ’

© Courtesy of 20th Century Studios

Pro memorie: de eerste Avatar-film was een technologisch baanbrekend sciencefictionepos waarin mensen op Pandora, een verafgelegen maan, aan mijnbouw doen, zonder zich al te veel te bekommeren om de ecologische gevolgen voor de wondermooie natuur en de plaatselijke bevolking, de grote blauwe Na’vi. In deze sequel vluchten Na’vi-krijgers Jake Sully en Neytiri (de personages van Sam Worthington en Zoe Saldaña) met hun kroostrijk gezin naar een volk dat in harmonie leeft met Pandora’s oceaan.

Andermaal blaast Cameron de concurrentie qua hoogtechnologisch, visueel spektakel omver. Maar helemaal gerust is hij er niet op. Om uit de kosten te komen móét zijn megaproductie het haast tot in de top 10 van succesvolste films ooit schoppen – en dat in een bioscoopmarkt die nog herstelt van een rottijd. Traditioneel weigert hij cijfers te plakken op zijn budget maar ‘very fucking expensive’ zou slaan op een recordbedrag van 350 tot 400 miljoen dollar.

Welkom terug: het is lang geleden.

James Cameron: Dertien jaar is lang maar ik heb heus niet stilgezeten. Na Titanic gunde ik mezelf een pauze van acht jaar. Die tijd heb ik gebruikt om op expeditie te gaan, robotica en camera’s te ontwerpen en zowat overal ter wereld met of zonder duikboot oceanen te verkennen. Na Avatar deed ik precies hetzelfde maar de ‘pauze’ was korter.

Dat ik de grootste regisseur in grootschalige spektakelstukken werd: allicht vloeide dat voort uit grote onzekerheid.’

James Cameron

In die dertien jaar is de filmwereld ingrijpend veranderd.

Cameron: No kidding. Je zag van ver aankomen dat streaming enorm aan belang zou winnen. Het succes van betaalzenders, VOD en dat soort dingen wees er eerder al op dat de mensen zelf wilden kiezen waar en wanneer ze naar films en series kijken. Dat knaagt in sommige landen wel een beetje aan de bezoekersaantallen van bioscopen maar niet dramatisch. Wereldwijd groeide de box office zelfs omdat er zoveel bioscopen bij zijn gekomen in landen die er vroeger niet veel hadden.

De pandemie is een ander paar mouwen. Dat was de eerste écht existentiële bedreiging voor cinema. Als we niet kunnen samenkomen in een bioscoopzaal, dan is er van cinema geen sprake. Voor het eerst maakte ik me grote zorgen. Ik wist niet of je Avatar 2 zoals bedoeld zou kunnen zien: op een groot scherm in 3D in een volle zaal. Ik zag het even heel somber in. Ik voelde me een dinosaurus die een komeet op aarde af ziet stormen en denkt: o jee. Misschien overleven de kleine zoogdieren de nakende catastrofe maar voor mijn soort is het over en uit. Op dit moment ben ik iets optimistischer: ook de kleinere dino’s hebben een kans, maar of producties op de schaal van Avatar kunnen overleven? Dat weet ik oprecht niet.

Kan de mensheid veranderen? Kunnen we ophouden de wereld op te branden? Is dat de grote vraag die je met de Avatar-sequels opwerpt?

Cameron: Jij gaat van Avatar 3 smullen! Maar dat is inderdaad de grote vraag. Avatar gaat niet over buitenaardse wezens maar over de mens. De Na’vi zijn geen aliens, de Na’vi, dat zijn wij, mensen. Ze zijn alleen wat groter en blauwer. Ze zijn een metafoor voor ons geweten, ons respect voor de natuur en onze onschuld. Voor de mens die we ooit waren en misschien ooit weer willen zijn. De Na’vi zijn onze goede kant en die is in oorlog met onze slechtste eigenschappen: hebzucht, gebrek aan empathie, gebrek aan verbondenheid…

© Courtesy of 20th Century Studios

Naar mijn gevoel is de mens in staat om zich te transformeren. Helaas betekent dat niet dat we het ook zullen doen. Ik twijfel, zonder te wanhopen. Avatar was potverdikke een commerciële, ecologische film. Daarvan kun je er geen tien opsommen. En toch was hij een onvoorstelbaar groot commercieel succes. Mijn optimistische interpretatie: mensen géven om de boodschap.

In Avatar: The Way of Water heb je wel opnieuw oorlog en actie nodig om het publiek te entertainen. Kan het niet anders?

Cameron: Elke actieregisseur worstelt met dat dilemma. Een verhaal heeft conflict nodig. Actie en geweld: dat is zo goed als hetzelfde. Dat weet ik en toch belandde ik tijdens de montage in een geloofscrisis. Ik vond The Way of Water te gewelddadig. Ik streef naar een evenwicht tussen licht en duisternis, tussen schoonheid, spiritualiteit en actie. Ik heb uiteindelijk wel tien minuten ‘lelijkheid’ – stevige gunplay en spectaculaire actie – geknipt.

Ik sta bekend als een actieregisseur. Maar als ik terugblik, zie ik films waar ik niet zeker van ben of ik ze vandaag nog zou willen maken. Ik weet bijvoorbeeld niet of ik wapens nog zo wil fetisjeren als twintig, dertig jaar geleden in de twee Terminator-films. In onze huidige wereld lijkt me dat ongepast. Mijn maag keert om als ik zie hoeveel schade wapens in onze samenleving aanrichten. Ik ben heel blij dat ik tegenwoordig in Nieuw-Zeeland woon. Twee weken na de afgrijselijke aanslag op twee moskeeën in Christchurch werden aanvalswapens er in een oogwenk verboden. Terwijl er best veel aanvalswapens in omloop waren. Zeker in ruraal Nieuw-Zeeland wordt nog veel gejaagd.

Zoals steeds zette je voor je film nieuwe spitstechnologie op punt, het underwater motion capture-systeem bijvoorbeeld. Waarom vind je die technologische vernieuwingen zo belangrijk?

Cameron: Dat zit gewoon in mij. Ik los graag technische problemen op. Hoe moeilijker, hoe liever. Tot mijn vreugde waren er deze keer veel problemen. (lacht) Maar je kunt technologisch de beste ter wereld zijn en toch vreselijk slechte films maken. Ik wil goeie films maken. Het publiek geeft geen zier om de technologie. Als Avatar 2 een succes wordt, dan zal het meer aan Sam Worthington, Zoe Saldaña en Kate Winslet liggen dan aan de technologische doorbraken die we hebben geforceerd. Veel mensen in Hollywood begrijpen dat niet maar ook in een technisch ingewikkelde film met veel effecten is het zaak de kijker bij de personages te betrekken. En dat doe je met de acteurs.

© Courtesy of 20th Century Studios

Je regisseerde vooral sciencefiction – met Titanic als notoire uitzondering – en werkte zelfs meer dan tien jaar aan Avatar. Hoe raakte je zo verslingerd aan dat genre?

Cameron: Geen idee. Het is altijd zo geweest. Magie kon me minder boeien maar als planeten, toekomstige werelden en robots op televisie passeerden, maakte mijn kinderhart telkens een sprongetje. Dat fascineerde me eindeloos. Op de middelbare school, in de late jaren zestig, was er geen sf-roman of -kortverhaal of ik had het gelezen. Van pulp tot klassiekers en cyberpunk. En mijn leven veranderde toen ik op mijn veertiende 2001: A Space Odyssey van Stanley Kubrick zag.

‘Just what do you think you’re doing, Dave?’

Cameron: Het was een dubbele openbaring. Voor het eerst drong het tot me door dat film ook een kunstvorm kan zijn. Nog belangrijker was dat ik te allen prijze wilde achterhalen hoe 2001 was gemaakt. Ik dacht te weten hoe films werden gemaakt: met een camera, een set, acteurs, een make-upartiest, enzovoort. Maar 2001 bestond uit beelden die ik niet kon verklaren. Dat intrigeerde me mateloos. Gelukkig schreef Jerome Agel het dikke boek The Making of Kubrick’s 2001. Ik begreep er maar de helft van. Dus las ik het nog eens en nog eens. Tot ik alles begreep. En nog was de honger niet gestild. Ik verdiepte me verder in modelbouw, fotografie en visuele effecten en zette zo zonder het te beseffen mijn eerste stappen op weg naar een leven als filmregisseur.

Je werd de grootste in grootschalige spektakelstukken boordevol speciale effecten.

Cameron: Allicht vloeide dat voort uit grote onzekerheid.

Zegt de man die zich na de Oscar-triomf van Titanic zelfverzekerd uitriep tot ‘king of the world’.

Cameron: Laat me dat uitleggen. Je hebt de ‘humanistische regisseurs’, die aan twee acteurs en een camera genoeg hebben om een prachtige film te maken. Ik kan dat niet. Ik wist dat ik méér trucs nodig zou hebben. (lacht) Ik wil een show op poten zetten, mensen een spectaculaire ervaring bieden, dat onverklaarbare gevoel bezorgen dat mij overweldigde toen ik 2001: A Space Odyssey voor het eerst zag. Maar om dat te kunnen moest ik eerst al die trucs onder de knie krijgen. Ik heb altijd met één been in de visuele-effectenwereld gestaan. Ik geniet enorm van uitvissen hoe je een idee of tekening in de praktijk realiseert. Ik kijk met plezier naar kleine films maar het interesseert me niet om ze te maken. Ik zit in de business van de spektakelfilms. Daar ben ik goed in. Wie goed is in basketbal, moet niet baseballen maar basketballen.

James Cameron

Geboren op 16 augustus 1954 in het Canadese Kapuskasing.

Was eerder onder meer gehuwd met regisseuse Kathryn Bigelow en actrice Linda Hamilton. Verruilde met zijn vijfde echtgenote Malibu voor een Nieuw-Zeelandse boerderij.

Verbaasde met The Terminator (1984), Aliens (1986) en Terminator 2: Judgment Day (1991).

Schreef met Titanic (1997) en Avatar (2009) twee van de drie succesvolste films aller tijden op zijn naam.

Ondernemer, avonturier, uitvinder, overtuigd veganist en verwoed diepzeeduiker.

Partner Content