Hoe underdog ‘CODA’ onterecht de Oscar voor beste film won

Dave Mestdach
Dave Mestdach Chef film van Knack Focus

Toen het fletse feelgoodfilmpje CODA, kort voor ‘child of deaf adult(s)’, vorige week de Oscar voor beste film won, was dat een klap die harder aankwam dan die van Will Smith. Zowel binnen als buiten de Academy.

Toen de equipe van CODA, en niet die van topfavoriet The Power of the Dog, vorige week met de Oscar voor beste film stond de paraderen op het podium van de jaarlijkse Academy Awards, was dat voor velen even onverwachts als de bitch slap die Will Smith uitdeelde aan komiek Chris Rock. Qua cast, budget en bereik was het immers een van de kleinste titels die in die koningscategorie was genomineerd, een remake van een Frans feelgoodhitje begot. Bovendien betrof het een indie die door Apple TV+ vorige zomer al uit het Sundance-festival werd opgevist, maar verder amper deining wist te veroorzaken. De kritieken van Sian Heders familiefilm waren dan ook lang niet zo unaniem euforisch als die van Jane Campions door Netflix opgekochte neowestern The Power of the Dog, of van andere genomineerden als Licorice Pizza en Drive My Car,for that matter.

CODA is het soort voorspelbare weekendfilm waar de BRT vroeger haar zaterdagavonden mee vulde.

Drie conclusies dringen zich op. Eén: Apple TV+ heeft meer geld en moeite gestopt in zijn Oscarcampagne dan in zijn filmcataloog. Twee: Netflix, dat ondanks veel betere films nog steeds op de meest gegeerde Oscar zit te wachten, heeft met zijn raid op Tinseltown veel vijanden gemaakt. En drie: de Academy lijkt, ook na alle chirurgische ingrepen die ze door MeToo en Black Lives Matter onderging, alsmaar wanhopiger en irrelevanter te worden, al kan dat laatste bezwaarlijk als een verrassing komen. Tenslotte slaagde diezelfde beroepsvereniging er in een niet eens zo ver verleden ook al in om Green Book, Crash, A Beautiful Mind en Shakespeare in Love tot beste film uit te roepen, een lijstje aan sentimentele soffen dat nu dus een gestreamd coda krijgt.

Voor wie de film in kwestie, een variant op de Franse crowdpleaser La famille Bélier uit 2014, niet heeft gezien, wat zo ongeveer 99,99 procent van de wereldbevolking moet zijn: het enige wat opvalt aan CODA is dat de film niets opvallends heeft. Het is het soort voorspelbare weekendfilm waar de BRT vroeger haar zaterdagavonden mee vulde, maar dan met een faux-realistisch netje rond, en niet eens van zo’n niveau dat genrespecialist Brian Dennehy erin had kunnen opduiken.

Alles draait om Ruby, die tussen twee werelden geprangd zit: die van haar volledig dove vissersfamilie, en de high school-jungle. Dat de twee clashen is onvermijdelijk, zeker wanneer haar familie financieel in zwaar weer komt. Ruby, de jongste en enige van haar gezin die kan horen, heeft immers andere dingen te doen dan gebarentaal tolken of visnetten ophalen. Zoals zingen bijvoorbeeld: Ruby zit in het schoolkoor, al was het maar om bij de knul te zijn op wie ze stiekem een crush heeft. Of zich vrij, aanvaard en just one of the girls voelen, wat voor geen enkele tiener evident is en al helemaal niet als die uit een arbeidersnest van doven komt.

Heder, die in 2016 debuteerde met het even gevoelige Tallulah, drukt op alle verwachte momenten op alle verwachte knoppen. En ook al doet ze bij momenten haar best om een zilt smaakje van authenticiteit aan de film te geven: er valt niets te spotten dat CODA ook maar een golfje boven de middelmaat doet uitdeinen. De onmogelijke tienerromance die toch mogelijk blijkt? Check! Het obligate zedenlesje over jezelf zijn en familie als je grootste kapitaal? Check! De nodige comic relief, met dank aan chronisch geile ouders? Check! De flamboyante muziekleraar die uit Fame lijkt weggelopen, maar zijn pupil against all odds tot grootse dingen pusht? Check!

Dat de representatie van minderheden gevoeliger ligt dan ooit, zal de film ongetwijfeld mee richting zijn verrassende Oscarwinst hebben geduwd.

Werkelijk alle issues, personages en dialogen passen zo akelig perfect binnen het feelgoodformat dat je de indruk hebt dat CODA zich niet afspeelt in Massachusetts, maar in La La Land. Oftewel daar waar de Academyleden van oudsher het liefst schuilen, zeker wanneer de tijden een beetje turbulent blijken.

Eén van de verschillen met het Franse origineel is dat Heder enkel echt dove acteurs castte. Troy Kotsur, die Ruby’s ruige maar peperkoeken pa speelt, scoorde er de Oscar voor beste mannelijke bijrol mee, de tweede van de drie nominaties die CODA wist te verzilveren. Als haar moeder herken je Marlee Matlin, die in 1987 al de Oscar won voor haar hoofdrol in Children of a Lesser God en CODA mee produceerde.

Dat de representatie van minderheden gevoeliger ligt dan ooit, zal de film ongetwijfeld mee richting zijn verrassende Oscarwinst hebben geduwd, al wogen andere factoren wellicht nog zwaarder door. Het feit dat CODA, in deze kille tijden van corona en andere crisissen, aanvoelt als een warm en comfortabel dekentje bijvoorbeeld. Of nog belangrijker: het feit dat Apple TV+ het slimmer heeft aangepakt dan andere studio’s en streamingdiensten door tijdens de promocampagne op de juiste momenten de juiste handjes te schudden. Of tenminste toch op de juiste momenten in de mailbox te verschijnen.

De belangrijkste Oscar is er dan ook één die nooit uitgereikt wordt: die voor de beste lobbyist en marketingstrateeg. Het is een virtuele Oscar die in de gedigitaliseerde en geglobaliseerde toekomst bovendien alleen nog maar belangrijker zal worden. Het mierzoete, compleet onschuldige CODA heeft immers bewezen dat je geeneens box office-, laat staan streamingcijfers moet kunnen voorleggen of enige culturele impact moet hebben om de belangrijkste filmprijs ter wereld te winnen.

Hoog tijd dat Will Smith ook de Academy, en bij uitbreiding de filmindustrie, wakker mept.

Coda

Te zien op Apple TV+.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Partner Content