On est chez nous: het Cannes 2022-verslag

© National
Dave Mestdach
Dave Mestdach Chef film van Knack Focus

De prima jubileumeditie van het filmfestival van Cannes was er een van rijkaards die kotsen en opinies die botsen. En van Belgen. Véél Belgen.

De verkrachting in Irréversible (2002), de pijpbeurt uit The Brown Bunny (2003), de pratende vos uit Antichrist (2009) of de vrijscène met een Cadillac uit Titane (2021). Elk jaar passeren in Cannes wel enkele scènes waarvan je weet: hier wordt nog heel lang over gesproken. Als er van de editie van dit jaar één scène dat predicaat verdient, laat het dan de kotsorgie uit Ruben Östlunds Triangle of Sadness zijn. In die glossy satire op de clash der klassen laat Zweedse sater Östlund het braaksel minutenlang in het rond vliegen op een zwalpend cruiseschip voor de superrijken. Bij de vertoning op het festival zocht de één dekking uit schaamte, de ander lachte zich een liesbreuk. En de jury, voorgezeten door de Franse acteur Vincent Lindon? Die gaf Östlund pardoes zijn tweede Gouden Palm – in 2017 had hij al eens de hoofdvogel afgeschoten door de aap uit te hangen met zijn kunstsatire The Square.

Triangle of Sadness
Triangle of Sadness © National

Zelfs voor de meest rabiate fans van Östlund, die daarmee het dubbelewinnaarsclubje van de Dardennes, Ken Loach en Michael Haneke vervoegt, kwam die bekroning als een complete verrassing. Niet omdat zijn film verder zo gewaagd was (toch zeker niet voor wie in Cannes de exploten van Lars Von Trier gewend is), wel omdat het een editie was waarin het niveau weliswaar bevredigend hoog lag, maar waarin je nauwelijks een film kon spotten waarover kritische consensus heerste. Zowel in de positieve als de negatieve zin.

Decision To Leave
Decision To Leave © National

De Koreaan Park Chan-wook won de prijs voor beste regie voor zijn Decision to Leave. Een sublieme mix van detectivethriller, romance en zedenkomedie, jubelde de één. Een genreoefening die verbleekt bij zijn Old Boy (2003) en The Handmaiden (2016), mopperde de ander. En beiden hadden gelijk. Het is een enerzijds-anderzijds die voor een verdedigbaar maar raar palmares zorgde. Of zou er echt iemand geweest zijn die zag aankomen dat de prijs voor beste acteur naar Song Kang-ho zou gaan voor Broker, de meligste film van Hirokazu Kore-eda in tijden? Of die van beste actrice naar de Iraanse Zar Amir Ebrahimi, voor haar rol in Ali Abassi’s broeierige serialkillerthriller Holy Spider?

James Gray ontgoochelde een tikje met zijn autobiografische coming-of-agedrama Armageddon Time. En straaljagers scheerden belachelijk laag over de Croisette om Top Gun: Maverick aan te kondigen. Maar daar zal deze 75e editie niet voor de geschiedenis in gaan. Toch zeker niet de vaderlandse.

Tori et Lokita
Tori et Lokita © National

Nooit eerder kleurde Cannes zo Belgisch, met maar liefst drie films in de hoofdcompetitie. En het onwaarschijnlijke is: ze haalden alle drie ook het palmares. Luc en Jean-Pierre Dardenne mochten voor de achtste (!) keer richting podium afzakken, dit keer om de speciale prijs van de 75e editie op te pikken voor Tori et Lokita, een beklemmend drama over twee minderjarige vluchtelingen uit Afrika. Felix van Groeningen en Charlotte Vandermeersch kregen dan weer de (met Jerzy Skolimovski’s EO gedeelde) juryprijs voor hun fraaie adaptatie van Le otto montagne, over de bromance tussen een jongen uit de stad en een jongen uit de bergen.

Maar wie de meeste aandacht trok, was Lukas Dhont, en niet vanwege de rode, door Tom Ford ontworpen smoking waarmee hij het Palais binnen flaneerde. Met het even sensuele als ontroerende Close, over de vriendschap tussen twee jonge jongens, leverde hij ook voor veel buitenlandse critici een film af die zeker de Gouden Palm had kunnen winnen. Alleen draaide het, ondanks de terechte hype, net even anders uit. Uiteindelijk moest Dhont, die drie jaar geleden al de Caméra d’Or voor beste debuutfilm won met Girl, zich tevreden stellen met de Grand Prix, een prijs die hij deelde met Claire Denis’ koortsige spionageromance Stars at Noon.

Close
Close © National

Daarmee hield de Belgische hausse niet op. Het delicate misbruikdrama Dalva van Emmanuelle Nicot ging in de nevensectie Semaine de la Critique met de Fipresci-prijs van de internationale filmkritiek aan de haal. De Caméra d’Or voor beste debuut ging dan weer naar War Pony van Gina Gammell en Riley Keough, een film over ontheemde native Americans geproduceerd door het Belgische Caviar. En in de nevensectie Un Certain Regard viel Les pires in de prijzen, een Franse sociale satire met Johan Heldenbergh in de hoofdrol. Ook Adil & Bilall lieten zich niet onbetuigd en mochten buiten competitie hun Rebel presenteren, een energieke maar overvolle oorlogsfilm over een jonge Molenbeekse moslim die in Syrië in het gruwelcircus van IS belandt.

Het moge duidelijk zijn: de tijd dat de lokale pretpers aan het hyperventileren moest slaan omdat er een halve Belg in een of andere nevencompetitie kon worden gespot, ligt achter ons. Hopelijk toch. Ja, het is een momentopname. Ja, het is een stuk toeval. En nee, met zijn beperkte middelen gaat de Belgische film de Amerikaanse, Franse of Japanse heus niet van de troon stoten, maar dat er zowel voor als achter de schermen veel filmtalent met internationale allure is, zal zelfs een verzuurde Hollander, of desnoods zelfs een minister van Cultuur niet kunnen ontkennen. On est chez nous. Toch dit jaar.

Het palmares

Gouden Palm Triangle of Sadness van Ruben Östlund.

Grand Prix Close van Lukas Dhont en Stars at Noon van Claire Denis.

Speciale Prijs voor de 75e verjaardag van CannesTori et Lokita van Jean-Pierre en Luc Dardenne.

Juryprijs EO van Jerzy Skolimovski en Le otto montagne van Felix van Groeningen en Charlotte Vandermeersch.

Beste actrice Zar Amir Ebrahimi voor Holy Spider.

Beste acteur Song Kang-ho voor Broker.

Beste regie Park Chan-wook voor Decision to Leave.

Beste scenario Boy from Heaven door Tarik Saleh .

Camera d’Or War Pony van Gina Gammell en Riley Keough.

Gouden Palm voor beste kortfilm The Water Murmurs van Story Chen.

Partner Content