Alex Van Warmerdam verklapt liefst zo weinig mogelijk over zijn tiende film

© Filip Van Roe
Dave Mestdach
Dave Mestdach Chef film van Knack Focus

‘Hoe pakken we dit nu aan?’ Alex van Warmerdam krabt zich in de grijze haren. ‘Ik wil niet dat men op voorhand te veel over de film weet, maar ik wil natuurlijk wel dat mensen komen kijken.’ De Hollandse meester van de grimlach – straks eregast op het filmfestival van Oostende – over zijn tiende film, Nr. 10.

Van Warmerdam werpt een peinzende blik door het raam van zijn schilderatelier in hartje Amsterdam. ‘Op de duur weet ik zelf niet meer wat ik wil. Die twist in het tweede deel, die op zich te belachelijk voor woorden is, is net de reden waarom ik Nr. 10 heb gemaakt, om te zien of ik zoiets kon.’

En wees gerust, in tegenstelling tot The Sixth Sense zijn de personages uit Nr. 10 wel degelijk nog onder de levenden. Maar zoals geen enkele film van Van Warmerdam ooit is wat hij lijkt te zijn – herinner u Abel (1986), De noorderlingen (1992), Borgman (2013) en ander licht absurd, met zachte grijns geserveerd vertier – zo is zijn tiende langspeler dat ook in geen geval. Wel is het zijn meest epische, met hollywoodiaanse special effects. Zijn radicaalste, met zijn plotwending van heb-ik-jou-daar. Én zijn duurste, met een budget van 4,3 miljoen euro en locaties in Nederland, Duitsland en België. ‘Al stellen de Belgische locaties eigenlijk Duitsland voor’, spuit Van Warmerdam nog wat extra mist.

Als acteur moet je alles willen spelen. Zelfs een Hollander.

Waar je het mee moet doen, in afwachting van de première op Filmfestival Oostende, waar Van Warmerdam ook de lifetime achievement award krijgt? Met de mededeling dat Nr. 10 begint als een woord voor woord en beeld voor beeld precies bemeten zedenkomedie over een theatergezelschap dat een stuk repeteert waarin een zekere Günther de hoofdrol heeft. Tenminste: tot de regisseur met dienst erachter komt dat Günther een affaire heeft met zijn vrouw, die eveneens meespeelt in het stuk. Daarop besluit de regisseur om de nochtans heel erg vergeetachtige acteur die hem over de ontrouw van zijn eega heeft getipt méér tekst en méér aandacht te geven, tot frustratie en onbegrip van Günther.

Ondertussen blijkt die laatste – een rol voor de Belgische Van Warmerdam-habitué Tom Dewispelaere – om onduidelijke redenen in de gaten gehouden te worden door zowel zijn eigen dochter, door een zwijgzame overbuur die verdacht veel op Gene Bervoets lijkt, als door een Duits katholiek genootschap dat kennelijk meer over zijn afkomst weet dan hijzelf – Günther werd als baby ooit in de Duitse bossen gevonden. En dan moet die bizarre bocht halverwege nog komen.

Het maakt dat we een enkele spoiler in dit interview met sterretjes ongedaan gemaakt hebben. Of geven we nog te veel prijs, meneer Van Warmerdam? ‘Je brengt me in verwarring. Ik kan toch niet bepalen wat een journalist mag schrijven? Anderzijds: de Nederlandse pers heeft zich keurig aan de afspraak gehouden om de clou niet te verklappen. Ik kan dus nu moeilijk tegen jullie Belgen zeggen: schrijf maar raak. Dat zou discriminatie zijn. Ik ben heel erg tegen discriminatie.’

Je discrimineert in elk geval geen Belgische acteurs, want net als in je vorige films duiken Tom Dewispelaere, Gene Bervoets en Jan Bijvoet in Nr. 10 op.

Alex van Warmerdam: Gene was de eerste die de kop opstak. In De laatste dagen van Emma Blank (2009) was dat. Later kwamen Tom en Jan erbij. Ik kies hen niet omdat ik een Vlaamse fetisj heb. Ik kies hen omdat ik hen uitstekende acteurs vind. Ik heb een aantal keren in Antwerpen met het toneelgezelschap Olympique Dramatique gewerkt, en daar leerde ik die Vlaamse acteurs kennen. Ik zoek telkens acteurs van wie ik voel dat ze connectie hebben met mijn manier van spelen en naar de wereld kijken. Soms zie ik een film van mezelf terug en denk ik: jeetje, dat is veel te theatraal. Te uitvergroot. Misschien vinden Vlaamse acteurs iets beter de balans, al vraag ik hen Hollandser te spreken dan normaal, wat sommigen verraad aan hun cultuur vinden. Stefaan Degand zei me: ‘Wat gaan mijn vrienden wel niet van me denken?’ Ironisch, natuurlijk. Maar ik schrijf nu eenmaal Nederlands, en geen Vlaams. Bovendien moet je als acteur alles willen spelen. Zelfs een Hollander. Het mag wel niet afleiden. Ik had er laatst nog een discussie over met een collega die zei dat hij het zo waardeerde dat iedereen in mijn films altijd zo netjes praat. Waarop ik zei: ‘Hoezo, netjes?’ Waarop hij: ‘Ja, héél erg netjes, en dat weet je best, Alex.’ (lacht)

'Waar vind je geen botsende ego's? Waar doet men niet aan overspel?'
‘Waar vind je geen botsende ego’s? Waar doet men niet aan overspel?’

Je acteert doorgaans zelf in je films, maar dit keer niet.

Van Warmerdam: Het was te veel gedoe. Met al die locaties, die draaischema’s, die decors en met – hoe heet dat? – computer-generated images. Welke letters zijn dat? (neemt pen en papier) C-g-i. Hadden ze geen afkorting kunnen kiezen die lekkerder bekt? Ik heb vier jaar aan Nr. 10 gewerkt, wat veel langer was dan voorzien. De opnames in Nederland zaten er al op toen bleek dat we geen geld uit Duitsland en van Eurimages zouden krijgen. Daarop hebben ik en mijn favoriete artdirector Geert Paredis – ook een Belg trouwens – alles opnieuw moeten bedenken, en simpeler houden. De Duitsers moesten plots door Belgen gespeeld worden en Belgische bossen moesten voor Duitse doorgaan. Ik kan je verzekeren, het ene bos is het andere niet. Gelukkig was ik een weekendje op vakantie in de Hoge Venen geweest, dus wist ik: daar hebben ze ook van die akelige donkere bossen met bomen als lantaarnpalen. Duitse bossen. Uiteindelijk is alles gelukt, maar simpel was het niet.

Wat was het vertrekpunt? Die bizarre wending in het midden?

Van Warmerdam: Wat als je halverwege het verhaal iets totaal absurds naar binnen gooit, maar dat met uitgestreken gezicht doet en je de kijker laat meegaan met een personage dat evenmin op die wending voorbereid is? Wat zou zo’n schokeffect teweegbrengen? Dat vroeg ik me af. Daarnaast had ik altijd al de fantasie om mijn vrouw Annet (Malherbe, die naast actrice ook zijn assistente is, nvdr.) een jaar lang stiekem met een camera te volgen, om daar dan een filmpje voor haar verjaardag van te maken. Niet in de hoop dat ze iemand vermoordt, maar gewoon om haar iets leuks en origineels te presenteren. Vandaar dat Günther in de film door zijn dochter wordt gevolgd, vanuit datzelfde idee, al komt van het een het ander en blijkt hij door meerdere mensen te worden geschaduwd. Bovendien had ik tijdens het schrijven een paar dagen na elkaar dezelfde droom over de Dom van Keulen, dus moest Günther wel een Duitser zijn. Ik heb vaker van die seriële dromen. Alsof ik ’s nachts in een Netflixserie beland, al houdt het na vijf, zes afleveringen gelukkig op.

Ik weet ook wel dat mensen op straat niet zo praten, maar die mensen praten op straat en niet in mijn film.

Ondanks al die motieven heet de film droogweg Nr. 10. Waarom precies?

Van Warmerdam: Er kwam niks beters. Ik vond niks wat de lading dekte. Misschien omdat de lading zo raar is. Daarom heb ik het bij de werktitel gehouden. De eerste werktitel was trouwens 133, dus daar hadden we ook weinig aan. Tien is een cijfer dat blijkbaar bepaalde connotaties oproept, al heb ik daar zelf nooit aan gedacht. In het voetbal is het het nummer van de spelverdeler, van hij die alles bepaalt. Daar zou je iets symbolisch in kunnen lezen. Je kunt ook denken aan Downing Street 10. Achter die deur gebeuren duidelijk ook vreemde dingen.

Eigenlijk is je film nummer tien en nummer elf tegelijk.

Van Warmerdam: Misschien was ‘Tien en een half’ een betere titel geweest, naar analogie met Fellini’s Otto e mezzo. Zouden mensen heel cinefiel gevonden hebben. Of pretentieus. (lacht)

Het eerste deel speelt zich af in het theatermilieu, waarin je zelf bent opgegroeid: je vader was toneelmeester en zelf ben je midden jaren zeventig als acteur, schrijver en regisseur in het theater begonnen.

Van Warmerdam: Günther moest een beroep hebben, dus dacht ik: ik blijf maar best dicht bij huis. Anders moet ik nog research doen. Het zou best kunnen dat het een accurate, lichtjes uitvergrote weergave is van het theatermilieu. Maar waar vind je geen botsende ego’s? Of waar doet men niet aan overspel? Daarvoor hoef je heus niet naar het theater.

De keurige manier waarop de personages praten, de donkerkomische ondertoon en de rigide beeldtaal noemt men wel eens ‘vanwarmerdamiaans’. Hoe zou je die term zelf uitleggen?

Van Warmerdam: Absurd. Droog. Theatraal. Dat zijn de woorden die het vaakst in recensies opduiken, en dat zie ik zelf ook allemaal wel, maar het is niet zo dat ik daar bewust naar op zoek ga. Integendeel. Op zich is het een compliment, maar op een gegeven moment wordt zoiets een dreun. Elke keer denk ik: nu wordt het anders, maar dan blijk je toch weer aan jezelf vast te zitten. Of journalisten zien dat zo, hoewel ik met Borgman en nu met Nr. 10 toch bewust andere territoria ben binnengestapt. Vandaar dat ik nooit een brede publieksfilm of een pure genrefilm zou kunnen maken. Omdat je je dan aan allerlei strenge wetten moet houden, en zo werkt mijn brein niet. Ik hou er wel van om te spelen met genre-elementen. Borgman was deels een bovennatuurlijke thriller. Schneider vs. Bax (2015) was een western in de polders.

Alex Van Warmerdam verklapt liefst zo weinig mogelijk over zijn tiende film

Ook kenmerkend is je verzorgde, vormelijke stijl, die eigenlijk heel on-Hollands is. Of zie je dat anders?

Van Warmerdam: Ik kom uit de toneelwereld, dus let ik op taal. Het ritme moet goed zitten, de zinnen moeten correct zijn. Ik weet ook wel dat mensen op straat niet zo praten, maar die mensen praten op straat en niet in mijn film. Bovendien kijk ik frontaal en bijna nooit close, alsof het beeldkader de bühne is. Dat heb ik ook vast uit het theater gehaald. Ik vind het te dwingend om acteurs dicht op de huid te zitten. Dat zit niet in mijn motoriek. Als Sergio Leone zoiets doet, vind ik dat geweldig. Als ik het doe, vind ik het raar. Onkies. Koen Mortier zei me: jij maakt altijd vierkante films. Ik heb toen niet eens gevraagd wat hij bedoelde, omdat ik wist dat hij gelijk had. Het is een schilderkunstige manier van werken, terwijl in de Nederlandse film alles realistisch moet zijn. Er moet op échte locaties worden gefilmd. Emoties moeten écht zijn. Waarom weet ik niet. In mijn schilderijen laat ik ook vaak dingen weg of voeg ik dingen toe. Niet om per se controle over alles te houden, maar gewoon: omdat het juist voelt en omdat ik dat mooi vind.

Nr. 10 is je duurste film en de recensies waren opnieuw lovend, maar toch was het geen kassucces in Nederland.

Van Warmerdam: Wat moet dat worden in België, waar mijn films voor geen meter lopen en hooguit duizend toeschouwers halen? Misschien moet je toch maar schrijven dat er een ****** in voorkomt. (lacht) Nu goed, het een en ander heeft naar verluidt te maken met het feit dat er in België niet zoveel filmhuizen zijn als in Nederland, en in de megaplexen heb ik voor de liefhebbers van James Wick of hoe heet die weinig te zoeken met mijn rare films. Nr. 10 zat in Nederland geklemd tussen James Bond en Dune, die de meeste schermen in beslag namen. We moesten het stellen met één tijdslot, waardoor we op 35.000 entrees geëindigd zijn, wat voor mijn doen erg weinig is. Vandaar dat mijn broer Marc, die mijn producent is, zei: ‘Had toch gewoon gezegd dat het een ******film is. Mensen zouden gezegd hebben: het zal toch niet waar zijn! Dat moet ik zien.’ (lacht)

Quentin Tarantino kondigde aan dat hij er na tien films mee ophoudt. Moeten we bij jou voor hetzelfde scenario vrezen?

Van Warmerdam: Ik wist niet dat Tarantino dat had gezegd, dus dat vond ik heel erg vervelend. Ik mag dan al een paar jaar officieel met pensioen zijn en een uitkering krijgen: aan stoppen denk ik nog lang niet. Ik wil heel graag een elfde film maken, maar in het mapje ‘Nr. 11’ op mijn computer vind je voorlopig alleen maar losse ideetjes. Bovendien heb ik nog andere dingen. Naar mijn gevoel ben ik als schilder, wat ik als kind al wilde worden, zelfs nog maar net begonnen.

Nr. 10

Vanaf 9/3 in de bioscoop. De film gaat de avond voordien in première op het Filmfestival Oostende, dat ook enkele van Van Warmerdams vorige films vertoont. Alle info: filmfestivaloostende.be

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Alex van Warmerdam

69-jarige acteur, regisseur en muzikant uit het Nederlandse Haarlem.

Studeert grafische kunsten aan de Rietveld Academie.

Richt in 1974 toneelgezelschap Orkater op, dat furore maakt met zijn mix van absurdisme, bijzondere beelden en dwarse popmuziek.

Maakt sinds midden jaren tachtig ook ‘vanwarmerdamiaanse’ grimlachfilms, waaronder Abel (1986), De noorderlingen (1992), Ober (2006) en Borgman (2013).

Tevens een begenadigd schilder en installatiekunstenaar. In 2018 presenteerde filmmuseum Eye de overzichtsexpo L’histoire kaputt.

Partner Content