Voor wie geen idee heeft waar we het over hebben: Eén zond eind vorige maand onder de noemer Lockdown twaalf kortfilms uit opgenomen in de bezoekersruimte van een gevangenis. Het was de laatste in de reeks, Het slachtoffer van Michaël R. Roskam, die achteraf met de aandacht ging lopen. Met dank aan de hoofdrolspeler: Antoine Princen, een volstrekt onbekende acteur met een pokdalig gezicht, diepe littekens en een dik West-Vlaams accent. In interviews had Roskam verteld dat Princen een ex-gevangene met acteerambities was die hij in de gevangenis van Oudenaarde had leren kennen tijdens zijn research voor Le fidèle. 'Werken met Antoine kwam goed uit. De rol was hem een beetje op het lijf geschreven. Hij moest niet volledig in de huid van iemand anders kruipen', zei Roskam over de casting in Het Belang van Limburg. Alleen: Antoine Princen leek op en klonk wel heel hard als Matthias Schoenaerts, met wie Roskam voor al zijn langspeelfilms heeft samengewerkt. Als in: te hard om toeval te zijn.
...

Voor wie geen idee heeft waar we het over hebben: Eén zond eind vorige maand onder de noemer Lockdown twaalf kortfilms uit opgenomen in de bezoekersruimte van een gevangenis. Het was de laatste in de reeks, Het slachtoffer van Michaël R. Roskam, die achteraf met de aandacht ging lopen. Met dank aan de hoofdrolspeler: Antoine Princen, een volstrekt onbekende acteur met een pokdalig gezicht, diepe littekens en een dik West-Vlaams accent. In interviews had Roskam verteld dat Princen een ex-gevangene met acteerambities was die hij in de gevangenis van Oudenaarde had leren kennen tijdens zijn research voor Le fidèle. 'Werken met Antoine kwam goed uit. De rol was hem een beetje op het lijf geschreven. Hij moest niet volledig in de huid van iemand anders kruipen', zei Roskam over de casting in Het Belang van Limburg. Alleen: Antoine Princen leek op en klonk wel heel hard als Matthias Schoenaerts, met wie Roskam voor al zijn langspeelfilms heeft samengewerkt. Als in: te hard om toeval te zijn. En er waren nog meer onregelmatigheden. Behalve over een Franse elektricien was er niets op het web terug te vinden over Antoine Princen. De directeur van de gevangenis van Oudenaarde leek zelf van niets te weten en vroeg zich in Het Belang van Limburg af of het niet gewoon Matthias Schoenaerts was. De naam zelf leek dan weer een verwijzing naar Antoine de Saint-Exupéry's Le petit prince: op negenjarige leeftijd speelde Schoenaerts zijn eerste rol in een toneelversie van die novelle. Is Antoine Princen eigenlijk Matthias Schoenaerts met een gezichtsmasker? De Morgen nam contact op met Roskam en Schoenaerts, die beiden ontkenden. 'Ik heb op de set alleen Antoine Princen gezien', zei Roskam. 'Ik heb Antoine Princen gecoacht, dat wel. Maar ik speel niet mee in de film', liet Matthias Schoenaerts weten. Het gebrek aan internetsporen kwam dan weer 'omdat hij na zijn vrijlating een nieuwe identiteit heeft gekregen om een nieuw leven uit te bouwen', aldus Roskam. Ofwel was het dus Matthias Schoenaerts met veel schmink en een West-Vlaams accent. Ofwel loopt er een mysterieuze ex-gevangene rond met de fysiek van Matthias Schoenaerts, het stemtimbre van Matthias Schoenaerts en het acteertalent van Matthias Schoenaerts over wie niets terug te vinden is omdat hij een geheime identiteit heeft gekregen en zit de directeur van de gevangenis mee in het complot. Roskam en Schoenaerts zijn er mee aan het rammelen. Voor hun inspiratie hoef je het alvast niet ver te zoeken: Tilda Swinton, die met Schoenaerts in Luca Guadagnino's A Bigger Splash zat, deed het hem drie jaar geleden al eens voor. In 2018 verscheen de remake van Suspiria, ook al in een regie van Guadagnino. Swinton speelde daarin een prominente rol als Madame Blanc, maar het was de obscure Duitse acteur Lutz Ebersdorf die alle aandacht wegkaapte. Geen professionele acteur, zo lieten de makers weten, maar een voormalige psychoanalist die zijn acteerdebuut maakte. Hij speelde Josef Klemperer, niet toevallig een psychoanalist in de film. Al van bij de eerste screenings vroegen kijkers zich af of Ebersdorf niet gewoon Swinton was. Ebersdorf had zijn eigen IMDb-pagina, maar die was verdacht gedetailleerd voor een onbekende acteur. Ebersdorf was niet bij de première in Venetië: in plaats daarvan las Swinton een brief voor in zijn naam. Plus: Ebersdorf léék op Swinton. 'Fake news', zei Guadagnino. Gevraagd of zij Klemperer was, bleef Tilda Swinton maandenlang ontkennen: 'Lutz Ebersdorf speelt Josef Klemperer.' Tot een snuggere journalist van The New York Times een andere vraag stelde: 'Speel jij Lutz Ebersdorf?' Het antwoord: 'Ja.' Swinton speelde niet het personage Josef Klemperer. Ze speelde de acteur Lutz Ebersdorf die het personage Josef Klemperer speelde. Dat is blijkbaar een verschil. (Misschien moet iemand Matthias Schoenaerts eens vragen of hij Antoine Princen speelt. Niet of hij de hoofdrol speelt. Niet of hij Antoine Princen is. Niet of hij op de set was. Maar of hij Antoine Princen spéélt. Semantiek doet er blijkbaar toe bij dit soort gevallen.) Swinton leek het ook te menen, zo bleek achteraf. Voor de opnames van Ebersdorf van start gingen, bracht ze vier uur in de make-upstoel door en op de set bleef ze te allen tijde in character als Ebersdorf: verschillende acteurs hadden pas ná de opnames door hoe de vork in de steel zat. Ebersdorfs IMDb-pagina was door haar persoonlijk geschreven en voorzien van een valse headshot met snor. En om de een of andere reden had ze aan het make-updepartement gevraagd om een prothetische penis te voorzien, die ze tijdens de opnames droeg. 'Ze liet ons een penis en ballen maken', aldus make-upartiest Mark Coulier. 'Zodat ze die kon voelen bengelen in haar broek.' Dat laatste was raar. Mocht u zich afvragen waarom: 'For the sheer sake of fun', schreef ze aan The New York Times. Al had Guadagnino, niet de mínst pretentieuze regisseur, nog een andere reden. In een film waarin nauwelijks mannenrollen zaten, vond hij het belangrijk dat ook Klemperer 'een kern van vrouwelijkheid' had. Daarnaast bleek Swinton stiekem nog een derde rol te hebben: ook onder de lagen schmink van de stokoude Mother Markos, een ander mysterieus personage, zat Swinton. Wat betekende dat Swinton drie versies van zichzelf speelde. 'De film gaat over psychoanalyse, dus hield het steek dat Swinton het ego, het superego en het id speelde.' Zoals gezegd: niet de mínst pretentieuze regisseur. Genoeg redenen waarom acteurs zich in een film verstoppen. Aangezien de Screen Actors Guild eist dat acteurs een bepaald salaris betaald wordt als ze op de credits staan, durven ze al eens onofficieel op te duiken om een bevriende regisseur te helpen. (Een gemaskerde Cate Blanchett in Hot Fuzz.) Soms worden ze gewoon in de credits vergeten. (James Earl Jones, de stem van Darth Vader, in Star Wars.) Vaak is het een grap. (Matt Damon in Deadpool 2.) Maar meestal is het een manier om wat mysterie aan een rol toe te voegen. Iets wat trouwens zelden lang vol te houden valt. Als het al niet vlakaf mislukt, zoals in het geval van Gary Oldman in Hannibal.Sowieso is Oldman al niet de meest herkenbare acteur. De Man van Vele Gezichten speelde Churchill in The Darkest Hour, Lee Harvey Oswald in JFK en graaf Dracula in Bram Stoker's Dracula, maar het is pas als we 'commissaris Gordon in The Dark Knight' zeggen, dat de meeste mensen een kop op zijn naam kunnen plakken. De film waarin hij zich het diepst heeft weggestoken was evenwel Hannibal, de sequel van The Silence of the Lambs, waarin hij Mason Verger speelt: een steenrijke pedoseksueel en het enige slachtoffer van Hannibal Lecter dat het kon navertellen. Zij het dan verlamd en half opgegeten: Verger mist lippen, wangen en oogleden. Oldman wilde aanvankelijk een prominente credit, maar toen hij die niet kreeg, gooide hij het over een andere boeg: hij wilde de rol enkel anoniem spelen. Zonder credit. Zonder herkenbaar gezicht. Zonder persaandacht. Spijtig genoeg had een producer vóór de opnames al meegedeeld dat hij in de film zou zitten, wat tot de ietwat belachelijke situatie leidde dat iedereen wist dat Gary Oldman onder de schmink zat, maar niemand het mocht bevestigen. Eindresultaat: Hannibal is een van de weinige films waarvan we weten dat Oldman er wél in zat. Allicht de gastrol van The Simpsons waar al het meest over te doen is geweest. In Stark Raving Dad, de eerste aflevering van het derde seizoen, belandt Homer in een psychiatrische instelling, waar hij een gezette, kale, witte man leert kennen die zichzelf niet alleen als Michael Jackson voorstelt, maar ook exact als Michael Jackson praat. Homer neemt hem mee naar huis, waar de man samen met Bart Happy Birthday Lisa zingt. Pas aan het einde geeft hij toe dat hij niet de echte Michael Jackson is, maar wel Leon Kompowsky, een metselaar uit New Jersey. Aangezien The Simpsons toen al enige reputatie had inzake gastrollen, ging iedereen ervan uit dat de stem die van de echte Michael Jackson was. Tot de aftiteling begon en niet zijn naam verscheen, maar wel die van John Jay Smith. De makers weigerden achteraf te bevestigen wie de stem was, waarna het mysterie doorheen de jaren negentig bleef voortleven als een onopgehelderde fantheorie. Bijna een decennium later werd het volledige verhaal pas uit de doeken gedaan. De stem was wel degelijk die van Michael Jackson. Jackson, een grote fan van The Simpsons, had zichzelf aangeboden, maar wel met een aantal aparte voorwaarden. Hij wilde als John Jay Smith op de aftiteling prijken. (Niemand wist waarom.) Hij wilde absoluut een nummer met Bart maken, zijn favoriete personage, maar hij wilde het niet inzingen, vermoedelijk vanwege contracten met zijn platenmaatschappij. ( Happy Birthday Lisa is ingezongen door een imitator die Jackson zelf had ingehuurd.) En verder mocht niemand de makers bevestigen dat hij het was. Resultaat: de gastrol der gastrollen moest jarenlang geheim blijven. Vandaag heeft de aflevering overigens een opmerkelijk status om een heel ándere reden: in de nasleep van de docu Leaving Neverland is het de enige aflevering van The Simpsons die niet in het archief van Disney+ zit. Een scène uit The Force Awakens die u zich misschien nog herinnert: wanneer Rey gevangengehouden wordt in de vijandelijke basis, probeert ze een Jedi mind trick op de stormtrooper die de wacht houdt. (Een knipoog naar de 'These aren't the droids you're looking for'-scène uit de eerste Star Wars.) 'Je gaat deze boeien losmaken en de cel verlaten met de deur open', zegt Rey. 'Ik zal je boeien aanspannen, aasetend tuig', antwoordt de stormtrooper. Pas bij haar tweede poging werkt The Force en doet de stormtrooper wat ze zegt: 'Ik zal deze boeien losmaken en de cel verlaten met de deur open.' De stormtrooper in kwestie? Daniel Craig. Als in: James Bond. Maanden voor de release waren er al geruchten opgedoken dat Craig een cameo in de film had, maar de acteur zelf bleef ontkennen. 'Waarom zou ik zoiets doen? Fucking hell! Pfft. Een figurant spelen in een andere film', was zijn antwoord. Tot hij kort na de release dan toch zijn aanwezigheid als Stormtrooper FN-184 bevestigde. De reden was overigens vrij banaal. Enkele honderden meters van waar The Force Awakens in de Britse Pinewood Studios werd opgenomen, zat Craig in de opnames van Spectre. 'He did it for shits and grins', zei een insider daar later over. (Dat is vuil Engels voor: 'Hij deed het voor de grap.') Blijkt overigens dat Star Wars er een sport van heeft gemaakt om bekende koppen onder een stormtrooperhelm te verstoppen. In The Last Jedi en The Rise of Skywalker alleen al mochten onder meer prins William, prins Harry, Tom Hardy en Ed Sheeran hun opwachting maken. Zelfs Nigel Godrich, producer van Radiohead, zit om de een of andere reden in The Force Awakens: hij is de stormtrooper die na een uur en zevenentwintig minuten aan de lift 'Hey!' roept en prompt wordt neergeschoten wordt. Inzake volstrekt nutteloze trivia waar we toch blij van worden is dat een pareltje. Een buitenbeentje in het rijtje, maar een te goed verhaal om níét te vertellen. Blijkt namelijk dat het 62 jaar lang niet geweten was wie de stem van de jonge Bambi was. U moet weten: omdat Disney de magie niet wilde verbreken, kregen de stemacteurs van de eerste vier lange Disney-animatiefilms geen credit op de aftiteling. Zo goed als alle acteurs maakten in de loop der jaren bekend welke stemmen ze verzorgd hadden. Behalve eentje: niemand kwam zich melden om te zeggen dat hij het was die 'Mother!' riep in de meest trieste scène uit eenieders jeugd. Pas in 2004 wist een filmhistoricus de stem van de jonge Bambi op te sporen: het was de toen zeventigjarige Donnie Dunagan, een voormalige kindster. Een man met een specifieke reden om zijn verleden geheim te houden. Dunagan had op zijn vijfde Bambi ingesproken en had als gezicht gediend voor de gelaatsuitdrukkingen van de animatie. Maar nadat zijn ouders overleden waren, had hij een ander carrièrepad gekozen: op zijn achttiende schreef hij zich in bij de mariniers. Na drie passages in Vietnam, drie Purple Hearts en een Bronze Heart werd hij drilinstructeur voor nieuwe troepen. Wat meteen ook de reden was voor zijn stilzwijgen: hij was bang dat de frêle Bambi op zijn autoriteit zou afstralen. Jazeker: Dunagan hield zijn verleden zestig jaar lang geheim uit angst om 'major Bambi' genoemd te worden. Toegegeven: major Bambi, het blijft wel hangen. Pas na zijn pensioen durfde hij er openlijk voor uit te komen. Ondertussen lijkt hij zich er ook mee verzoend te hebben. 'Ik heb een paar gaten in mijn lichaam die niet van God komen. Ik ben door mijn linkerknie geschoten. Ik heb een medaille of twee gekregen omdat ik levens gered heb. Maar zelfs als ze mij aangesteld hadden als adjudant van het Witte Huis, dan nog had het geen verschil gemaakt: het is Bambi waar mensen om geven.'