Naast het voetbalveld staat een man met een plastic bekertje bier in de hand. Hoe het voelt om man te zijn, wil documentairemaakster Sunny Bergman van hem weten. Echt veel zin om te communiceren heeft de man niet. Hij kijkt de vrouw achter de camera aan en beslist zijn provocerende kant te tonen. 'Het is al redelijk ver doorgeslagen. Kijk naar jezelf. Je hebt toch je plekkie verworven?'

Het is een hardnekkig idee geworden, dat de man in onze samenleving onder druk staat. Dat hij niet meer zichzelf mag zijn. Als je foto's van regeringen of toppen van wereldleiders bekijkt, zie je daar meestal niet veel van. De man is er prominent aanwezig, hij deelt er schouderklopjes uit of steekt twee duimen in de lucht. Het universele teken dat alles zeer kits is achter de rits.

Het is een hardnekkig idee geworden, dat de man in onze samenleving onder druk staat. Dat hij niet meer zichzelf mag zijn.

Maar de geruchten zijn uiterst hardnekkig. Sunny Bergman waagt zich dus aan een zoektocht naar de man en zijn probleem, als er al een is. Ze praat erover met haar eigen man, met haar buurman, met de zoon van de buurman, ze bezoekt therapeutische mannengroepen waar al eens geknuffeld wordt. 'Vrouwen houden het een beetje in stand', zegt haar eigen man. 'Op haantjes vallen en dan klagen dat mannen klootzakken zijn.' Bergman wil hem filmen terwijl hij de was opvouwt. Maar dat wijst hij af.

Wat is dat toch met mannelijkheid, dat het zo poreus is dat het dreigt af te brokkelen als je een laken opplooit, je nagels lakt of achter een naaimachine zit?

Even later zal ook de nieuwste mannengoeroe, de Canadees Jordan Peterson, beweren dat de traditionele mannelijkheid onder vuur ligt, en dat dat spijtig is, want dat net die traditionele mannelijkheid eeuwenlang onze rots in de maatschappelijke branding was. In het publiek knikken heel veel jonge mannen zo hard met hun hoofd dat je zou vrezen voor blijvende hersenschade. Het gekke is: er is weinig wetenschappelijke, laat staan historische grond voor de beweringen waarmee Peterson zijn revolte van de mannelijkheid schraagt.

Wie naar Man Made kijkt, raad ik aan als bijsluiter Wijvenwereld te lezen. Een historisch onderbouwde blik op de rol en de positie van de vrouw in de middeleeuwen, die duizendjarige periode waarvan we blijven geloven dat er nauwelijks iets gebeurde dat de moeite waard was. Maar kijk, de vrouw had er evenveel of even weinig rechten als de man. Wie een beetje in de geschiedenis graaft, komt er al snel achter dat wat wij als mannelijk of vrouwelijk bestempelen meer zegt over de gevestigde orde van die tijd dan over het werkelijke verschil tussen mannen en vrouwen.

Wat is dat toch met mannelijkheid, dat het zo poreus is dat het dreigt af te brokkelen als je een laken opplooit?

Dat het allemaal toch 'based on science' is, roept een jonge student die het boek van Peterson als een knuffelbeer tegen het hart drukt. Voor Bergman alvast een uitnodiging om wat dieper in die wetenschap te duiken. Zijn de hersenen van mannen en vrouwen anders bedraad? Bepaalt de hoeveelheid testosteron in een mannenlijf de graad van mannelijkheid? Het is het sterkste deel van de documentaire, omdat Bergman er over de anekdotiek springt. Zij en haar man laten een scan maken van hun hersenen en groepjes van telkens drie balletdansers, queer-artiesten, verplegers, politieagenten, rugbyspelers en advocaten laten hun testosteron testen.

Wat blijkt? Hersenen van mannen en vrouwen zijn niet van elkaar te onderscheiden en zijn even menselijk. Maar ook de logisch klinkende correlaties tussen testosteron en libido of testosteron en onversneden mannelijkheid zijn nauwelijks hard te maken. Als Man Made één ding aantoont, is het alvast dat mannelijkheid gestut wordt door een flinke portie vooroordelen. Het woord 'brainwashing' valt zelfs. Misschien gaat het ook niet zozeer over meer mannelijk of vrouwelijk, maar helpen we met wat meer menselijkheid iederéén vooruit?

Man Made

Maandag 8/4, NPO1, ook te zien op www.vpro.nl