Ooit leek sciencefiction in films en op tv vooral iets van het heelal. Het ging over onontdekte werelden ver voorbij de vertrouwde melkweg, over bizarre wezens op al even bizarre planeten. Ondertussen is het onderwerp steeds vaker dit ruimtelijke brokstuk, de aarde, waarop de mens zich ontpopt heeft tot een verrassend succesvolle soort, zo succesvol dat ze op z'n minst eigenaardige trekjes vertoont die men op andere planeten niet of nauwelijks gevonden heeft. Sciencefiction is ook op de beeldbuis huiswaarts gekeerd, waarbij de vervreemding van het vertrouwde komt.
...

Ooit leek sciencefiction in films en op tv vooral iets van het heelal. Het ging over onontdekte werelden ver voorbij de vertrouwde melkweg, over bizarre wezens op al even bizarre planeten. Ondertussen is het onderwerp steeds vaker dit ruimtelijke brokstuk, de aarde, waarop de mens zich ontpopt heeft tot een verrassend succesvolle soort, zo succesvol dat ze op z'n minst eigenaardige trekjes vertoont die men op andere planeten niet of nauwelijks gevonden heeft. Sciencefiction is ook op de beeldbuis huiswaarts gekeerd, waarbij de vervreemding van het vertrouwde komt. Black Mirror slaagde er al in het alledaagse op fascinerende wijze bevreemdend te maken. Maniac doet dat ook, maar rekt de vervreemding nog wat op en trekt die bijna obsessioneel door tot in de kleinste details. In het New York waar deze miniserie zich afspeelt, staat ondertussen een 'Statue of Extra Liberty'. Wie geen geld heeft om een koffie of metroticket te betalen, kan kiezen voor een Ad Buddy. De hele weg naar huis, of de tijd waarin je je koffie drinkt, zit er een man of vrouw naast je die je op maat geschreven advertenties in het oor fluistert. De wereld van Maniac voelt daarbij zowel nostalgisch als futuristisch aan. De computers zijn, met die groene letters die op bolle schermen flikkeren, in een vergeten gleuf in de tijd blijven steken. En ja, de ticketautomaat praat nu tegen jou. Maar in de toekomst volgens Maniac zijn het minder de robots die het verschil maken, maar veeleer het verdwijnen van de privacy, het uiteenvallen van wie we zijn. Het lijkt alsof er nergens nog een muur is waarachter men kan schuilen. De rode draad van Maniac is snel verteld. Owen Milgrim (Jonah Hill) en Annie Landsberg (Emma Stone) zijn elk op hun manier op de pechstrook van de samenleving beland. Op vele vlakken missen ze de aansluiting met het leven dat iedereen om hen heen zo makkelijk lijkt te leiden. Als vijfde zoon van een schatrijke zakenfamilie is Owen uit het nest van voorgekookt succes gevallen. Hij worstelt met waanbeelden, krijgt te horen dat hij uitverkoren is en de wereld moet redden. De maïskorrels die hij voor de duiven aan zijn voeten strooit, veranderen voor zijn ogen in popcorn. Ja, regisseur Cary Fukunaga, die eerder het eerste seizoen van True Detective draaide, heeft van Maniac een visueel verbluffend spektakel gemaakt. En dan is er Annie. De weerhaken die de littekens in haar hart en ziel hebben geslagen, blijven tot de tweede aflevering buiten beeld. Maar ook zij snakt op de een of andere manier naar verlossing, naar een leven voorbij het beleefde leed. Onafhankelijk van elkaar geven Owen en Annie zich vrijwillig op voor een medisch experiment waarbij gezocht wordt naar het einde van de pijn. Het is, volgens de nasale stem van de commentator die ook de wat geschifte arts blijkt te zijn, de volgende en noodzakelijke stap in de evolutie van de mens. Pijnvrij zijn. Wat natuurlijk faliekant mislukt. Maniac is op vele manieren beklijvend. Er is het ingehouden acteerwerk van Stone en Hill: ze trekken geen wenkbrauw te hoog op, bijten geen seconde te lang op de lippen, alles is afgemeten, robotmatig precies. Er zijn de nauwgezet en haarfijn uitgewerkte decors, van de bijenraten in het testlab waarin ze moeten slapen over de barokke overvloed van Owens ouderlijke huis tot het hok dat hij zijn appartement noemt en waarin hij iets wat op eten lijkt, oplepelt terwijl hij naar een opname van zijn laatste therapeut staart. En er is de onderhuidse, overal aanwezige humor. Die laatste zorgt ervoor dat je Maniac in grotere dosissen verdraagt dan het meestal gitzwarte Black Mirror. En toch, de herkenbaarheid van Maniac kruipt bij momenten zo onder de huid dat de sciencefiction lang niet altijd fictie lijkt maar een niet eens zo ondenkbare werkelijkheid.