'De eerste Belgische komiek waar ik om kan lachen moet nog geboren worden.' De poelier was ernstig genoeg toen hij het zei. Toch is dat wat Philippe Geubels nu probeert: Nederlanders aan het lachen brengen door om hen te lachen. Op zijn Geubels' natuurlijk. Een beetje prikkelend en uitdagend, maar nooit zo vlijmscherp dat mensen ongemakkelijk op hun stoelen beginnen te schuifelen. Geubels heeft voor zichzelf een veilige zone afgebakend. Hij jongleert met gekende clichés, speelt in op de geijkte rollenpatronen en kietelt aan maatschappelijke gevoeligheden zonder het onderwerp van spot echt voor het hoofd te stoten. Geubels is een beetje de CD&V onder de komieken.
...

'De eerste Belgische komiek waar ik om kan lachen moet nog geboren worden.' De poelier was ernstig genoeg toen hij het zei. Toch is dat wat Philippe Geubels nu probeert: Nederlanders aan het lachen brengen door om hen te lachen. Op zijn Geubels' natuurlijk. Een beetje prikkelend en uitdagend, maar nooit zo vlijmscherp dat mensen ongemakkelijk op hun stoelen beginnen te schuifelen. Geubels heeft voor zichzelf een veilige zone afgebakend. Hij jongleert met gekende clichés, speelt in op de geijkte rollenpatronen en kietelt aan maatschappelijke gevoeligheden zonder het onderwerp van spot echt voor het hoofd te stoten. Geubels is een beetje de CD&V onder de komieken. Echt te ver gaat hij nooit en dat maakt hem heerlijk aaibaar, maar ook enigszins voorspelbaar. Als hij het heeft over Hollanders en geld, dan moet hij het natuurlijk hebben over Hollanders en hun eventuele gierigheid. Of zuinigheid. Of vrekkigheid. Of inhaligheid. Het aantal synoniemen in het Nederlands lijkt eindeloos, merkt hij op, maar Vlamingen hebben er maar één woord voor. 'Nederlanders', antwoordt de zaal unisono. Waarna men even unisono in lachen uitbarst. En daarmee is de toon van het programma zowat gezet. In de zaal grabbelt Geubels uit de ton met anekdotes die zijn waarmerk zijn geworden. Er zijn de supermarktmoppen, de moppen over zijn vrouw waarin hij uiteindelijk het onderspit delft, de moppen over stakende prostituees en de voorzichtige moppen over halalspaarvarkens en een zwarte markt die nu roetveegmarkt heet. Onderhoudend, jawel. Minstens zo onderhoudend zijn de honderd Nederlanders aan wie allerlei vragen werden voorgelegd. Al blijken het er bij nadere telling 97 te zijn, plus drie bekende Vlamingen die er ooit in slaagden bekendheid te verwerven aan de andere kant van de grens. Aan Nederlandse zijde hebben ze een interessant allegaartje bij elkaar verzameld. De poelier vermeldde ik al, maar ook een pornoactrice op rust, een lokale schoonheidskoningin, een weervrouw, een mental coach die steevast zijn zegje doet op het golfterrein, een politietrainer, een bassist met een onverstaanbare lokale tongval die dan ook - best grappig - met vraagtekens ondertiteld wordt. Je hoopt alvast dat dit gewoon een kleurrijk staal is en niet zozeer een perfecte doorsnede van de Nederlandse bevolking. Maar het moet gezegd: de korte gesprekjes zijn het grappigste deel van het programma. Met zichtbaar genoegen vertelt de mental coach hoe hij een slaatje slaat uit het boeken van een hotelkamer. Een vrouw buldert van het lachen wanneer ze het heeft over een 'ongelooflijke deal' die ze gemaakt dacht te hebben, tot bleek dat ze de wisselkoers verkeerd had berekend en voor tweehonderd euro thee had gekocht. Een man glundert dat zijn vriend zelfs afdingt in de Media Markt, want het is toch een markt? De pretentieloze zelfspot is heerlijk ontwapenend. Iedere aflevering doet Geubels ook iets met zijn bff Erik Van Looy. Dit keer experimenteren ze met het gegeven van de rommelmarkt, volgens Geubels een favoriet tijdverdrijf van de gemiddelde Nederlander omdat die er kan opgaan in zijn andere favoriete bezigheid: zaakjes doen. Van Looy en Geubels gaan voor de Nederlandse ervaring in het kwadraat. Wat ze hier en daar gratis krijgen, van Luikse wafels tot een boek over boten, verkopen ze door met winst. Je zou denken dat je naar een recente remake van een oud filmpje van Laurel en Hardy zit te kijken. Positief bekeken wil dat zeggen dat de humor van Geubels iets van een evergreen heeft. Even vaak is het synoniem met de perfecte middelmaat waar niemand echt wakker van ligt.