Zestig, zeventig jaar geleden waren de Vlamingen het over twee zaken roerend eens. God was groot en homoseksualiteit was walgelijk. Twee mannen samen, nee, dat was niet juist, dat was abnormaal, dat was bij de beesten af. Ze droegen hoeden, hoofddoeken en petten, de Vlamingen die zo veel decennia geleden voor de camera reageerden op de vraag 'Wat is homoseksualiteit?' en ze braakten collectief hun afkeer uit. 'Weg ermee.' Mochten ze een riek hebben en een homo kennen, ze hadden hem er hier en nu aan geregen. Maar die homo's wisten wel beter, die lieten zich niet kennen en zo kon de Vlaming zich sussen met de gedachte dat homoseksualiteit een verzinsel was. Tot er homo's waren die moedig genoeg waren om te tonen waar zij van droomden: een normaal leven.
...