Zestig, zeventig jaar geleden waren de Vlamingen het over twee zaken roerend eens. God was groot en homoseksualiteit was walgelijk. Twee mannen samen, nee, dat was niet juist, dat was abnormaal, dat was bij de beesten af. Ze droegen hoeden, hoofddoeken en petten, de Vlamingen die zo veel decennia geleden voor de camera reageerden op de vraag 'Wat is homoseksualiteit?' en ze braakten collectief hun afkeer uit. 'Weg ermee.' Mochten ze een riek hebben en een homo kennen, ze hadden hem er hier en nu aan geregen. Maar die homo's wisten wel beter, die lieten zich niet kennen en zo kon de Vlaming zich sussen met de gedachte dat homoseksualiteit een verzinsel was. Tot er homo's waren die moedig genoeg waren om te tonen waar zij van droomden: een normaal leven.

Het hoofd van KVHV Antwerpen vertelde dat hij een homovriend heeft. Maar mocht die aan de gay pride meedoen zou hij toch nog eens nadenken over die vriendschap.

Of zij er ooit een probleem mee gehad heeft, vraagt journalist Xavier Taveirne anno 2018 aan zijn moeder terwijl ze aan de keukentafel samen gehaktballen rollen. Zijn oma had een week geweend, vertelt zijn moeder, maar zij? Nee, als je je kind graag ziet, dan aanvaard je dat. Taveirne is homo, maar dat is zelden een punt voor hem. 'Het maakt per toeval deel uit van wie ik ben', zegt hij.

Dat hij er zo over kan praten en denken, heeft alles te maken met al die verdoken homo's die uit de kast zijn gesprongen in tijden dat je door een flirt met een man in de gevangenis kon belanden, het risico liep op een lobotomie of kletsen op de poep van de pastoor. Dat laatste was een vreemd, terugkerend relaas. Wie in de biechtstoel zijn seksuele voorkeur uitsprak, moest over de knie bij de biechtvader. Ik weet niet of die laatste daar stiekem van genoot of dat hij werkelijk geloofde dat hij een seksuele geaardheid eruit kon kloppen. De wegen van de goddelijke dienaar zijn al vaker ondoorgrondelijk gebleken.

Schuldgevoel, altijd dat schuldgevoel, dat droegen de homo's mee die in de dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog voor zichzelf waren opgekomen. 'Ik voelde me altijd een zondaar', vertelde Will Ferdy. Hun seksualiteit beleefden ze stiekem. In Café Strange omschreef Armand Everaert het als 'wandelen', naar het 'zwemdok' gaan, 'een mogelijkheidje zoeken in het park' of rondscharrelen bij openbare toiletten. Echt gelukkig werd een mens niet van al dat geniepige gedoe, men voelde zich vooral een 'stranger in a strange world'.

Schuldgevoel, altijd dat schuldgevoel, dat droegen de homo's mee die in de dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog voor zichzelf waren opgekomen

In drie afleveringen bestrijkt Taveirne zeventig jaar emancipatiestrijd van homo's. Uit iedere getuigenis blijkt hoe belangrijk die strijd was en is. Aan het einde van de tweede aflevering bekroop me even het gevoel dat wat in drie keer verteld werd misschien in één enkele documentaire getoond kon worden. Hoe verschillend en persoonlijk de verhalen ook zijn, de rode draad is duidelijk gelijk: homo's bestonden in de jaren veertig niet, ze vochten zich een weg uit de schaduw naar het licht, sprongen op de barricade, dwongen respect en erkenning af en worden nu door links en rechts innig omarmd. Wat er ondertussen met de lesbiennes gebeurd is, blijft voor het gemak van de duidelijkheid onvermeld.

'Ik heb getwijfeld of ik dit wel moest maken', vertelt Taveirne aan de tafel van Guido Totté, die ooit de Rooie Vlinder oprichtte om zijn trotskistische vrienden te verzoenen met homoseksualiteit. 'Je bent een rolmodel', stelt Totté hem gerust. Het is een keuze om je eigen worsteling met de keuze van een onderwerp mee in een reportage te verwerken, maar mij leek ze in dit geval van weinig toegevoegde waarde. Het zit toch snor met die homorechten?

Toen viel mijn oog op een interview met het hoofd van de KVHV in Antwerpen. Ook hij heeft een homovriend, vertelde hij. En dat vond hij prima. Precies omdat die homo zo weinig homo leek. Mocht hij aan de gay pride mee doen, ja, dan zou die KVHV-man nog eens nadenken over zijn vriendschap. Wat is dat toch met mannen met hoofddeksels op hun hoofd?

Voor de mannen

Canvas, 4+11+18/9, 21.20