De wiskunde achter de klimaatdoelstellingen van Parijs is behoorlijk simpel. Als we de opwarming van de aarde willen beperken tot 1,5 graad - wat nog steeds volstaat om een paar eilanden in de Stille Zuidzee te laten verdwijnen - dan moet de netto-uitstoot van koolstofdioxide in 2050 gelijk zijn aan nul. Nada. Nougatbollen. Cero cero cero.
...

De wiskunde achter de klimaatdoelstellingen van Parijs is behoorlijk simpel. Als we de opwarming van de aarde willen beperken tot 1,5 graad - wat nog steeds volstaat om een paar eilanden in de Stille Zuidzee te laten verdwijnen - dan moet de netto-uitstoot van koolstofdioxide in 2050 gelijk zijn aan nul. Nada. Nougatbollen. Cero cero cero. De wiskunde achter de wiskunde achter de klimaatdoelstellingen is nog altijd geen rocket science. Fossiele brandstoffen zijn verantwoordelijk voor 90 procent van de wereldwijde uitstoot van CO2 en van alle fossiele brandstoffen produceert de verbranding van steenkool per opgewekte eenheid energie het meeste koolstof. Als één plus één twee is, dan betekent dat dat steenkool de fossiele brandstof is waar we wereldwijd zo snel mogelijk afscheid van moeten nemen. Dat is de wiskunde. De realiteit van de energieproductie is onder andere wat Jonas Verstraeten en Natalie Eggermont, de eerste ingenieur en klimaatrealist, de tweede arts en klimaatactiviste, in de eerste aflevering van Watt voor hun ogen zien gebeuren. In het Indiase Korba ligt een van de grootste open steenkoolmijnen van de wereld. Aan stoppen wordt hier niet gedacht. Integendeel: als men de 250 miljoen Indiërs die nog geen stroom hebben, de komende jaren wil aansluiten op het elektriciteitsnet, dan zal deze mijn nog uitbreiden. Verstraeten kan dat begrijpen, Eggermont vraagt aan hun gids of wind en zon die steenkool niet kunnen vervangen. Hernieuwbaar zou mooi zijn, meent de man, maar is een tikje utopisch. Hij maakt ook duidelijk dat klimaatbeleid niet enkel wiskunde is, maar vooral een kwestie van internationale politiek. India wil gerust meer doen als de westerse landen een tand hoger schakelen. Verstraeten en Eggermont lopen enigszins bedrukt langs muren van opgestapeld steenkool. 'Mij lijkt het moeilijk de eerste jaren te stoppen met steenkool', zegt Verstraeten. Eggermont bijt op haar lippen en antwoordt: 'Het zal wel moeten.' En dan, in één zin, vat ze het verschil tussen een realist en een activist samen: 'Ik weet dat de wereld zo niet in elkaar zit op dit moment, maar ik heb wel het recht om te dromen en te vechten zodat het verandert.' In de VS - ja, om een reeks over de toekomst van energie en de energie van de toekomst in de wereld te maken moet je wel wat over en weer vliegen, en nee, ik ga hier niet de ecologische voetafdruk daarvan uitrekenen omdat dat een al te eenvoudige kritiek is op ieder programma dat iets over ecologie wil brengen - ontmoeten ze een ander soort utopist. Hij heeft net een groen veld van ettelijke hectaren laten klaarmaken voor ontginning. Niet van steenkool, maar van clean coal. Het verschil tussen beide zit 'm enkel in de naam. Propere kool heeft nog nooit iemand uit de grond gehaald. Maar volgens de mijnuitbater is alles mogelijk - behalve energieproductie op basis van enkel hernieuwbare bronnen. Dat is te belachelijk voor woorden. 'Ik word daar fysiek onwel van', zegt Eggermont achteraf in de auto. Ze zijn op weg naar Pittsburgh, naar burgemeester Bill Peduto. Pittsburgh is de stad waar steenkool in de VS ontdekt werd, zal hij hen uitleggen. Nu is dat verleden tijd. 'Er werken meer mensen in hernieuwbare dan in fossiele energie en onze lucht is schoon', zegt hij. Daarmee bewijst hij: het is mogelijk. En daarom had ik graag gezien wat er in Pittsburgh zo veranderd was. Want vanuit de lucht waren toch vooral rokende schoorstenen te zien en auto's die op viervakswegen over de rivier en door de stad denderen. En veel bos, ja, dat ook. Maar concreter dan de wervende woorden van de burgemeester werd het niet. Al heeft Watt absoluut de verdienste dat het zijn tanden zet in het klimaat en aantoont dat de grote ommekeer waar we voor staan niet eenvoudig, maar evenmin ondenkbaar is.