Bargoens, elke dinsdag om 20.35 op Eén.
...

Als men tv-maker Eric Goens zou vragen om zichzelf in maximaal drie woorden te omschrijven, dan zou hij hoogstwaarschijnlijk vier woorden gebruiken, waaronder 'vechter', 'strijdlustig' en 'mannelijk'. Als geboren vechter koestert Goens een voorliefde voor mensen die knokken voor hun plek op deze wereld. Dat is een mooie eigenschap, en in een tijd waarin relevantie weleens verward wordt met de hoeveelheid aandacht die iets of iemand krijgt, is het een meer dan lovenswaardig idee om de vechters van nu in beeld te brengen. Alleen is het mij nog steeds niet duidelijk waarom een programma over strijdbare heren - in de verbeeldingswereld van Goens zijn vechters per definitie mannelijk en eerder bleek van huidskleur - de naam draagt van een dialect dat driehonderd jaar geleden werd gesproken door dieven, pooiers, straatventers en criminelen. Of zou het kunnen dat het niet eens de bedoeling is dat de titel de lading dekt, en volstaat het dat hij eindigt op 'goens'? Mocht Eric Goens na zijn tv-carrière ooit een café openen, dan weet ik nu al hoe dat zal heten. Van de acht mannen die Eric heeft opgezocht, kregen we er al vier te zien. Ze werden door elkaar geschud in een montage waarvan nooit helemaal duidelijk werd of het gebrek aan lijn een artistieke keuze, een pijnlijke vergissing of het gevolg van een gebrek aan scenario was. Door Pieter Aspes strijd tegen de eenzaamheid te klutsen met het verlangen naar vrijheid van twee bajesklanten werd vooral duidelijk dat rode draden in verhalen geen overschat gegeven zijn, en dat een gevecht pas boeiend is om over te vertellen als er een richting, een doel, een evolutie is. Mocht Aspe niet gebukt gaan onder het verlies van zijn vrouw, dan had hij dat Eric ongetwijfeld kunnen uitleggen. Al wil dat niet zeggen dat Eric ook geluisterd zou hebben. Er schort wel meer aan Bargoens. Iets eenvoudigs als de drijfveer voor een specifiek gevecht, bijvoorbeeld. Zo zagen we Alain Hubert naarstig sneeuw scheppen bij de containers van de Zuidpoolbasis. Hij mocht van alles zeggen over 'vechten voor een passie', maar weigerde iets te vertellen over waar zijn gekibbel met de Belgische overheid over ging. Goens vroeg het hem ook niet. Belangrijker, meende hij, was te weten of het Hubert raakte dat men hem een tiran, een dictator, een dief en een klucht had genoemd. Het voorspelbare gebeurde. Hubert zei dat het hem niets kon schelen. Als kijker denk je dan: waarom kijk ik hiernaar? De enige keer dat Bargoens onder de huid kroop, was toen Peter in beeld kwam. Ineengedoken in zijn rolstoel, een sigaret rokend in de garage. Zijn gevecht was er een tegen de pijn van het zijn. Letterlijk. De camera registreerde genadeloos wat dat betekende. Peter kreunde, jammerde, trok zich de haren uit het hoofd, worstelde, spartelde en deed alles wat hij kon om die verdomde clusterhoofdpijn te stoppen. Het meest griezelige was dat Eric er roerloos bij zat en na afloop met de nauwkeurigheid van een computerprogramma registreerde: 'Zelfs je honden schrikken er niet meer van.' Het zal wel goed bedoeld zijn, maar net toen het ergens over ging, besloot Eric zijn eigen gevecht te voeren: dat tegen de emotie en de empathie.