Het leeft en het is niet dood. Het is een microscopisch klein stukje erfelijk materiaal dat bomen van venten kan vellen en economieën platleggen. Virussen waren bij de eerste levensvormen op aarde en zullen waarschijnlijk ook bij de laatste zijn. In de tussentijd doen ze waarvoor ze geprogrammeerd zijn: zichzelf zo veel mogelijk verspreiden. Meestal onopgemerkt, maar in een enkel geval met een epidemie tot gevolg. Het lijstje met virussen dat een zekere mate van bekendheid verwierf, leest als een horrorscenario. De Spaanse griep, SARS, aids, ebola en nu corona.
...

Het leeft en het is niet dood. Het is een microscopisch klein stukje erfelijk materiaal dat bomen van venten kan vellen en economieën platleggen. Virussen waren bij de eerste levensvormen op aarde en zullen waarschijnlijk ook bij de laatste zijn. In de tussentijd doen ze waarvoor ze geprogrammeerd zijn: zichzelf zo veel mogelijk verspreiden. Meestal onopgemerkt, maar in een enkel geval met een epidemie tot gevolg. Het lijstje met virussen dat een zekere mate van bekendheid verwierf, leest als een horrorscenario. De Spaanse griep, SARS, aids, ebola en nu corona. Dat het kon gebeuren, wisten ze in het Tropisch Instituut in Antwerpen al lang. Wanneer het zou gebeuren, was onvoorspelbaar. En dus vergat men dat het mogelijk was. De noodzakelijke voorraden beschermend materiaal werden eerst door muizen aangevreten en dan volledig vernietigd, en toen de eerste patiënt met covid-19 op Zaventem landde, sprak de minister van Volksgezondheid de gevleugelde woorden 'blijf in uw kot'. Een ander plan was er niet, ook al hadden gedreven wetenschappers daar achter de schermen en buiten hun uren aan getrokken en gesleurd. 'We komen er wel mee weg, dacht men', vertelt virologe Erika Vlieghe. Zij was een van die mensen die noodscenario's uitdacht en oefeningen organiseerde. Ik kan me voorstellen dat sommigen op hogere niveaus daar al eens om lachten. Erika en haar rampenplan. Vorige pandemieën - deze eerste aflevering volgde vooral het spoor van dood en vernieling dat ebola door verschillende Afrikaanse landen trok - leerden dat niet zozeer technologische spitsvondigheid levens redt, maar wel de mate waarin mensen bereid zijn te aanvaarden om te doen wat nodig is. Virussen gedijen waar contact mogelijk en intens is. Virussen surfen op de golven van onze reisdrift mee. Onze samenlevingen zijn op maat gemaakt van virussen. 'Het vele reizen, de grote bevolking, de concentratie van mensen', stipte viroloog Kevin Ariën de achterliggende oorzaken aan. Daar stopte het. Al had een gesprek met de collega's aan de overkant van de snelweg die oorzaken wat kunnen uitdiepen. Zoölogen als Herwig Leirs onderzoeken in hun labo's aan de Universiteit Antwerpen al jaren zoönoses, ziektes die van dier op mens overspringen. Dat het nu vaker gebeurt dan vroeger, wijten zij aan menselijke activiteiten: ontbossing voor veevoer, palmolie en verstedelijking. Maar ook aan de industriële veeteelt. Rassen worden geselecteerd op de snelheid waarmee ze groeien en aanvetten, maar niet op immuniteit. Op een kaart die Leirs me ooit toonde, stonden megastallen rood ingekleurd als broeihaarden van ziekten en infecties. Het is een omweg die Besmet niet maakte en die ik zelf wel miste. Want als we het hebben over oplossingen, dan is het voor iedereen beter om niet te stoppen bij het vaccin. Maar verder groeide mijn respect bij ieder beeld voor virologen, virusjagers en tropische artsen. 78 jaar is de Congolese microbioloog Jean-Jacques Muyembe ondertussen. In 1976 ontdekte hij de eerste ebolabesmetting in een verafgelegen dorp. Bij iedere volgende epidemie stond hij op de eerste rij. Hij bouwde een lab uit, zette in op onderzoek en opleiding en zorgde voor bewustmaking onder mensen in dorpen en steden. Die lange ervaring maakt hem waakzaam. Als een slang met veel staarten, omschrijft hij het ebolavirus. De staarten zijn afgehakt, de kop is er nog. Ergens. En dus wordt op de luchthaven van Kinshasa stelselmatig de temperatuur van reizigers gemeten. Een eenvoudige procedure die er mee voor zorgde dat het coronavirus zich minder snel verspreidde in Afrikaanse landen. 'Misschien moeten jullie wat specialisten sturen?' lachte de directeur van het Tropisch Instituut tijdens een videogesprek met Muyembe. Die lachte dan weer zo hard dat hij bijna van zijn stoel viel.