In de schaduw van de basiliek van Koekelberg staat begrafenisondernemer Patrick Heirbrant aan de put waarin vier mannen de kist van de tachtigjarige Joseph laten zakken. Verder is het een eenzame uitvaart. Joseph stierf zonder familie of vrienden. Dat gebeurt wel vaker in een grootstad, had Patrick even voordien gezegd. Nu buigt hij het hoofd. In stilte. Hij is er de man niet naar om zich er snel snel van af te maken. Iedere dode verdient respect. Ondertussen proberen de mannen op het pad hun ongeduld te verbijten. Patrick richt het hoofd weer op, hun signaal: ze schuiven de golfplaten over de put. Zo eindigen sommige levens. In stilte en vergetelheid.

Voor Patrick is het een van de redenen waarom hij doet wat zijn vader voor hem deed. Mensen die in de rafels van de samenleving zijn beland een respectvol afscheid geven.

Hoe vaak hij dat heeft meegemaakt, wil Patrick van zijn vader weten. 'Het zijn er veel, heel veel', antwoordt de bejaarde man. De muren van de kamer in het rusthuis waar hij woont, zijn bekleed met de krantenartikelen die over hem geschreven zijn. De man die aan de kist stond van zo veel anonieme en eenzame doden. 'Het is een verplichting om mensen te helpen', zegt hij, alsof dat even vanzelfsprekend is als ademen of soep eten.

En plots krijg je tranen in de ogen bij het overlijden van iemand die je niet eens kent.

Een mens sterft zelden volgens plan. En zelfs al is het sterven gepland, dan nog kan het leven zo lopen dat de dood sneller komt dan gehoopt of verwacht. Een begrafenisondernemer is er om ieder overlijden draaglijk te maken. Hij of zij toont wat gezien kan worden, maar houdt de koelkasten waarin de lichamen bewaard worden of de ateliers waarin de doodskisten in elkaar getimmerd worden uit het zicht.

Komen te gaan knoopt dat voor en achter de schermen opvallend lichtvoetig aan elkaar. De soundtrack heft de zwaarste momenten op, en als het te intiem wordt, schakelt men over naar een bijna knullig detail. Zoals die zus van het begrafenisduo Depoorter uit Bredene die zich tijdens de dienst naar de drukker haast om de fout gedrukte herdenkingskaartjes te wisselen. Niemand van de aanwezigen die haar afwezigheid opmerkt of die ooit zal weten dat het bijna fout liep met het kaartje dat ze als herinnering aan Tony in hun handen gedrukt krijgen. Begrafenisondernemers moeten uitblinken in onopvallendheid. Hoe minder zichtbaar ze zijn tijdens een dienst, hoe beter ze hun werk hebben gedaan.

Met de kunde en het talent waarmee Woestijnvis eerder al De rechtbank maakte, is ook Komen te gaan gedraaid. De montage zit goed, de beeldregie klopt en vreugde en verdriet houden elkaar in balans. Toch grijpt Komen te gaan ook naar de keel. Plots krijg je tranen in de ogen bij het overlijden van iemand die je niet eens kent. Els uit Ekeren heeft na jaren borstkanker haar dood gepland. De kist op haar maat is met bloemen beschilderd, er zullen suikerbonen in plaats van rouwprentjes uitgedeeld worden en ook de dag van het sterven ligt min of meer vast. Het afscheid zal mooi, warm en 'helemaal Els' zijn. Maar de dood komt sneller en pijnlijker dan gedacht. Els sterft zonder het afscheid dat ze voor ogen had. Daarom, zegt haar man, de veel te jonge weduwnaar, moet de afscheidsplechtigheid net knallen. Hij wil het gemiste afscheid goedmaken.

In Oostende wordt de urne met een deel van de as van Tony ondertussen in zee gedropt. Iedereen vindt het een prachtige begrafenis. Ontroerend. Warmhartig. Witte rozen dobberen op het water. Een man van de zee die één wordt met de zee. Want die urne, zo schrijft de wet voor, moet binnen de 24 uur vergaan. Het klinkt raar. Maar het einde kan schoon zijn.

Komen te gaan

Maandag 1/4, 21.25, Eén